Een persoon als bedoeld in artikel 1.1.g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 3.5.b. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:

  • - beperkingen het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 3.5.a., onmogelijk maken dan wel
  • - een collectief systeem als bedoeld in artikel 3.5.a., niet aanwezig is.