Naar hoofdinhoud
De gemeente Harderwijk bestaat uit heeft verschillende gebieden, met een eigen karakteristiek. De binnenstad is bijvoorbeeld wezenlijk anders dan een bedrijventerrein. Daarom zijn er voor de verschillende gebieden specifieke welstandcriteria geformuleerd. De gemeente Harderwijk kent twee verschillende hoofdgebieden, het stedelijke gebied en het buitengebied. Binnen deze hoofdgebieden zijn er volgens verschillende deelgebieden, als de binnenstad, werkgebieden en winkelcentra. Voor de gebiedsindeling van de hoofd en deelgebieden kan uitgegaan worden van de feitelijke situering. Omdat de grens tussen stedelijk gebied en buitengebied niet altijd helder is, is deze in bijgevoegde kaart aangegeven. Daarnaast zijn er nog criteria voor specifiek type bouwwerken en reclames. Kaartbijlage 3 4.2.1Welstandscriteria voor stedelijk gebied Bij beoordeling van bouwplannen voor het stedelijk gebied worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: voor kleine ingrepen en verbouwingen geldt: in kleur, vorm, materiaal zoveel mogelijk aansluiten bij het karakter van de bestaande bebouwing. voor grotere ingrepen waarbij geen aanleiding bestaat om te kiezen voor een afwijkend beeld geldt eveneens: in kleur, vorm, materiaal aansluiten bij het karakter van het bestaande. Dit geldt bijvoorbeeld voor het opvullen van een opening in een straatwand met een eenduidig karakter. bij grotere ingrepen kan in kleur, vorm of materiaal worden afgeweken van het karakter van het bestaande, indien het een afwijkende functie betreft of een bijzondere locatie (op een hoek, aan een pleintje) of als de omgeving al gekenmerkt wordt door een grote variatie in kleur, vorm, materiaal. In aanvulling op de algemene welstandscriteria voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets gelden voor stedelijk gebied de volgende specifieke welstandscriteria: Situering nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving; woningen staan georiënteerd op de openbare ruimte. Massa en vorm de bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij uitbreiding en vervanging van de bebouwing; aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen blijven ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels kopgevels die naar de openbare ruimte zijn gericht worden met zorg vormgegeven en voorzien van openingen (raam en/of deur); de toevoegingen per woning zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het woningblok. Afwerking erven waar zij- en achtertuinen grenzen aan openbaar gebied moeten de vormgeving, kleur en materiaalgebruik van erfafscheidingen worden afgestemd op nabijgelegen bebouwing. 4.2.2Welstandscriteria voor werkgebieden Met ‘werkgebieden’ worden bedoeld bedrijventerreinen en kantorenlocaties Hiervoor gelden de volgende specifieke welstandscriteria: Situering de indeling van het perceel en de hoofdopzet van het bedrijfspand wordt afgestemd op de stedenbouwkundige karakteristiek van locatie (hiërarchie, ontsluiting, zichtlijnen e.d.); bedrijfsbebouwing staat in een rooilijn geordend; hoofdgebouwen staan aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie; met ritmiek, schaal en hoogte van de bestaande bebouwing in de omgeving wordt rekening gehouden; gebouwen staan geclusterd of in een onderlinge samenhang op het terrein geplaatst. publieke en representatieve functies zijn naar de openbare zijde georiënteerd. Massa en vorm de hoofdvorm van de gebouwen is helder; de richting van de gebouwen volgt in hoofdzaak de richting van de straat; aan- en bijbouwen zijn in beeld ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. Gevels de verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen; zeer grote lengtes van gebouwen zijn architectonisch geleed. Kleurgebruik grotere vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten. Materiaalgebruik bij verbouwing is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt; grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling. Afwerking erven hekwerken (en dergelijke) aan de straatzijde staan op één lijn en zijn in hoogte en vormgeving op elkaar afgestemd. 