1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de inwoner goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud daarvan.

2.. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het eerste lid vaststellen op basis van een offerte.

3.. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • - formele ondersteuning
  • - informele ondersteuning

4.. De hoogte van het pgb voor formele ondersteuning is gebaseerd op het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura (berekend met behulp van het tariefmodel sociaal domein Achterhoek), waarbij het tarief met 15% voor overhead naar beneden is bijgesteld, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht.

5.. De hoogte van het pgb voor informele ondersteuning voor begeleiding en logeren is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, vakantie-uren en sociale lasten, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.

4.. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in lid 3 onder b bedraagt voor huishoudelijke hulp minimaal het wettelijk minimum loon.

5.. Het persoonsgebonden budget is toereikend om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en is in redelijkheid geschikt voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend.

6.. Het college kan in het Financieel Besluit nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget.