1. Indien door technische redenen een raadslid onverhoopt niet in staat is geweest zijn
stem uit te brengen, gaat de voorzitter door naar het volgende raadslid en keert bij het raadslid terug nadat alle overige raadsleden hun stem hebben uitgebracht. Indien ook op dat moment de technische problemen nog niet zijn verholpen, wordt de stemming gesloten.
2. Indien de voorzitter (of griffier) de wilsuitdrukking van een raadslid door technische
redenen niet heeft kunnen vaststellen, heeft dit raadslid niet deelgenomen aan de
stemming.