Naar hoofdinhoud
Hieronder in het kort het wettelijk kader m.b.t. schuldhulpverlening. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) Om de effectiviteit en de kwaliteit van de minnelijk schuldhulpverlening een impuls te geven is in 2012 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ingevoerd. Deze wet bepaalt expliciet dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de minnelijke schuldhulpverlening. De schuldhulpverlening heeft een wettelijke grondslag en valt onder de Algemene wet bestuursrecht. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is kaderstellend en omschrijft wat gemeenten moeten realiseren, maar niet hoe. De gemeente krijgt de vrijheid om de schuldhulpverlening naar eigen inzicht vorm te geven, zolang er maar aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste voorwaarde in de wet is dat schuldhulpverlening integraal moet worden opgepakt. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen, maar ook voor de omstandigheden die mogelijk hebben geleid tot het ontstaan van schulden of omstandigheden die het oplossen van schulden in de weg kunnen staan. De laatste jaren neemt landelijk het beroep op schuldhulpverlening toe. Schulden worden bovendien hoger en schuldensituaties complexer. Het proces van schuldhulpverlening is ingewikkeld, mede omdat het plaatsvindt binnen strikte wettelijke kaders. WSNP Hiernaast is er de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Hiermee wordt de wettelijke schuldhulpverlening geregeld, via de rechter. Vanuit het Rijk zijn gemeenten gemandateerd om een zogenaamde WSNP-verklaring af te geven. Hierin geeft de gemeente aan waarom het minnelijk traject mislukt is. Op basis van deze verklaring kan de schuldenaar een verzoek bij de rechter indienen om te kunnen starten met het wettelijk schuldsaneringstraject. Het verschil met een minnelijk traject is dat schuldeisers verplicht moeten meewerken aan het WSNP-traject. De Participatiewet (PW) Uit gegevens van de NVVK blijkt dat 51% van de klanten een uitkering heeft (dit is niet uitgesplitst in soort uitkering). Belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is de eigen verantwoordelijkheid om in eigen onderhoud te voorzien. Schulden kunnen een belemmering zijn voor de re-integratie. Goede schuldhulpverlening is voor deze groep van belang en kan onderdeel uitmaken van het re-integratietraject. Daarnaast is er bijzondere bijstand die een rol speelt in de ondersteuning van deze groep. Voorstel tot wetswijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Recentelijk is een wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer waarin wordt voorgesteld de WGS te wijzigen. Het zwaartepunt van de voorgenomen wijzigingen van de Wgs ligt bij het uitwisselen van persoonsgegevens voor vroegsignalering. Daarnaast wordt ook het proces van eerste contact tot beschikking uitgetekend en veranderen de inlichtingen- en medewerkingsplicht. In het wetsvoorstel wordt de taak van de gemeente uitgebreid. Naast het geven van hulp bij problematische schulden als een belanghebbende daar zelf om komt vragen, moet de gemeente ook een intake gaan aanbieden bij signalen van bepaalde schuldeisers over betalingsachterstanden (vroegsignalering). De wijzigingen treden naar verwachting in werking op 1 januari 2021. Gemeenten krijgen zes maanden de tijd om zich voor te bereiden. In die zes maanden moet de gemeente niet alleen kijken naar de uitwisseling van persoonsgegevens, maar ook naar het gehele schuldhulpproces en het beleid over schuldhulp.

Rechtspraak bij dit artikel