Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Mondelinge behandeling van het verzoek

Onderdeel van Reglement regionale cao-geschillencommissie Netwerkregio Ede- Arnhem-Nijmegen-Achterhoek

1.. De commissie is bevoegd te onderzoeken of het geschil in der minne kan worden opgelost. Zij kan partijen oproepen, zo nodig onder het stellen van een termijn, over een mogelijke oplossing in der minne met elkaar in overleg te gaan. 2.. Tijdens de mondelinge behandeling kan de commissie proberen een minnelijke schikking tussen de werkgever en de werknemer te bereiken. De commissie kan daartoe de behandeling aanhouden en partijen een termijn voor beraad geven. 3.. De commissie hoort partijen voordat zij advies uitbrengt. 4.. Het horen vindt slechts plaats in aanwezigheid van tenminste één lid en de voorzitter. 5.. Het horen vindt plaats in het kantoor van de gemeente Arnhem. 6.. De secretaris stelt partijen en betrokkenen in kennis van het tijdstip waarop en de plaats waar het horen plaatsvindt. Dit gebeurt ten minste acht dagen voor de aanvang van de hoorzitting. Ook worden dan alle in het bezit van de commissie gekomen stukken toegestuurd, voor zover deze niet reeds eerder zijn verstuurd. 7.. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid. Het bevat verder een beknopte weergave van het ter zitting verhandelde. 8.. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden die aan het verslag worden gehecht. 9.. Het verslag wordt opgemaakt onder verantwoordelijkheid van de commissie en ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. 10.. Partijen en betrokkenen zijn verplicht alle gevraagde informatie te verschaffen aan de commissie. Aan het verschaffen van informatie kan een termijn worden gesteld. 11.. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders besluit. 12.. De commissie kan een gecombineerde behandeling van meerdere geschillen aan de werknemer(s) voorleggen. 13.. De commissie vergadert indien nodig volgens een vooraf opgestelde jaarplanning. 14.. De commissie kan besluiten na de vergadering en voordat het advies is vastgesteld, een nader onderzoek te houden. 15.. In het kader van het nadere onderzoek kunnen een of meer nieuwe hoorzittingen worden belegd.

Rechtspraak bij dit artikel