Woonkosten zijn algemene noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het inkomen en de eventue-le huurtoeslag moeten worden voldaan. In een aantal situaties zijn de woonlasten zo hoog, dat een aanvulling op het inkomen nodig is. Voor de Participatiewet is de Wet op de huurtoeslag een voorlig-gende voorziening die, gezien aard en doel, toereikend en passend is. Als het actueel inkomen daalt, wordt de huurtoeslag hierop aangepast. Als er recht bestaat op huurtoeslag is bijzondere bijstand dus niet mogelijk.
Alleen in bijzondere individuele omstandigheden, wanneer men niet in aanmerking komt voor huur-toeslag en waarbij de huisvesting in gevaar komt, kan een tijdelijke woonkostentoeslag (WKT) als bijzondere bijstand worden verstrekt als:
De huurprijs boven de maximum huurgrens ligt (zie 3.2);
De woonlasten van de eigen woning meer bedragen dan de basishuur (zie 3.3 t/m 3.5).
De woonkostentoeslag wordt berekend aan de hand van het inkomen en vermogen, de hoogte van de woonkosten en de huishoudsituatie.
Voor de wijze van berekening wordt gebruik gemaakt van het “Formulier Woonkostentoeslag” van Schulinck. Indien er sprake is van een eigen woning dan wordt tevens rekening gehouden met de bedragen voor onderhoudskosten die jaarlijks door Stimulansz worden vastgesteld.