Naar hoofdinhoud
3.2.1 Inleiding Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening met de daarbij behorende Invoeringswet in werking getreden. De nieuwe wet voorziet in een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten. Kortweg gezegd komt de stelselwijziging voor de provincies erop neer dat het streekplan als beleidsdocument en het goedkeuringsvereiste voor gemeentelijke bestemmingsplannen zijn komen te vervallen. Voor het streekplan komt de provinciale structuurvisie in de plaats. Hierin legt de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vast en moet zij tevens aangeven hoe zij deze visie denkt te realiseren. De structuurvisie is uitsluitend zelfbindend. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid naar de gemeenten toe staan de provincie diverse juridische instrumenten ter beschikking, zoals een provinciale ruimtelijke verordening (PRV). 2.3.2 Structuurvisie Noord-Holland 2040 en Provinciale Ruimtelijke Verordening In de Structuurvisie Noord-Holland 2040 is het provinciaal ruimtelijk beleid verwoord. In de bijbehorende Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is dit naar regels vertaald. Het betreft regels over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De PRVS is onderverdeeld naar een aantal hoofdstukken: Regels voor het hele provinciale grondgebied; Regels voor bestaand bebouwd gebied; Regels voor het landelijk gebied; De groene ruimte; De blauwe ruimte; Energie. Op de bij de structuurvisie en PRV behorende kaarten staat aangegeven welke thema’s waar van toepassing zijn. Voor het plangebied zijn de volgende thema’s aan de orde: Bestaand bebouwd gebied (BBG); Landelijk gebied; Ecologie; Landbouwgebieden; Primaire waterkering; Regionale waterkering; Strandzonering; Aardkundig waardevolle gebieden; Kleinschalige oplossingen voor duurzame energie; Regels voor het hele provinciale grondgebied (H2, artikelen 2 tm 8) Aardkundig monument In de PRV zijn de gronden van de Waddnzee die gelegen zijn tegen het verordeningsbied aangewezen als Aardkundig monument en Aardkundig waardevol gebied. Deze gronden lopen op grond van de onderstaande verbeelding voor een deel over het verordeningsgebied ter plekke van het overgangsgebied t’ Kuitje. (zie onder). In het bestemmingsplan Oostoever 2004 waarna de beheersverordening ten aanzien van zijn regelgeving verwijst is dit gebied als Boezemkering en Zeewering bestemd. Als gevolg hiervan is geen bebouwing toegestaan anders dan ten behoeve van de waterkering. Voor deze gronden zijn in het bestemmingsplan nadere regels opgenomen ten aanzien van het uitvoeren werkzaamheden gelegen in de ondergrond, die tot gevolg hebben dat de ondergrond geroerd wordt en die daardoor ook de aardkundige waarden beschermen. Aardkundig monument en waardevol gebied Bestaand bebouwd Gebied (BBG) (Hoofdstuk 3, art 9 tm 11 PRVS) Het plangebied is grotendeels gelegen binnen bestaand bebouwd gebied.(zie figuur hieronder-roze). De verordening geeft aan dat gemeenten bij de ruimtelijke invulling van gebieden binnen bestaand bebouwd gebied een grote mate van beleidsvrijheid hebben. Binnen het plangebied heeft de ruimteverdeling al plaatsgevonden. Alle bebouwing (verstedelijking) vindt plaats binnen de BBG gebieden. Hiermee voldoet de beheersverordening op dit punt aan de PRV. Landelijk Gebied (Hoofdstuk 4, art 12 tm 18 PRVS) De gebieden welke niet zijn aangewezen als BBG zijn aangeduid als Landelijk gebied. (zie figuur hieronder). Binnen dit gebied geldt een verbod op het aanleggen van bedrijventerreinen en kantoorlocaties, nieuwe woningbouw, nieuwe landgoederen en overige vormen van verstedelijking. Binnen de als Landelijk gebied aangewezen gebieden liggen in het verordeningsgebied natuurgebieden, de primaire- en secundaire waterkering en water. Hiermee voldoet de beheersverordening aan de PRV. De groene ruimte (hoofdstuk 5, art 19 tm 28 PRVS) Het hoofdstuk groene ruimte is onder te verdelen in 5 titels te weten Ecologische hoofdstructuur; Unesco-erfgoederen; Bufferzones; Weidevogelgebieden en Landbouw. Voor het beheersgebied zijn de titels ecologische hoofdstructuur en Landbouw van toepassing. Ecologische hoofdstructuur (EHS) tegenwoordig Nationaal Natuur Netwerk (NNN) Het gebied gelegen binnen de Ecologische hoofdstructuur is hieronder (in groen) weergegeven. Hoewel de bovengenoemde kaart doet vermoeden dat alle gebieden zijn gelegen net buiten het verordeningsgebied geeft de kaart uit net Nationaal Natuur Netwerk aan dat de primaire waterkering en het natuurgebiedje in het zuiden van het plangebied wel als natuur gezien moet worden (beide als groen aangegeven). Kaart NNN (EHS) bron Natuurbeheersplan 2015 en 2016 Voor deze gronden geldt dat deze de bestemming Natuur dienen te krijgen indien de natuurfunctie is gerealiseerd. Indien de natuurfunctie nog niet is gerealiseerd dienen de gronden voorzien te worden van een wijzigingsbevoegdheid waarmee burgemeester en wethouders de bestemming wijzigen in een natuurbestemming op het moment dat de natuurfunctie is gerealiseerd. In het onderliggende bestemmingsplan Oostoever 2004 waarna de beheersverordening verwijst zijn de gronden in het zuiden van Oostoever aangewezen als natuurgebied. Het dijklichaam van de primaire waterkering is aangewezen als EHS (NNN). Het betreft een dijk die aan landzijde ingezaaid is met gras en aan de zeezijde uitsluitend bestaat verharding. In overeenstemming met de exclaveringsformule Natura 2000 behoren deze gebieden gezien de verharding niet tot het Natuurgebied (EHS/NNN). Hiermee voldoet het plan en daardoor de verordening aan de PRV. Landbouw Op grond van de onderstaande verbeelding blijkt dat de gronden buiten het industriegebied zijn aangewezen als behorende tot de zone grootschalige landbouw. Binnen het verordeningsgebied zijn geen agrarische bedrijven gevestigd. Ook komen de gebieden wegens de Natuurbelangen en als onderdeel van de primaire- en secundaire waterkering niet in aanmerking voor grootschalige landbouw. Deze zijn dan ook niet opgenomen in het bestemmingsplan waarna de beheersverordening verwijst. Hiermee voldoet het plan op dit punt aan de PRVS. Blauwe Ruimte (Hoofdstuk 6, art 29 tm 31 PRVS) Primaire waterkering (donker blauw) en Secundaire waterkering (licht blauw) Binnen het plangebied zijn primaire- en secundaire waterkeringen gelegen. Op grond van de PRV dient een primaire waterkering aan landzijde een vrijwaringszone van 100 meter te worden opgenomen waarbinnen uitsluitend bebouwing is toegestaan indien er naar het oordeel van de waterbeheerder sprake is van een niet-omkeerbare situatie waarbij een toekomstige versterking van de dijk niet wordt belemmerd. De beheersverordening legt slechts de bestaande situatie vast zoals deze planologisch mogelijk was in het voorliggend bestemmingsplan Oostoever 2004. Ook dit plan voorzag niet in planologische mogelijkheden voor nieuwbouw in en bij de zeeweringen. Hierdoor is de beheersverordening ook op dit punt in overeenstemmingen met de PRV. Energie (hoofdstuk 7, art 32 en 33) Windturbines (art 32 PRV) (diagonale arcering) Binnen de gebieden met een diagonale arcering mogen onder voorwaarden windturbines geplaatst worden. In het plangebied zijn thans geen windturbines mogelijk en ook in het onderliggende bestemmingsplan “Oostoever 2004” zijn geen windturbine toegestaan. In een beheerverordening mogen geen nieuwe ontwikkelingen zoals het plaatsen van windturbines mogelijk worden gemaakt. De beheersverordening is daarom in overeenstemming met de PRVS. Kleinschalige oplossingen voor duurzame energie (art 33 PRVS) (groen) Gesteld wordt dat bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, warmte- en koudeopslag en aardwarmte, zonne-energie en biomassa. In het onderhavige geval worden gezien de conserverende aard van de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. De verordening is daarom in overeenstemming met de PRV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel