Naar hoofdinhoud
Soort bodemonderzoek Een nulsituatieonderzoek in het kader van een omgevingsvergunning dient te voldoen aan NEN 5740, onderzoeksstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting (NUL). De gemeente kan eventueel aanvullende eisen stellen omtrent het aantal en de plaats van peilbuizen, de te gebruiken analysemethode en de te bepalen parameters. Voor ondergrondse tanks geldt NEN 5740, onderzoeksstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige ondergrondse opslagtank(s) (NUL-OO). Voor het vaststellen van de eindsituatie van de bodem geldt dat de eindsituatie vergelijkbaar moet zijn met het uitgevoerde nulsituatie onderzoek. Met andere woorden, de onderzoeksstrategie moet overeen komen met de onderzoeksstrategie van het bodemonderzoek waarmee de nulsituatie van de bodem is vastgelegd. Dit blijkt ook wel uit de NRB waarin is aangegeven dat het nul- en eindsituatie onderzoek strikt aan elkaar verbonden zijn. Het verschil tussen de onderzoeksresultaten van het nul- en eindsituatieonderzoek geeft namelijk aan of ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten een bodembelasting is ontstaan en dus herstel van de bodemkwaliteit noodzakelijk is. Voor het optimaal vergelijken van de eindsituatie met de nulsituatie dienen de boringen en de peilbuizen in principe geplaatst te worden op nagenoeg dezelfde plaatsen als in het nulsituatie onderzoek. Tevens dienen de monsters van dezelfde bodemlagen te worden genomen. Het veldwerk (boringen en monsterbehandeling) dient overeenkomstig de geldende normen verricht te worden. Zie paragraaf 3.3 voor de overige eisen aan het uitvoeren van het bodemonderzoek. Herstelplicht bodem 14 Artikel 2.11 lid 5 tot en met 8 Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten wordt in een aantal gevallen een eindsituatiebodemonderzoek verlangd. Als uit een (eindsituatie)onderzoek blijkt dat de bodem vanwege de activiteiten binnen de inrichting is gewijzigd ten opzichte van de kwaliteit van de bodem bij oprichting of de verandering van de inrichting (nulsituatieonderzoek), dan moet de bodemkwaliteit door de veroorzaker worden hersteld tot het niveau van het nulsituatieonderzoek. Indien toch geen of onvoldoende nulsituatieonderzoek is uitgevoerd, moet de bodem hersteld worden tot de achtergrondwaarden uit het Bbk. Herstel van de bodem moet worden uitgevoerd met de best beschikbare techniek, door een persoon of instantie die een erkenning bezit op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Het Activiteitenbesluit stelt een termijn van zes maanden voor het herstellen van de bodemkwaliteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel