Naar hoofdinhoud
De laatste jaren is de aandacht voor het militaire erfgoed toegenomen. In de archeologienota uit 2003 was reeds aandacht voor de Stelling van Den Helder, maar nu zijn ook resten uit de Tweede Wereldoorlog, met name van de Atlantikwall, opgenomen in het vernieuwde beleid. SCHANSEN In de 16e eeuw werden, tegelijk met de schansen van Texel, Wieringen en Vlieland, bij Huisduinen en het Nieuwe Diep schansen opgeworpen tegen de naderende Spaanse Armada (1588), ter bescherming van de scheepvaartroute en de verzamelplaats van schepen. Deze zijn nu verdwenen; ligging via onderzoek oud kaartmateriaal mogelijk nog te bepalen. Indien de plekken terug te vinden zijn is dit archeologisch kansrijk. KUSTBATTERIJEN Aan het einde 18e eeuw- begin 19e eeuw waren kustbatterijen aangelegd. Dit was al voor Napoleon, die ze echter gebruikte en verbouwde. De vele kustbatterijen die bij Den Helder lagen, zijn deels in zee verdwenen, deels overstoven door duinzand. Resten ervan kunnen nog in de duinen en het huidige dijklichaam van de zeedijk aanwezig zijn. ARCHEOLOGIE IN DE STELLING VAN DEN HELDER De Stelling van Den Helder bestaat uit kustbatterijen, forten, retranchementen en schansen. De Stelling wordt gestart door Napoleon in 1811 en onder Wilhelm I doorgezet. Zij maakten echter ook gebruik van reeds bestaande bouwwerken, waardoor ook oudere archeologische waarden tot de Stelling kunnen behoren. Dit betreft bijvoorbeeld de Schans op Texel (16e eeuw) en verdwenen onderdelen (zoals Fort Dufalga), maar ook de nog bestaande vestingwerken zijn vol van archeologische waarden. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de opbouw van het aardlichaam van courtines en bastions, maar ook aan buiten gebruik geraakte afval- en waterputten en aan sporen van verdwenen gebouwen. Verder zijn er indertijd tal van plannen gemaakt voor de Stelling, die lang niet allemaal (ongewijzigd) zijn gerealiseerd. Vooral bij de verdwenen onderdelen zoals Fort Dufalga is het de vraag wat er precies van werd gerealiseerd en welke vorm dat had. Archeologie kan er dan ook voor zorgen dat nieuwe kennis wordt verkregen over de bouwkundige vorm van de onderdelen van de Stelling. Combinatie van archeologisch en bouwhistorisch onderzoek is daarbij vanzelfsprekend. Een geheel ander aspect betreft het dagelijks leven in de Stelling, waarbij verschillen tussen officieren en manschappen, maar ook verschillen in leefcultuur tussen marine en landmacht kunnen worden bestudeerd. Voor dit laatste aspect bieden de bodemsporen in Fort Erfprins mogelijkheden. Bij het gebruik en hergebruik van de vestingwerken en bijbehorende onderdelen zal het soms nodig zijn om de bodem te roeren. De kans dat daarbij belangrijke archeologische waarden verloren gaan is reëel. Om dit te vermijden kan de wijze van realisatie worden aangepast en als dat niet mogelijk is, dienen de archeologische waarden te worden vastgelegd voorafgaand aan de verstoring, op basis van de AMZ- cyclus. Ten slotte, maar niet in het minst, biedt archeologie mogelijkheden voor de verdere toeristische ontwikkeling van de Stelling. Zo kunnen verdwenen onderdelen worden gelokaliseerd en in een bepaalde vorm weer zichtbaar worden gemaakt in het landschap. Ook bij de reconstructie van Stellingonderdelen komt archeologisch onderzoek van pas om de oorspronkelijke situatie te bepalen. Een overzicht van de onderdelen van de Stelling van Den Helder wordt vermeld in bijlage 4. ATLANTIKWALL Zoals boven beschreven wordt Den Helder in de Tweede Wereldoorlog één van de strategische locaties binnen de Atlantikwall en worden bunkers gebouwd, bestaande forten gebruikt en een antitankgracht aangelegd met mijnen er langs. De tankgracht was reeds opgenomen in de beleidsnota uit 2003 (DH4-8A) als een brede zone bij Julianadorp. In werkelijkheid had de gracht een zigzagpatroon door het landschap heen en stond op iedere hoek een bunker. De gracht is grotendeels gedempt en (een deel van) de bunkers zijn naar verwachting 1,5-2m –mv ter plekke afgezonken. Slechts op één locatie aan de oostzijde is een deel van de gracht nog zichtbaar in het landschap (DH4-8A-4). Ook is hier nog een bunker aanwezig. Archeologisch onderzoek ten westen van deze locatie toonde eveneens de aanwezigheid van de antitankgracht.28Leuvering 2007. De andere delen van de Atlantikwall waren echter nog niet opgenomen in de beleidskaart. Omdat, net als bij de Stelling, geldt dat zich onder de bunkers en bouwwerken van de Atlantikwall nog archeologische resten in de bodem kunnen bevinden, worden deze onderdelen hier nu ook vermeld. Twee onderdelen, de Mammut radarpost en de Knickebein radar, bevinden zich geheel onder de grond, hier zijn geen onderdelen meer boven het maaiveld aanwezig. Drie monumenten hebben de status van Rijksmonument.29Marine Flakbatterie Vangdam, Ziekenboeg de Kooy en Marine Zeugamt. Bij geen van de onderdelen van de Atlantikwall heeft onderzoek in de bodem plaatsgevonden. Diepteligging van de fundamenten of gerelateerde sporen is dan ook onbekend. Juist voor deze periode spelen metaalvondsten een belangrijke rol. Een verbod op metaaldetectie zonder vergunning is van belang, om de informatieve kennis die (metaal-)vondsten kunnen opleveren, te behouden. De nu bekende onderdelen van de Atlantikwall binnen de gemeente, en toegevoegd aan de waarden- en verwachtingskaart en beleidskaart, zijn: DH4-8A-1 Flagruko / Kroontjesbunker met verschillende onderkomens DH4-8A-2 Seezielbatterie Zanddijk DH4-8A-3 Höcker Hindernis DH4-8A-4 Deel van de antitankgracht met bunker DH4-8A-5 verschillende bunkers en onderkomens DH4-8A-6 kleine bunker DH4-8A-7 Commandobunker (privéterrein De Nollen) DH4-8A-8 Marine Flakbatterie Dirksz Admiraal DH4-8A-9 Marine communicatiepunt DH4-8A-10 Marine Flakbatterie Vangdam*: telefoonbunker/verbindingspost onderdeel van het commandocentrum van waaruit het gehele Verteidigungsbereich moest worden verdedigd. DH4-8A-11 Ziekenboeg de Kooy* DH4-8A-12 Mammut en twee Flakbunkers: radarpost DH4-8A-13 Knickebein: een radar DH4-8A-14 Marine Zeugamt: administratiekantoor* *=Rijksmonument

Rechtspraak bij dit artikel