4.2.3Welstandscriteria voor de binnenstad (beschermd stadsgezicht) Voor bouwplannen voor de binnenstad worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: Historisch verantwoord bouwen Om historische bebouwing op een verantwoorde wijze te restaureren, en zo mogelijk te kunnen reconstrueren, is het van belang om zo goed mogelijk gebruik te maken van beschikbare kennis over de oorspronkelijke voor Harderwijk kenmerkende bouwstijlen, details en kleuren. Behoud kenmerkende historische structuur De kenmerkende historische structuur van de binnenstad, zoals rooilijnen, pandbreedte, kapvorm, vloerniveaus, hoogtes en vorm worden gerespecteerd. Behoud historische kenmerken De kenmerken van beschermde monumenten, beeldbepalende panden en andere karakteristieke bebouwing worden gerespecteerd Goed inpassen van nieuwbouw Nieuwe bebouwing in de binnenstad moet in maat, schaal en karakter goed in het historische stadsbeeld worden ingepast. Het is daarbij niet vanzelfsprekend dat "historiserend" wordt gebouwd, het is zeker mogelijk om ook hoogwaardige eigentijdse architectuur te realiseren die zich harmonisch voegt in de schaal en sfeer van de historische bebouwing. Terugdringen van gevelreclames Voor de binnenstad geldt specifiek reclamebeleid met betrekking tot de vorm en de afmetingen van licht- en gevelreclames. Herstel van winkelpuien Gestreefd wordt naar het herstellen van de architectonische samenhang tussen de winkelgevel en bovenverdieping van het (vaak historische) pand. welstandscriteria: Algemeen in de structuur, de opbouw en de breedte van de bebouwing is het oorspronkelijke ruimtelijk karakter, met als uitgangspunt kleinschaligheid en diversiteit en de historische ontwikkeling afleesbaar; nieuwbouw moet zich in architectonische kwaliteit kunnen meten met de bestaande historische bebouwing. Situering bebouwing staat in de rooilijn; geringe verspringingen in de rooilijn zijn mogelijk binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing; bij nieuwbouw blijft de samenhangende en gesloten karakteristiek van de gevelwand behouden; de ritmiek van individuele gevels die door een eigen vormgeving, maatvoering en detaillering duidelijk herkenbaar zijn, blijft behouden; panden zijn rechtstreeks georiënteerd op de openbare ruimte; toegangen naar publieksruimten worden aan de straat gesitueerd. Massa en vorm de bebouwinghoogte is afgestemd op het silhouet van de straatwand en wijkt in veel gevallen af van die van de directe belendingen; bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen, blijven toevoegingen per pand ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel; serres voor horecadoeleinden zijn in maatvoering en aansluiting afgestemd op de ondergevel en transparant uitgevoerd; de kapvorm en kaprichting sluiten aan bij het (historische) dakenlandschap ; eigentijdse interpretaties van kapvormen sluiten aan bij het bestaande bekappingsbeeld; de vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand. Gevels bij verbouw en renovatie worden de oorspronkelijke gevelopbouw, ornamentiek en het materiaal- en kleurgebruik gerespecteerd; bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving voor wat betreft stijlkenmerken en materiaalgebruik het uitgangspunt, nieuwbouw mag wel als zodanig herkenbaar zijn; de structuur van de gevelindeling wordt gerespecteerd; in de horizontale gevelopbouw zijn de begrenzing van de onderzijde (plint) en de bovenzijde (goot of kroonlijst) als belangrijke elementen tot uitdrukking gebracht; de architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing; de individualiteit van de panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; de vormgeving van de onderpui hangt samen met die van de bovengevel; gevels en etalages op straatniveau hebben een open karakter; de vormgeving van entree en de eventuele symmetrie van de gevelopbouw wordt zorgvuldig behandeld; luifels zijn in maat en vormgeving afgestemd op de pui waar zij onderdeel van vormen. Kleurgebruik kleurgebruik wordt afgestemd op het historische karakter van de binnenstad; leidraad daarbij is het rapport 'Kleuren voor Harderwijk'. Materiaalgebruik bij verbouwing of renovatie wordt het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik tot uitgangspunt genomen. Gevels worden hoofdzakelijk opgetrokken uit baksteen, daken worden hoofdzakelijk afgedekt met keramische (niet geglazuurde) gewelfde pannen. kozijnen zijn van hout of materialen met een vergelijkbare profilering en kleuring. Detaillering bij renovatie of nieuwbouw wordt zorgvuldig omgegaan met de kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen (herstel, interpretatie of reactie) en wordt deze zoveel mogelijk behouden; specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels, serres e.d. worden met aandacht voor de expressie en plasticiteit ontworpen. criteria voor veel voorkomende bouwwerken in de binnenstad Dakkapellen dakkapellen aan de voorzijde zijn in beginsel niet toegestaan; een uitzondering wordt gemaakt voor toevoegingen die in plaatsing en vormgeving afgestemd zijn op de onderliggende gevel; een dakkapel aan de achterzijde moet in het dakvlak worden gerealiseerd en mag maximaal 50% van de breedte van het dakvlak beslaan; plaatsing en vormgeving van een dakkapel moet afgestemd zijn op de onderliggende gevel; een eenzijdige nokverhoging is niet toegestaan. Aan- en uitbouwen en overkappingen aan- en uitbouwen en overkappingen voor de voorgevelrooilijn worden niet toegestaan; massa, maatvoering en stijl van deze bouwwerken zijn afgestemd op de hoofdmassa; materialen, kleuren en detaillering van deze bouwwerken zorgvuldig afstemmen op die van het hoofdgebouw; erkers, vitrines en luifels passen in afmeting en detaillering in het ontwerp van de ondergevel en zijn ondiep. Erfafscheidingen op het voorerf geen of een zeer open erfafscheiding (sierkolommen, hekwerk, metalen stang of sierketting) tot een hoogte van maximaal één meter; achtererven: indien het achtererf grenst aan openbaar gebied is een open donker hekwerk of metselwerk tot een hoogte van maximaal 2,0 meter toegestaan. Dakramen aan de voorzijde alleen verticaal gerichte dakramen, afgestemd op de onderliggende gevel; bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden; dakramen zijn een ondergeschikte toevoeging in het dakvlak. Rolluiken rolluiken opnemen in de gevelstructuur (in of achter de gevel aanbrengen); rolluiken bestaan uit open hekwerk of voor 90% uit glasheldere doorkijkopeningen. Markiezen en zonweringen markiezen en zonweringen worden aangebracht in de raamopening; markiezen en zonweringen hebben de maat van de afzonderlijke ramen en zijn ophaalbaar; markiezen en zonweringen zijn uitgevoerd in gedekte kleuren. Spriet-, staaf en schotelantennes niet aangebracht aan de zijde van de bebouwing die gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied; antenne en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden en dergelijke) als één geheel vormgeven; niet hoger dan de goot van hoofdgebouw; onopvallende kleuren. Zonnepanelen en collectoren.(Criteria vastgesteld door de raad op 10 oktober 2019. Gepubliceerd op 23 oktober 2019) A Volledige nieuwbouw, mits: de panelen/collectoren in het ontwerp zijn geïntegreerd. B Platte daken, mits: de panelen/collectoren en de bijbehorende constructie e.d. niet of nauwelijks zichtbaar vanaf openbaar gebied zijn; de afstand van de erfgrens minimaal dezelfde afstand is als de hoogte van de panelen en bijbehorende constructie. C Schuine dakvlakken die niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied, mits: aangebracht geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak en in een (bij voorkeur één) eenduidig rechthoekige vlak, dat zich logisch verhoudt tot alle aanwezige dakopeningen, zoals dakkapellen en dakramen; de panelen of collector en het frame één egale matte kleur hebben; bij zijdakvlakken: op een zodanige afstand tot de voorgevel van het gebouw, dat de panelen/collectoren niet zichtbaar zijn vanaf het openbare gebied; de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit aan de binnenzijde van het gebouw is geplaatst. D Schuine zichtbare dakvlakken van gebouwen van gebouwcomplexen die door hun omvang, en/of architectuur minder goed passen in de historistische structuur mits: aangebracht binnen een (bij voorkeur één) eenduidig rechthoekige vlak, dat zich logisch verhoudt tot alle aanwezige dakopeningen, zoals dakkapellen en dakramen; voldoende oorspronkelijke dakbedekking rondom dit vlak aanwezig blijft; indien zichtbaar vanuit een zichtlijn, een plein e.d. een in-daksysteem toegepast wordt; de panelen of collectoren en het frame één egale matte kleur hebben, de hellingshoek gelijk is aan de hellingshoek van het dakvlak; de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit aan de binnenzijde van het gebouw is geplaatst. E Schuine zichtbare dakvlakken op gebouwen (m.u.v. van A en D) die niet zichtbaar zijn vanaf de Vischmarkt, Markt, Klooster, Smeepoortenbrink, Hortuspark, Kerkplein, Blokhuis, Boulevard, Zuiderzeeboulevard, Stille Wei/ijsbaan, Plantagepark, Vitringasingel, Bleek, Scheepssingel, Havendam en vanuit een zichtlijn vanaf een tegenoverliggende straat of andere zichtlijn (bv. bij een bocht in een straat en/of lage panden) mits: aangebracht binnen een (bij voorkeur één) eenduidig rechthoekige vlak, die zich logisch verhoudt tot alle aanwezige dakopeningen, zoals dakkapellen en dakramen; voldoende oorspronkelijke dakbedekking rondom dit vlak aanwezig blijft; de panelen of collectoren en het frame één egale matte kleur hebben; de hellingshoek gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak; de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit aan de binnenzijde van het gebouw is geplaatst.” Criteria Terrassen op de Markt. 4.5.4.1 Parasols &zonneschermen ALGEMEEN Uitvoering Verplaatsbare, uitneembare inklapbare parasols Vanuit de gevel uit- en indraaibare zonneschermen/luifels Vierkante of rechthoekige vorm; zes- of achthoekige schermen heeft de voorkeur. Constructiedelen (frame): lichte constructie, kunststof of hout of gepoedercoate of gelakte aluminium profielen volgens overeengekomen kleuren (zie verderop). Buiten terrasseizoen dienen de parasols geheel verwijderd te kunnen worden zonder schade aan te richten aan bestrating of inrichting openbare ruimte. Logo’s/Tekst Bedrijfsnaam en of bedrijfslogo max. 5% oppervlakte van het doek per paneel, max. 30 cm hoog. Uitgevoerd in zwarte of witte bedrukking. Geen reclame (brouwer, frisdrank, ijs, etc) Bevestiging In-Ground (verankerd); bevestiging in daartoe bestemde verzonken putten/gaten in bestrating. Putten/gaten worden afgedekt met gietijzeren deksel als er geen parasols geplaatst zijn. PARASOLS Vorm Eilandterras: vier-, zes- of achthoekig, geen volant Gevelterras: vierkant, geen volant Afmetingen Breedte: parasols blijven maximaal uitgeklapt binnen de grenzen van de terrassen en de afscheidingen daartussen. Hoogte max. 3,5m op eilandterras • Hoogte max. 4,5m op gevelterras. • Hoogte onderkant scherm en evt. volant min 2,5m Kleuren RAL 1024( Taupe), 9003(Wit), 5011(Marineblauw) , 7039(Grijs), 8022(Antraciet), of 9005(Zwart) ZONNESCHERMEN Afmetingen Haaks/loodrecht op de gevel. Niet langer dan de diepte van het terras, met een maximum uitval van 6,50 m. Niet breder dan de gevel. Volant