Bij de tracébepaling van leidingen zijn de volgende aspecten van belang:
De horizontale ligging;
De verticale ligging;
De onderlinge afstand tussen de kabels en leidingen in de ondergrond.
Het doel van deze liggingen is:
Een optimaal gebruik van de openbare ruimte;
Dat het beheer van andere netten niet in gevaar wordt gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt;
Optimaliseren van de veiligheid.
De volgende standaardindeling geldt voor de gemeente, met uitzondering van bestemde leidingen.
4.3.1 Horizontale ligging
In het trottoir, bij een standaard trottoirbreedte zonder bomen en gerekend vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen volgens een vaste volgorde ingedeeld. Wanneer het niet mogelijk is het standaard profiel te hanteren wordt een tracé toegewezen.
In het overige deel van de straat liggen de transportleidingen. Het standaard profiel is te vinden in bijlage 2.
Aansluitleidingen worden zo veel mogelijk haaks op het distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor distributieleidingen.
Met nadruk wordt erop gewezen dat bovengenoemd basisprincipe moet worden nagestreefd. Omstandigheden, zoals aanvullende eisen van andere vergunningverleners, ligging in landbouwgrond, een uitzonderlijk hoge grondwaterstand en dergelijke, kunnen leiden tot een ontwerp met een afwijkende dekking.
4.3.2 Verticale ligging
De standaard verticale indeling is verwerkt in het standaard profiel.
De onderstaande uitgangspunten geven aan op welke wijze bestaande leidingen moeten worden gekruist.
De verticale indeling gaat uit van de volgende uitgangspunten:
Vrijvervalleidingen hebben voorrang boven overige leidingen;
Leidingen worden in principe horizontaal gelegd, behoudens vrijvervalleidingen;
Bij kruisingen van leidingen met andere leidingen in open ontgraving bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,20 m bij nieuwe situaties;
Bij boringen/persingen, in welke vorm ook, is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt ten minste 0,50 m, waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding(en) dient te worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat dient aantoonbaar te worden gegarandeerd om schade aan de te kruisen leidingen te voorkomen;
Het opbreken van gesloten verhardingen is zonder voorafgaand overleg met- en verkregen toestemming van de gemeentelijke toezichthouder niet toegestaan waarbij door melderaangetoond moet worden dat zulks niet te vermijden is.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3