1. Na het afleggen van eventuele stemverklaringen, inventariseert de voorzitter of er

behoefte is aan stemming. Indien een raadslid stemming wenst, maakt hij dit kenbaar door zichtbaar in beeld zijn hand op te steken en meldt dit mondeling bij de voorzitter. Indien geen stemming wordt gevraagd, wordt geacht het voorstel unaniem te zijn aangenomen.

2. Als door 1 of meer raadsleden om stemming wordt gevraagd, vindt stemming in een video-vergadering hoofdelijk plaats, tenzij de techniek digitale stemming op afstand mogelijk maakt. Bij hoofdelijke stemming wordt als volgorde fractiegrootte aangehouden, steeds beginnend bij de fractievoorzitter. In aanvulling op het uitspreken van ‘voor’ of ‘tegen’ ook de duim omhoog (voor) of omlaag (tegen) spreekt.