toegestaan. Plaatsing Op de hoeken aan de kopzijde eventueel twee steunen te plaatsen; bevestiging in ground conform algemene criteria Kleuren RAL 1024( Taupe), 9003(Wit), 5011(Marineblauw) , 7039(Grijs), 8022(Antraciet), of 9005(Zwart) TERRASSCHERMEN ALGEMEEN Uitvoering Verplaatsbare, uitneembare schermen (volledig, inclusief constructieve delen). Boven-, tussen-, onderpaneel: geheel transparant, Onderpaneel tot maximaal 1 meter hoogte geslepen/ets/zandstraal/matglas (look) toegestaan Constructiedelen (frame): lichte constructie, kunststof of gepoedercoate of gelakte aluminium profielen volgens overeengekomen kleuren (zie hiernaast). Buiten terrasseizoen en in noodgevallen dienen de schermen geheel verwijderd te kunnen worden zonder schade aan te richten aan bestrating of inrichting openbare ruimte. Logo’s/Tekst Bedrijfsnaam en of bedrijfslogo max. 5% oppervlakte van het paneel, max. 30 cm hoog. Uitgevoerd in geslepen/ets/zandstraal/matglas bedrukking of transparant. Om en om per scherm. Geen reclame (brouwer, frisdrank, ijs, etc). Bevestiging In-Ground (verankerd); bevestiging in daartoe bestemde verzonken putten/gaten in bestrating. Putten/gaten worden afgedekt met gietijzeren deksel als er geen schermen geplaatst zijn SCHERMEN OP GEVELTERRASSEN Afmetingen Breedte min. 70 tot max.200 cm. Hoogte min. 100 cm tot max. 200 cm. Plaatsing Maximaal twee schermen*. Aan zijkanten van het terras, waar mogelijk loodrecht op de gevel. Alleen op de bestaande terrasgrenzen Niet langer dan de diepte van het terras. Kopzijde (evenwijdig aan gevel) open. Op grote gevelterrassen zijn extra schermen toegestaan conform aanvulling op deze richtlijnen, p. 8). Hoekschermen Maximaal 2 stuks op kopzijde terras • Maximaal 100 cm breed per kopscherm Minimale opening tussen twee hoekschermen bedraagt 2/3e van de totale breedte van de kopzijde, met een minimum van 2m Kleuren RAL 9005(zwart) of 9004 (antraciet) SCHERMEN OP EILANDTERRASSEN Afmetingen Breedte min. 70 tot max. 200 cm. Hoogte min. 100 cm tot max. 150 cm. Plaatsing Tussenschermen alleen op de terrasgrenzen met buren. Minimaal 1 (indien tussenterras) of 2 (hoekterras) zijden dienen geheel open te blijven. Hoekschermen Maximaal 2 stuks op kopzijde terras Maximaal 100 cm breed per kopscherm Minimale opening tussen twee hoekschermen bedraagt 2/3e van de totale breedte van de kopzijde, met een minimum van 2m Kleuren RAL 9005(zwart) of 9004 (antraciet) 4.2.4 Welstandscriteria voor wijkwinkelcentra Bij beoordeling van bouwplannen voor winkelcentra worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: voor kleine ingrepen en verbouwingen geldt: in kleur, vorm, materiaal zoveel mogelijk aansluiten bij het karakter van de bestaande bebouwing; voor grotere ingrepen waarbij geen aanleiding bestaat om te kiezen voor een afwijkend beeld geldt eveneens: in kleur, vorm, materiaal aansluiten bij het karakter van het bestaande; dit geldt met name voor ingrepen in een winkelcentrum of een straatwand met een eenduidig karakter; bij grotere ingrepen kan in kleur, vorm of materiaal worden afgeweken van het karakter van het bestaande, als het een bijzondere locatie betreft (bij de entree, op een hoek, aan een pleintje) of als de opzet van het centrum al gekenmerkt wordt door een grote variatie in kleur en vorm; verstoring van de beeldkwaliteit door laad- en losvoorzieningen moet worden voorkomen; deze dienen zo veel mogelijk uit het zicht te worden gesitueerd en met zorg te worden ontworpen.. Plaatsing/situering de indeling van het perceel en de hoofdopzet van het pand moeten worden afgestemd op de stedenbouwkundige karakteristiek van de locatie en de inrichting van de openbare ruimten. Massa/vorm de massa en vorm van nieuwbouw moet zorgvuldig ingepast worden tussen de bestaande bebouwing van het winkelcomplex; bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per pand ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel; hierbij is een eenmaal gerealiseerde toevoeging in beginsel de standaard uitvoering voor de overige panden. Gevels alle gevels gericht naar, of zichtbaar vanuit de openbare ruimte, moeten ten minste op voetgangersniveau voorzien zijn van gevelopeningen; bij verbouwing en renovatie dient aangesloten te worden bij de richting en de maatverhouding van de bestaande gevelopeningen; in panden waar dit oorspronkelijk het geval is geweest vormen de onderpui en de bovengevel een samenhangend geheel. de plaatsing van penanten en kolommen ondersteunen de gevelritmiek; de toevoegingen per pand moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het winkelcentrum; bij splitsing van de ruimten moet de architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand en het winkelcomplex behouden blijven; winkelpuien worden ontworpen in goede samenhang met de architectuur van het oorspronkelijke pand, passend bij de schaal en de maat van de totale gevel. Materiaal- en kleurgebruik bij verbouwing en renovatie dient aangesloten te worden bij materiaal- en kleurgebruik van de bestaande bebouwing; het gebruik van sterk contrasterende kleuren in grote vlakken is niet toegestaan; bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen moeten de kleuren van gevels, daken, kozijnen, ramen en deuren en van de aangebouwde delen op elkaar afgestemd zijn. Detaillering bij nieuwbouw dient de detaillering zorgvuldig en met aandacht voor de plasticiteit van de gevel uitgewerkt te zijn; detaillering dient te worden afgestemd op de oorspronkelijke detaillering van de gevel; rolluiken moeten worden opgenomen in de gevelstructuur (in of achter de gevel); materiaal en kleur van rolluiken dienen te worden afgestemd op de overige gevel; rolluiken bestaan uit open hekwerk of voor 90% uit glasheldere doorkijkopeningen. 4.2.5Welstandscriteria voor bebouwing langs invalswegen In gebieden met een zware welstandstoets gelden voor bebouwing langs invalswegen de volgende specifieke welstandscriteria: bij de beoordeling wordt getoetst aan de algemene en specifieke criteria die gelden voor de betreffende gebieden; Daarnaast wordt bij de toetsing in het bijzonder belang gehecht aan: onderlinge samenhang en eenheid van beeld in bebouwing langs invalswegen; het representatieve karakter van bebouwing langs invalswegen; de wijze waarop de vormgeving van de bebouwing inspeelt op de situatie, onder meer door het ruimtelijk accentueren van zij- en toegangswegen; erfafscheidingen van naar de invalswegen gekeerde erven. 4.2.6 Welstandscriteria voor het buitengebied Bij beoordeling van bouwplannen voor het buitengebied worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: bij het maken en beoordelen van plannen voor bebouwing in het buitengebied moet rekening worden gehouden met landschappelijke kenmerken en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; daarbij zijn onder meer van belang: het verkavelingspatroon, wezensstructuur, zichtlijnen, de richting van de lijnen in het landschap, hoogteverschillen, groenstructuren, houtwallen en de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit de omgeving; plannen voor bebouwing in het buitengebied dienen in samenhang met de (bestaande en toekomstige) erfinrichting te worden gemaakt en beoordeeld; het behoud van de kenmerken van karakteristieke (voormalige) boerderijen en andere karakteristieke bebouwing, ook als deze bebouwing niet is aangemerkt als monument. In aanvulling op de algemene aandachtvelden voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets gelden voor het buitengebied de volgende specifieke welstandscriteria: Situering de groepering van de gebouwen en de indeling van het erf speelt in op de aanwezige karakteristieke landschappelijke structuren en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; als