1. Raadsleden en burgerleden maken gebruik van eigen ICT-middelen of middelen die in bruikleen zijn gegeven door de gemeente. Deze voorzieningen bieden voldoende technische mogelijkheden om volwaardig deel te kunnen nemen aan een video-vergadering.

2. Deelnemers aan de video-vergadering zijn zelf verantwoordelijk voor een stabiele internetverbinding.

3. Indien een deelnemer onverhoopt een technische storing heeft en het lukt niet om weer toegang tot de video-vergadering te krijgen, kan een fractiegenoot hem vervangen bij beeld- of oordeelsvormende bijeenkomsten. Als het tijdens de besluitvorming voorkomt, kan het betekenen dat hij geen gebruik kan maken van zijn stemrecht.