Naar hoofdinhoud

Paragraaf 8

Artikel 14.8.3

VERBORGEN CAMERATOEZICHT

Onderdeel van 4e Wijziging in het Personeelsreglement van de gemeente ‘s-Hertogenbosch

Bij (ernstige vermoedens van) diefstal, verduistering en vernieling van goederen of ander strafbare feiten dan wel (zeer) ernstig plichtsverzuim kan gebruik gemaakt worden van verborgen cameratoezicht. Dit is alleen toegestaan als er een data protection impact assessment (DPIA) is uitgevoerd en is voldaan is aan de volgende voorwaarden: De directeur van desbetreffende sector (of zijn vervanger) moet, namens werkgever, de opdracht tot het plaatsen van de verborgen camera’s geven; andere minder vergaande maatregelen om de diefstal, andere strafbare feiten of het (zeer) ernstige plichtsverzuim op te sporen, werk(t)en niet ofwel niet afdoende; de verborgen camera’s worden slechts tijdelijk en in ieder geval niet langer dan noodzakelijk ingezet; het gebruik van verborgen cameratoezicht vindt zodanig plaats dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van werknemers zo klein mogelijk is; de directeur van de desbetreffende sector (of zijn vervanger) moet, namens werkgever, een beperkt aantal werknemers aanwijzen die inzage heeft in de camerabeelden; de camerabeelden worden niet gebruikt voor andere doeleinden dan het opsporen van strafbare feiten als diefstal, verduistering en vernieling van goederen en het vaststellen van (zeer) ernstig plichtsverzuim; de betrokken werknemer(s) en de sectorale ondernemingsraad worden achteraf geïnformeerd over de inzet en de resultaten van verborgen cameratoezicht. Jaarlijks, in het eerste kwartaal, wordt gerapporteerd aan de betreffende sectorale ondernemingsraad over eventueel toegepast heimelijk cameratoezicht in het voorafgaande jaar voor zover dat toezicht ook in dat jaar beëindigd is. Daarbij wordt in ieder geval de aard, frequentie en lengte van het toezicht vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel