Naar hoofdinhoud

Artikel 4.3

Woongebied

Onderdeel van Verkeersvisie 2030 gemeente Eersel

In de woongebieden heeft de verblijfsfunctie de hoogste prioriteit. Woongenot en leefbaarheid gaan boven de verkeersfunctie in de fysieke ruimte. De voetganger en de fietser zijn belangrijker dan gemotoriseerd verkeer. De openbare ruimte richten we zodanig in, dat in deze gebieden de nadruk minder op de auto ligt. Zo werken we aan een veilige en leefbare omgeving. Ruimte voor de voetganger Binnen de woongebieden geven we ruimte aan de voetganger. We zorgen dat trottoirs en voetpaden voldoende breed en zo toegankelijk mogelijk zijn voor iedereen. We sluiten aan bij de uitgangspunten uit VN-verdrag Handicap . Dit doen we onder andere door extra te handhaven op parkeren op de stoep, nu leidt dat tot ergernis en onveilige situaties. Ook zetten we in op goed onderhoud om overwoekering, etc. tegen te gaan. Toegankelijkheid bieden we middels voldoende brede trottoirs met aandacht voor te steile hellingen. Zeker bij de realisatie van nieuwe trottoirs en bij onderhoud houden we bij inritten, waar hellingen voorkomen, rekening met voldoende vlakke rest-breedte. Ook zorgen we voor een goede kwalitatieve uitstraling van de trottoirs. Binnen woongebieden pakken we ontbrekende verbindingen aan door het realiseren van nieuwe trottoirs en/of voetpaden. Bij erftoegangswegen type 1 en andere doorgaande wegen door de kern streven we naar een trottoir of voetpad aan minimaal één zijde van de weg. Voor erftoegangswegen type twee, met een zeer beperkte verkeersintensiteit en smal wegprofiel, is maatwerk mogelijk afhankelijk van de lokale situatie. Dit kan inhouden dat niet overal een trottoir langs een weg nodig is. Binnen de woongebieden is door de gemeente Eersel een kwaliteitsslag te maken voor voetpaden en trottoirs. Door opstuwing van wortels en achterstallig onderhoud is de kwaliteit op diverse locaties ondermaats. Het is wenselijk om dit structureel op te lossen in plaats van de huidige symptoombestrijding na melding. De kwaliteit van de voetgangersvoorzieningen gaan we borgen door structurele controles op de staat van het voetgangersnetwerk. Ruimte voor de fietser Langzaam verkeer heeft de prioriteit binnen de woongebieden. Meer fietsgebruik draagt bij aan een leefbare omgeving en draagt indirect bij aan de gezondheid van onze inwoners. De (elektrische) fiets neemt een steeds groter aandeel in het woon-werkverkeer in. We vinden het van belang om de woongebieden via korte en makkelijke routes te ontsluiten op het regionale fietsnetwerk. We verbinden de ontbrekende schakels. Zo faciliteren we de bereikbaarheid naar de lokale en regionale bedrijventerreinen alsmede de regionale bereikbaarheid per fiets. De fietsvoorzieningen en routes richten we verkeers- en sociaal veilig in. We volgen hierin de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. Het algemeen uitgangspunt van Duurzaam Veilig is dat op wegvakken met een (gedeeltelijke) stroomfunctie voor het gemotoriseerd verkeer (gebiedsontsluitingswegen) specifieke fietsvoorzieningen zijn vereist. Op wegvakken met een erftoegangsfunctie voor het gemotoriseerd verkeer zijn, vanwege de lage snelheid van de motorvoertuigen, in principe om redenen van verkeersveiligheid geen fietsvoorzieningen nodig. In dat geval is mengen mogelijk. Bij hoge intensiteiten van gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer zijn wel fietsvoorzieningen wenselijk. Om alle doelgroepen goed en veilig te kunnen faciliteren, gaan we per gebiedstype de fietser faciliteren om de verplaatsing zo goed en veilig mogelijk te laten plaatsvinden. In woongebieden verplaatst de fietser zich voornamelijk op de rijbaan. Hiervoor hoeven we geen specifieke voorzieningen aan te brengen, in 30 km/uur gebieden rijdt de fiets in principe op de rijbaan. Auto ook in het woongebied te gast De auto blijft welkom in de woongebieden, maar wel met gereduceerde snelheid. We zetten in op een maximumsnelheid van 30 km/uur in de woongebieden. Ook doen we een appèl op het gedrag van de weggebruiker om samen te komen tot een veilige en leefbare omgeving. In het woongebied ontmoedigen we doorgaand sluipverkeer middels een herkenbare inrichting. Op locaties waar (structureel) onveilige situaties ontstaan door overtreding van de maximum snelheid realiseren we gepaste snelheidsremmende maatregelen. Dit kan zijn door inzet op handhaving of het aanbrengen van gepaste fysieke maatregelen. Zo willen we verkeersremmende maatregelen bij de entree van kernen op minimaal de erftoegangswegen type 1 en gebiedsontsluitingswegen. In de toekomst bieden wellicht andere innovatieve en/of technologische ontwikkelingen een oplossing. Deze ontwikkelingen houden we in de gaten. Parkeren in woongebieden Binnen de gemeente Eersel parkeren we als inwoner bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de eigen woning. Waar mogelijk parkeren inwoners op eigen terrein door gebruik van inrit of garage. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie, duurzaamheid en een aantrekkelijk straatbeeld zijn we geen voorstander van parkeren in de voortuin. Hierbij houden we rekening bij de besluitvorming over aanvragen voor aanleg en/of verbreding van inritten. Voor het parkeren in de openbare ruimte faciliteren we in voldoende parkeergelegenheid. Het geldende parkeerbeleidsplan is leidend. Bij nieuwbouw- en transformatieprojecten zorgen we voor voldoende parkeerplaatsen. We actualiseren tijdig en met gepaste frequentie de parkeernormen. Nieuwe ontwikkelingen toetsen we aan actuele parkeernormen. We staan open voor (innovatieve) plannen om op basis van maatwerk nieuwe ontwikkelingen en transformaties mogelijk te maken. Dit kan variëren van centrale parkeervoorzieningen tot deelauto concepten, mits voorzien van een gedegen onderbouwing. Wanneer een conflict ontstaat tussen de behoefte aan parkeerruimte en de verblijfskwaliteit in de openbare ruimte, geven we de voorkeur aan een leefbare omgeving met als mogelijk gevolg dat niet elke inwoner dicht bij de eigen woning kan parkeren. Meer elektrische voertuigen zorgen voor minder geluidsoverlast en uitstoot en komen zodoende de leefbaarheid ten goede. We stimuleren elektrisch rijden door de realisatie van laadmogelijkheden in de openbare ruimte te ondersteunen. We maken ons sterk voor een samenhangend beleid met aandacht voor tarifering, locatie laadpalen en verminderen van overlast. Sluipverkeer Doorgaand verkeer in woongebieden vinden we tot op zekere hoogte niet gewenst. De prioriteit ligt bij verblijven en niet op doorgaand verkeer. Binnen de (kleine) kernen van de gemeente Eersel wordt overlast door sluipverkeer ervaren. Vooral in Steensel, Knegsel, Vessem en Wintelre zorgt dit voor een afname van leefbaarheid en veiligheid in woongebieden. Binnen deze kernen wordt een te hoge intensiteit in combinatie met slecht weggedrag ervaren. We zetten gericht in op het verminderen van deze overlast. Wel willen we de overlast objectiveren. Hiervoor werken we voor de kleine kernen in regionaal verband aan maatwerkoplossingen per kern. We willen het autoverkeer over de daarvoor geschikte routes leiden, zoals de N284, N397, A67, A58 en de Randweg Eindhoven A2/N2. en niet door onze kernen. Daarvoor zijn, naast oplossingen in de kernen zelf, structurele oplossingen noodzakelijk op de gebiedsontsluitende wegen en de stroomwegen. We monitoren de ontwikkelingen op de (eventuele toename van) verkeersbewegingen bij de realisatie van de N69 met de nieuwe af-/toerit op de A67. Zo sorteren we tijdig voor op mogelijke maatregelen om verwachte overlast te reduceren. We proberen in een vroegtijdig stadium aan te sluiten op het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) onderzoek voor de randweg Eindhoven en andere regionale/provinciale programma’s als SmartwayZ.NL. Binnen de kern Eersel wordt overlast ervaren van sluipverkeerdoor (zwaar)verkeer door de woongebieden rondom het centrumgebied. We gaan daarom na wat een goede en gewenste verkeerstroom is met een goede mix tussen leefbaarheid en bereikbaarheid.

Rechtspraak bij dit artikel