Bij het onderzoek naar de vraag of jeugdhulp nodig is, moet de medewerker van het Kernpunt onder meer onderzoeken in hoeverre de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s) het probleem op ‘eigen kracht’ kunnen oplossen. ‘Eigen kracht’ kan verschillende zaken inhouden, zoals:
het aanspreken van een aanvullende verzekering;
het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk;
mogelijkheden van de ouder zelf.
Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden. Bovengebruikelijke hulp kan in beginsel van ouder(s)/verzorger(s) worden verwacht (zie §6.1).
De medewerker van het Kernpunt zal in het onderzoek naar de vraag of ouders voldoende “eigen kracht” hebben om het probleem zelf op te lossen, de onderstaande vragen beoordelen:
is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden;
is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden;
levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op;
ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden (aansluiten bij de NIBUD-normen ECLI:NL:RBROT:2019:52).
Wanneer vraag 1 en 2 met ‘ja’ beantwoord worden en vraag 3 en 4 met ‘nee’, dan hoeft de gemeente geen jeugdhulp (al dan niet in de vorm van een PGB) in te zetten.
De volgende punten zijn van belang bij het onderzoek naar de factoren van de eigen kracht bij ouders:
de behoefte en de mogelijkheden van de jeugdige;
de voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;
de mogelijkheden, de draagkracht en belastbaarheid van ouders/het netwerk (bijlage 2);
de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;
bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning;
het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. De mogelijkheid om over een inkomen te beschikken is van belang bij de vraag of sprake is van voldoende eigen probleemoplossend vermogen.
Uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie CRVB 17-07-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362) volgt dat in ieder geval (indirect) de financiële draagkracht van ouders een rol speelt bij de vraag of voldoende sprake is van eigen kracht van ouders. De mogelijkheid om over een inkomen te beschikken is immers van belang bij de vraag of sprake is van voldoende probleemoplossend vermogen.
Financiële draagkracht vervoer
Gelet op de hiervoor genoemde CRvB-uitspraak zal in principe van ouders mogen worden verwacht dat ze hun kind zelf vervoeren als ze dat kunnen en hiervoor ook beschikbaar zijn. Maar kunnen ze dat niet in verband met de financiële situatie, dan zal waarschijnlijk sprake zijn van onvoldoende eigen kracht. Overigens mag in zo’n geval wel van ouders worden verwacht dat ze inzicht geven in hun financiële situatie, zodat het college ook kan toetsen of inderdaad sprake is van eigen kracht.
NIBUD normen
Het college zoekt bij het beoordelen van de vraag of er financiële problemen ontstaan aansluiting bij de normen vanuit het NIBUD. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de expertise van de consulenten bijzondere bijstand en/of schuldhulpverlening. Zij kunnen bijvoorbeeld een financieel advies geven waarin aan de hand van de rekentool van het NIBUD, het persoonlijk budgetadvies, berekeningen over het gezinsinkomen worden uitgewerkt. Bij de berekeningen wordt rekening gehouden met de kinderbijslag, mogelijke toeslagen en het kindgebonden budget.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4