1.. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget, zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening in natura of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

2.. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de inwoner van deze voorziening gebruik maakt.

3.. De bij verordening aangewezen algemene voorziening is de Mantelzorgregeling.

4.. De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen bedraagt € 19,00 per maand.

5.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid van de wet geldt voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer het volgende: de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer is een jaarlijkse bijdrage, plus per rit een opstaptarief, plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers zoals benoemd in het financieel besluit. Het in de regio geldende opstaptarief + het kilometertarief worden betaald aan Zoov (op Maat), de jaarlijkse bijdrage wordt geïnd door de gemeente Berkelland.

6.. De kostprijs van een:

  • - Maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
  • - Maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom). De kostprijs is inclusief de kosten van beheer en onderhoud.
  • - Maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van de kosten voor die voorziening in natura.

7.. De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorziening dan wel een pgb voor opvang worden door het Centraal Administratie Kantoor vastgesteld en geïnd

8.. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, is de bijdrage verschuldigd door:

  • - de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en
  • - degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner.

9.. Voor de volgende voorzieningen wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht;

  • - Rolstoelen
  • - Sportvoorzieningen
  • - Ondersteuning bij verhuizing en (her) inrichting