meerdere gebouwen dichtbij elkaar staan, al dan niet op één erf, vormen zij samen, qua oriëntatie(richting) en silhouet, een samenhangend ensemble. Massa en vorm bebouwing in het buitengebied speelt in op de bebouwingskarakteristiek van het buitengebied, die wordt gekenmerkt door eenduidige, grote bouwmassa’s, met een gave kapvorm, een lage gootlijn en een grote dakhelling, met een ingehouden materiaal- en kleurstelling; een boerderij dient zich duidelijk als hoofdgebouw te blijven manifesteren. De bijbehorende bedrijfsgebouwen dienen daarom teruggelegen ten opzichte van de boerderij of het woonhuis te worden gesitueerd. Ook ‘ondergeschikte’ gebouwen en objecten, zoals voerderkuilen en mestsilo’s, dienen ondergeschikt gesitueerd te worden of in gebouwen te worden geïntegreerd. Gevels gevels worden geleed door een goede situering van ramen en deuren; bij het splitsen van voormalige boerderijen mogen de architectonische vormgeving en het agrarische karakter niet wezenlijk worden aangetast. Afwerking erven als terreinafscheiding worden bij voorkeur hagen toegepast of eenvoudige hekwerken met een ingehouden materiaal- en kleurstelling. Kleurgebruik in het buitengebied wordt uitgegaan van een ingehouden kleurstelling; in grote vlakken worden opvallende kleuren en sterke kleurcontrasten vermeden. Materiaalgebruik bij verbouwing is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt; grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling. Detaillering bij verbouwing en uitbreiding van bestaande gebouwen is de oorspronkelijke detaillering uitgangspunt; bij bebouwing die refereert aan traditionele bebouwing wordt uitgegaan van de detaillering van die traditionele bebouwing 4.2.7 Criteria specifieke bouwwerken en reclames Criteria gevelreclame alleen op gebouwen met een commerciële en/of openbare functie; geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht; zoveel mogelijk integreren in de architectuur en in maat, schaal en detaillering afstemmen op het gevelbeeld; Criteria reclamedragers (zuilen, borden en vlaggemasten) op het eigen terrein en/of bij de hoofdingang van het erf/parkeerplaats; passend in de schaal en de sfeer van de omgeving geen onevenredige aantasting van reeds aanwezige architectuur (gebouwen), zichtlijnen en het ruimtelijke beeld; geen reclame voor diensten of producten die niet het betreffende gebouw plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. Criteria voor periodiek oplichtende of bewegende reclame alleen bewegende reclame met een zelfregelende lichtuittreding (middels ingebouwde sensor en ingeschakelde regeling); hoogwaardig geïntegreerd in het gevelontwerp of in daarvoor in de plaats tredende zuil nabij de entree of terreintoegang (Geen vrijstaande schermen); in maat, schaal en detaillering afgestemd op het gevelbeeld van het gebouw geen reclame voor diensten of producten die niet in of op het bijbehorende gebouw/perceel plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. geen overmatige beeldwisseling (ook in geval van wisselende posters; overgang tussen beelden door middel van vervagen of schuiven, type diashow (ene beeld gaat regelmatig en over het gehele beeldvlak over in het volgende) dit om teveel aan beweging en onrust te voorkomen, geen tuimelende of wervelende overgangen en geen films; de lichtuittreding niet significant groter dan bij borden en reclame in de directe omgeving; geen sterk fluctuerende lichtsterkte; er kunnen voorschriften worden gesteld m.b.t. de intervaltijd tussen de beelden; er kunnen voorschriften worden gesteld, dat beelden een bepaalde periode aaneengesloten stil staan en/of de lichtsterkte gedimpt wordt; er kunnen voorschriften worden gesteld, dat de schermen een bepaalde periode uitstaan. Criteria solitaire reclamemasten/verwijsmasten De hoofdvorm en contour van de reclamemast is uniek en het ontwerp maakt één of meerdere kernkwaliteiten van Harderwijk zichtbaar, te weten bos, water, historie en Dolfinarium; het ontwerp van een verwijsmast is hoogwaardig en voorziet in een goede ruimtelijke en architectonische afstemming op het bedrijf of de bedrijven waarbij de verwijsmast geplaatst wordt. Hoogwaardig betekent duurzame materialisering (geen kale betonnen paal met grote driehoekige reclameborden) en zorgvuldige afstemming op de omgeving. Ook is mogelijk dat de verwijsmast geïntegreerd wordt in een andere functie die bijdraagt aan het algemeen toeristische belang van Harderwijk. Hiermee wordt bedoeld dat de drager bijvoorbeeld bestaat uit een uitkijktoren of klimtoren; Voor verwijsmasten geldt dat er alleen reclame gemaakt mag worden voor diensten of producten die in het bedrijfspand of op het bedrijfsterrein plaatsvinden; de reclamemasten mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van reeds aanwezige architectuur (gebouwen), zichtlijnen en het ruimtelijke beeld; de masten passen in de schaal en de sfeer van de omgeving; verhoudingsgewijs dient de hoeveelheid reclame-uitingen per reclamemast zorgvuldig te zijn ingepast en afgestemd op het ontwerp van de reclamemast. Vormgeving en kleurstelling Het integreren van de reclamemast in een andere functie verdient de voorkeur; voor reclamemasten geldt een duurzame en hoogwaardige materialisering, bijvoorbeeld in de vorm van cortenstaal of hout. Cortenstaal heeft een roestbruine kleur, die goed aansluit bij het bosachtige karakter van de Veluwe (ook diverse accenten in viaducten van de N302, de Botterbrug en de fietsbrug bij de N302 kennen deze materialisering); het ontwerp van de mast zelf mag geen felle of contrasterende kleuren bevatten; de kleurstelling van het ontwerp van de mast zelf is in kleuren afgestemd op de natuurlijke waarden van Harderwijk (bos en water). Criteria uitkijktoren Van der valk Er moet sprake zijn van een geïntegreerd ontwerp. Het bouwwerk dient een functie te hebben en mag niet alleen een middel zijn om reclame op hoogte te brengen: het bouwwerk moet op zichzelf architectonische kwaliteit uitstralen, in lijn met de functie (naast de functie van reclamedrager); het geheel moet een geïntegreerd ontwerp opleveren, waarin het reclame-onderdeel (logo) en het bouwwerk als geheel ontworpen zijn en niet een 'toevallige' samenkomst van twee delen; wat betreft materiaal en kleur moet aansluiting worden gezocht bij de kunstwerken van de N302 (deze zijn afgewerkt in Cortenstaal); omdat de locatie is gelegen op de grens tussen stad en Veluwe moeten materiaal en kleur worden afgestemd op de omgeving; reclame-onderdelen onder aan de toren dienen zich tussen de 2 en 7 meter hoogte vanaf maaiveld te bevinden en als een geïntegreerd onderdeel ontworpen te worden; toegestane reclame: één grote reclame-uiting die vanaf de snelweg waarneembaar is met een maximale afmeting van 7 meter hoog en die het bouw vlak niet overschrijdt; Er is sprake van maximaal twee banners, welke een maximale maatvoering van 2300x1600 mm (hxb) hebben criteria woonschepen Visserhaven. de vormgeving dient afgestemd te zijn op het historische aanzien van de haven; diversiteit in de achterpanelen van de woonschepen, welke vanaf de Havenkade zichtbaar zijn de woonark dient op zichzelf een kwaliteitsverbeterende invloed te hebben Criteria voor dakkapellen een dakkapel is ondergeschikte toevoeging in het dak bij voorkeur aan de achterdakvlak of zijdakvlak die niet gekeerd is gekeerd naar de openbare weg/groen Het silhouet en karakteristiek van het oorspronkelijk dak moet herkenbaar blijven een dakkapel moet afgestemd zijn op de onderliggende gevel bij meerdere dakkappellen in hetzelfde pand en/of bouwblok, moeten de dakkappelen samenhang hebben het materiaal en kleurgebruik is afgestemd op het hoofdgebouw

Rechtspraak bij dit artikel