Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2

De schil- en woonwijken

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oldenzaal houdende regels omtrent parkeren

Doelstelling Waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de leefbaarheid in de binnenstad en omliggende wijken Maatregelen Zone vergunninghouders: instellen bij verzoek en voldoende draagvlak Blauwe zone (parkeerschijfzone): instellen bij hoge parkeerdruk en voldoende draagvlak in gebieden met een gemengde woon- en winkelfunctie Heldere gebiedsafbakening Uitbreiden parkeercapaciteit bij financiële en ruimtelijke mogelijkheid Zone vergunninghouders: instellen bij verzoek en voldoende draagvlak In gebieden met een duidelijke woonfunctie rondom het centrum ligt de prioriteit bij bewoners en hun bezoekers. De mogelijke gevolgen van ontwikkelingen in de binnenstad willen we niet afwentelen op de schilwijken. In het verleden is daarom gekozen voor het instellen van de zone vergunninghouders. Deze regeling willen wij transparanter maken. Uitgangspunt bij parkeerregulering is dat deze uitsluitend wordt ingevoerd wanneer een meerderheid van de belanghebbenden daarvoor kiest. Dit betekent dat bij een vastgestelde parkeerdruk van 90% of meer aan de belanghebbenden van het gebied een in te voeren regeling wordt voorgelegd in de vorm van een draagvlakmeting. Bij een nader te bepalen meerderheid van voorstanders wordt de regeling gerealiseerd. Als een meerderheid ontbreekt, wordt niet tot regulering overgegaan. In het huidige beleid is aangegeven dat de bewoners de mogelijkheid hebben om een zone voor vergunninghouders bij de gemeente aan te vragen. De wijze waarop dat moet gebeuren en op welk moment invoering van een zone mogelijk is, willen wij aan de hand van de onderstaande punten verduidelijken. Er is sprake van een parkeerprobleem als de auto van een bewoner niet binnen een loopafstand van 100 m kan worden geparkeerd van de bestemming. In dat geval wordt onderzocht of er aanvullende maatregelen mogelijk zijn. Dat gebeurt als volgt: De invoering van parkeren voor vergunninghouders is eventueel mogelijk als maatwerk per straat, mits de meerderheid van de bewoners van deze straat daarmee kan instemmen. “Meerderheid voor‟ betekent in deze context dat tenminste de helft van de bewoners (op adres niveau) voor invoering van parkeerregulering is. Het initiatief ligt dus in eerste instantie bij de aanvrager. Samen met de straat vraagt deze persoon (of personen) een parkeeronderzoek bij de gemeente aan en checkt hij/zij of er initieel draagvlak is. De gemeente ondersteunt de aanvrager in dit proces. Een lijst met handtekeningen toont bijvoorbeeld aan of er wel of geen draagvlak is. Hieruit moet blijken of het probleem kenmerkend is voor de straat of het gebied of dat het probleem slechts door enkele bewoners wordt ervaren. De gemeente geeft toelichting op het mogelijk in te voeren regime en de consequenties. Op deze manier is degene die de handtekening zet, goed geïnformeerd. Bij het parkeeronderzoek wordt op verschillende tijden de bezettingsgraad gemeten. Het gebied en het juiste moment om de parkeerdruk te meten worden door de gemeente aangegeven. We spreken van een hoge parkeerdruk als op wekelijks terugkerende piekmomenten de bezettingsgraad boven de 90% ligt. De gemeente stelt daarna een concreet uitvoeringsprogramma op met daarin de doorlooptijden voor onder andere de invoering van het verkeersbesluit en bij vaststelling van het verkeersbesluit, de wijziging in het parkeersysteem om de vergunning zone in werking te stellen. Vervolgens gaat het voorstel de procedure van verkeersbesluit in waarna, als er geen gegronde zienswijzen worden ingediend, de maatregel ingevoerd kan worden. Blauwe zone (parkeerschijfzone): instellen bij hoge parkeerdruk en voldoende draagvlak in gebieden met een gemengde woon- en winkelfunctie In gebieden met een gemengde woon- en winkelfunctie rondom het centrum (figuur 9: begrenzing gebied rondom centrum waar zone vergunninghouders/blauwe zone mogelijk is), zoals Berghuizen-zuid of rondom Jumbo Kuipers, kan de invoering van parkeerregulering door middel van een blauwe zone een oplossing zijn in die situaties dat de parkeerdruk in de directe nabijheid van een wijkwinkelcentrum of supermarkt overdag groter is dan 90%. Met een blauwe zone worden langparkeerders geweerd. Bij het wijkwinkelcentrum of de supermarkt zijn hierdoor tijdens de piekmomenten meer parkeerplaatsen beschikbaar voor de bezoekers en bewoners. Voor bewoners in de blauwe zone bieden wij de mogelijkheid van een parkeerontheffing (en bijbehorende bezoekerspas) aan. De blauwe zone is een nieuwe vorm van parkeerregulering binnen Oldenzaal en werkt als volgt. Parkeren met een parkeerschijf is alleen mogelijk op parkeerplaatsen die gemarkeerd zijn met een blauwe streep. Het gebied wordt afgebakend met verkeersborden en binnen de blauwe zone is parkeren alleen mogelijk voor een nader te bepalen tijdsduur welke is aangegeven op de borden (bijvoorbeeld maximaal 2 uur). De beperking van de parkeerduur kan gelden gedurende een deel van de dag, bijvoorbeeld tijdens winkeltijden. De parkeerder moet met een parkeerschijf de begintijd van het parkeren aangeven. Een nadeel van de parkeerschijfzone is dat de handhaving van de parkeerschijfzone wel geld kost, terwijl er geen parkeerinkomsten tegenover staan. Een voordeel van een parkeerschijfzone is echter dat deze eenvoudig en zonder grote investeringen in te voeren is. De voor- en nadelen zijn hieronder op een rij gezet. Voordelen: Een betere verdeling van de parkeerdruk door het scheiden van kort en lang parkeren; De mogelijkheid bestaat om te sturen in de maximale parkeertijd; Parkeren blijft gratis; Het is mogelijk om binnen de zone bewoners (en hun bezoek) toe te staan aan de hand van vergunningen; Het is eenvoudig en zonder hoge investeringskosten uit te voeren; De toegestane parkeertijd is meestal voldoende om rustig te kunnen winkelen. Nadelen: Geen parkeerinkomsten; De vergoedingsregeling (€ 25, - per boete) gemeenten voor handhaving is onvoldoende om de kosten voor handhaving te kunnen dekken; Begintijd op de schijf hoeft niet exact te worden aangegeven; Handhaving enkel mogelijk als de toegestane parkeerduur erg duidelijk is overschreden; Het systeem is fraudegevoeliger in vergelijking met betaald parkeren (doordraaien van de schijf). De reguleringstijden moeten aansluiten bij de momenten waarop zich parkeerproblemen (kunnen) voordoen. In de regel is dat tijdens winkelopeningstijden waarbij op basis van resultaten van een parkeerdrukmeting de exacte periode kan worden bepaald. Het is wenselijk om de reguleringstijden en maximale parkeerduur zoveel mogelijk uniform te houden binnen de gemeente. Dit zorgt voor duidelijkheid richting de parkeerders. Voor een parkeerschijfzone zullen in principe de volgende uitgangspunten gelden: Maximale parkeerduur: 2 uur; Reguleringsperiode: maandag tot en met zaterdag van 09.00–18.00 uur (later tijdstip mogelijk indien behoefte uit parkeerdruk meting blijkt); Ontheffingen voor bewoner (en mogelijkheid voor bezoekerskaart). In de blauwe zone kan men (zonder ontheffing) maximaal 2 uur parkeren met een parkeerschijf. Met een ontheffing kan een bewoner onbeperkt staan. Bewoners die een ontheffing voor de blauwe zone hebben, kunnen ook aanspraak maken op een bezoekerskaart, zodat zij bezoek kunnen ontvangen. Uitgangspunt bij parkeerregulering in de vorm van een blauwe zone, is dat deze uitsluitend wordt ingevoerd wanneer een meerderheid van de belanghebbenden daarvoor kiest. Dit betekent dat bij een vastgestelde parkeerdruk van 90% of meer aan de belanghebbenden van het gebied een in te voeren regeling wordt voorgelegd in de vorm van een draagvlakmeting. Bij een nader te bepalen meerderheid van voorstanders wordt de regeling gerealiseerd. Als een meerderheid ontbreekt, wordt niet tot regulering overgegaan. De wijze waarop en op welk moment invoering van een blauwe zone mogelijk is willen wij aan de hand van de onderstaande punten verduidelijken. Er is sprake van een parkeerprobleem als in het gebied rondom een wijkwinkelcentrum of supermarkt de parkeerdruk tijdens winkeluren gelijk of hoger ligt dan 90%. In dat geval wordt onderzocht of er aanvullende maatregelen mogelijk zijn en dat gebeurt als volgt: In eerste instantie wordt gekeken of uitbreiding van parkeervoorzieningen mogelijk is en of hiermee de parkeerdruk voldoende daalt. De invoering van een blauwe zone is eventueel mogelijk in een gebied rondom het winkelcentrum of supermarkt als maatwerk per straat, mits de meerderheid van de bewoners van deze straat daarmee kan instemmen. “Meerderheid voor‟ betekent in deze context dat tenminste de helft van de bewoners (op adres niveau) voor invoering van parkeerregulering is. Het initiatief ligt dus in eerste instantie bij de aanvrager. Samen met de straat vraagt deze persoon (of personen) een parkeeronderzoek bij de gemeente aan en checkt hij/zij of er initieel draagvlak is. De gemeente ondersteunt de aanvrager in dit proces. Een lijst met handtekeningen toont bijvoorbeeld aan of er wel of geen draagvlak is. Hieruit moet blijken of het probleem kenmerkend is voor de straat of het gebied of dat het probleem slechts door enkele bewoners wordt ervaren. De gemeente geeft toelichting op het mogelijk in te voeren regime en de consequenties. Op deze manier is degene die de handtekening zet, goed geïnformeerd. Bij het parkeeronderzoek wordt op verschillende tijden de bezettingsgraad gemeten. Het gebied en het juiste moment om de parkeerdruk te meten, worden door de gemeente aangegeven. We spreken van een hoge parkeerdruk als op wekelijks terugkerende piekmomenten (winkeltijden) de bezettingsgraad boven de 90% ligt. De gemeente stelt daarna een concreet uitvoeringsprogramma op met daarin de doorlooptijden voor onder andere de invoering van het verkeersbesluit en bij vaststelling van het verkeersbesluit, de wijziging in het parkeersysteem om de blauwe zone in werking te stellen. Vervolgens gaat het voorstel de procedure van verkeersbesluit in waarna, als er geen gegronde zienswijzen worden ingediend, de maatregel ingevoerd kan worden. Heldere gebiedsafbakening Voor de verschillende zones wordt voor een duidelijke en logische begrenzing van het gebied gekozen. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van (natuurlijke) barrières zoals een spoorlijn en hoofdwegenstructuur. Een parkeerreguleringsgebied is bij voorkeur een cluster van straten. Parkeerregulering in één straat wordt zoveel mogelijk voorkomen, omdat er dan minder flexibiliteit is in de uitwisseling van parkeerplaatsen. Daarnaast vormt ook de parkeerbalans een belangrijk instrument bij het afbakenen van gebieden. In navolgende figuur is de begrenzing van het gebied weergegeven waar de zone vergunninghouders aanwezig is of, bij hoge parkeerdruk en voldoende draagvlak, uitgebreid kan worden. Figuur 9: begrenzing gebied rondom centrum waar zone vergunninghouders/blauwe zone mogelijk is Uitbreiden parkeercapaciteit alleen bij financiële en ruimtelijke mogelijkheid Het autobezit is de afgelopen 20 jaar toegenomen. De openbare ruimte biedt in bestaande woonwijken meestal niet altijd de mogelijkheid om deze groei op te vangen, met als gevolg dat op enig moment de parkeerdruk te hoog wordt en wel zodanig hoog dat er sprake is van een parkeerprobleem. De gemeente Oldenzaal beschouwt een parkeerdruk van 90% of meer als een probleem. Daarbij sluiten we aan bij landelijk gangbare normen voor parkeerdruk: landelijk gezien wordt bij een geconstateerde parkeerdruk van 90% of meer het vinden van een parkeerplaats als lastig ervaren. De parkeerdruk wordt bepaald op basis van een objectieve parkeerdrukmeting waarbij uitgegaan wordt van een maximale loopafstand van 100 meter. In gebieden waar de parkeerdruk onder de 90% blijft, wordt geen actief parkeerbeleid gevoerd. Bij een parkeerdruk van 90% of meer wordt onderzocht of de beschikbare parkeercapaciteit beter gebruikt kan worden of dat uitbreiden van de parkeercapaciteit nodig is. Het uitbreiden van de parkeercapaciteit is woonwijken is alleen mogelijk als er voldoende mogelijkheden zijn in ruimtelijke en financiële zin. In sommige straten of oude wijken is sprake van smalle wegprofielen. De straten stammen uit een tijd dat het autobezit nog laag was. Nu is de parkeerdruk hoog en staan de auto’s van bewoners ook vaak ‘Canadees geparkeerd’ (half op de rijbaan, half op het trottoir). Indien noodzakelijk wil de gemeente dit parkeergedrag onder voorwaarden formaliseren door middel van bebording. Hiermee blijft de parkeercapaciteit gehandhaafd. De voorwaarden zijn: De verkeersveiligheid mag niet in het geding zijn De doorstroming en bereikbaarheid van het verkeer dient gewaarborgd te zijn Voetgangers moeten een veilige looproute hebben (minimale doorloopbreedte 1,10 m) De bereikbaarheid voor hulp- en vuilophaal diensten moeten gegarandeerd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel