Naar hoofdinhoud
In de bouwverordening staat dat op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, niet mag worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: Waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; Voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en Dat de grond raakt, of; Waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel 8 van de Ww bepaalt dat voor uitsluitend de bovenstaande situaties een bodemonderzoek moet worden verricht. In artikel 2.1.5 van de bouwverordening zijn hiertoe de voorschriften opgenomen. In figuur 2 (op de volgende pagina) is het proces schematisch weergegeven. 3.1.1. Bouwwerk waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend wordt verbleven door mensen Het primaire doel van de bodemtoets is voorkomen dat er gebouwd wordt op dusdanig verontreinigde grond dat nadelige gevolgen kunnen ontstaan voor de gebruikers van een bouwwerk. De Ww stelt dan ook in artikel 8 lid 3 dat geen bodemtoets hoeft plaats te vinden wanneer ‘het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk, waarin niet voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven’. Wat wordt hier mee bedoeld? In de memorie van toelichting staat hierover dat het bouwwerken moet betreffen waarin dagelijks gedurende enige tijd dezelfde mensen verblijven. Bij ‘enige tijd’ moet gedacht worden aan een verblijfsduur van twee of meer uren per (werk)dag. Het gaat dus niet om een enkele keer twee of meer uren, maar om een meer structureel (over een langere periode dan één dag) twee of meer uren verblijven van dezelfde mensen in het gebouw. Voor dergelijke bouwwerken geldt dus een onderzoeksplicht. Figuur 2: Bodemonderzoeksplicht bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. 3.1.2. Bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning vereist is Het is in beginsel verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk (art. 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo). Welke bouwwerken vervolgens dan toch vergunningvrij zijn staan vermeld in bijlage II van het Bor. Indien een bouwwerk vergunningvrij is, kan geen bodemonderzoek geëist worden. Het voldoen aan de Wbb bij vergunningvrij bouwen is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Indien de gemeente op de hoogte is van de verontreiniging en de bouwactiviteiten moet zij de initiatiefnemer wel informeren over de noodzakelijke Wbb-procedure (zie artikel 3:20 Awb). Dit geldt ook voor vergunningplichtige bouwwerken waarbij geen bodemonderzoek verlangd kan worden. De gemeente moet dit feit opnemen in de overweging van de omgevingsvergunning. Maar de uitgestelde inwerkingtreding is niet van toepassing. 3.1.3. Bouwwerken die de grond raken of die van functie veranderen Een bouwwerk dat verbonden is met de grond is in beginsel vergunningplichtig. Indien de bouwwerkzaamheden gepaard gaan met een functiewijziging naar een meer gevoelige bestemming kan bodemonderzoek worden geëist. Bij functiewijziging naar een gevoeligere bestemming zou er een situatie kunnen optreden die mogelijk leidt tot een groter (gezondheids)risico. Omdat het begrip ‘functiewijziging naar een gevoeligere bestemming’ voor meerdere interpretaties vatbaar is wordt het begrip in onderstaande tabel verduidelijkt. gebruik voor verbouwing gebruik na verbouwing gevoeliger bestemming kantoor Wonen 6 Wonen of vergelijkbaar gebruik. Een kinderdagverblijf of school bijvoorbeeld wordt gezien als vergelijkbaar aan wonen. nee schuur of garage, particulier Wonen ja horeca Wonen nee opslag of garage, bedrijfsmatig gebruik Wonen, kantoor ja Indien er een gevoeliger bestemming wordt gerealiseerd, moet dus wel een onderzoek worden gedaan. Tenzij er bruikbaar en recent onderzoek voorhanden is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel