Geografisch werkgebied
In figuur 1 is de gemeente Opmeer (situatie in 2019) weergegeven. Het GWB heeft bezit in de dorpen Aartswoud, De Weere, Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek. Het GWB heeft geen bezit in het buitengebied van de gemeente Opmeer.
Figuur 1: gemeente Opmeer
Bron: wikipedia 2019
Woningbestand GWB
In onderstaande tabel is het woningbezit van GWB in 2018 opgenomen en afgezet tegen de verschillende andere partijen in Opmeer. Hieruit valt op dat GWB relatief veel meergezinswoningen in het bezit heeft, ten opzichte van de totale woningvoorraad. GWB heeft zelfs 73% van de meergezinswoningvoorraad in de gemeente in haar bezit. Het bezit van (andere) woningcorporaties die actief zijn in Opmeer is zeer beperkt in aantal: slechts 65 stuks (bron: CBS 2019, cijfers over 2018).
Tabel 1: woningbezit GWB en eigendom andere partijen naar type in 2018
Woningtype
Bezit GWB (aantallen)
Bezit andere corporaties
Bezit particuliere verhuurders**
Koop-
Woningen
Totaal
Aandeel bezit GWB**
Eengezinswoning
399
0
4.078
10%
Meergezinswoning
(inclusief seniorenwoning)
478
64
669
73%
Totaal
877
64
208
3.598*
4.747
19%
Bron: SVB Opmeer 2019, CBS 2019, cijfers over 2018 *inclusief eigendom onbekend
Het GWB verhuurt alleen zelfstandige huurwoningen. Van de woningtypes komt een eengezinswoning het meest voor in het GWB-aanbod. Daarnaast zijn de ouderenwoningen en de appartementen voor jongeren (HAT-eenheden) goed vertegenwoordigd.
Vergelijking gemeente als geheel
Het GWB is de belangrijkste (sociale)verhuurder in de gemeente Opmeer en verhuurt aan alle doelgroepen. Het marktaandeel van het GWB in de hele gemeente Opmeer is circa 19%. Gezien de totale portefeuille van het GWB valt op dat circa 45% van het bezit bestaat uit eengezinswoningen. Circa 24% van het aanbod is geschikt voor senioren. Dit betekent dat, indien de vraag naar eengezinswoningen op termijn daalt, het GWB een risico loopt op leegstand. Ervaringen elders in Nederland hebben uitgewezen dat bij een dalende vraag naar een woningtype de prijzen onder druk komen te staan en er leegstand ontstaat in het goedkoopste deel van dit aanbod. Vaak zijn dit woningen in bezit van corporaties/verhuurders. Aanpasbaar of multifunctioneel bouwen is hiervoor de oplossing.
Opmeer kent een relatief hoge mutatiegraad
De gemiddelde de mutatiegraad van het GWB ligt op 7,8% over de afgelopen 3 jaar (2016-2018). Dit is iets hoger dan de mutatiegraad van het gemiddelde van 7,5% van het daeb-corporatiebezit in geheel Nederland (2015-2017) Bron: Aedes 2019.
Deze iets hogere mutatiegraad komt mogelijk door de lagere druk in Opmeer op de (sociale huur)woningmarkt, waardoor huishoudens makkelijker kunnen verhuizen naar een andere (sociale huur)woning en de betaalbaarheid van de koopwoningvoorraad.
Het percentage woningen met groot aantal reacties is met 13% laag. Het komt vaak voor dat er relatief weinig reacties op woningen zijn. Dat betekent echter niet dat de woningen niet populair zijn. Ter illustratie hebben seniorenwoningen vaak een laag aantal reacties, maar een hoge acceptatiegraad. Eengezinswoningen blijven het meest populair om verhuurd te worden en seniorenwoningen het minst.
De bouwtechnische kwaliteit van de woningen is in orde, er wacht een verduurzamingsopgave
De bouwtechnische kwaliteit is te beoordelen aan de ouderdom van de woningen, het energielabel en de begrote onderhoudskosten. Relatief weinig bezit is van voor 1960 en het meeste bezit is uit de periode 1970-1990. De beperkte aantallen nieuwbouw van het GWB zijn alleen in de kernen Spanbroek en Hoogwoud.
Op dit moment wordt ruim voldaan aan de eisen ten aanzien van de normen voor energielabels vanuit het landelijke en regionale beleid. Wat betreft het energielabel valt 63% van het bezit in de categorie B en C. Circa 34% heeft een energielabel van A of hoger. De minder zuinige categorieën D, E en F komen weinig voor (3%). Wel ligt er een opgave wat betreft de warmtetransitie.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1