Welstandsniveaus 3 en 2 (Mosterdhof)
Voor de projectmatige woningbouw geldt welstandsniveau 3 (soepele toetsing), met uitzondering van de Mosterdhof. Vanwege het bijzondere karakter van deze wijk zal welstandsniveau 2 (reguliere toetsing) worden gehanteerd. Dit welstandsniveau zal geen belemmering vormen voor gewone verbouwingen en uitbreidingen aan woningen en tevens een extra handvat kunnen bieden om repressief op te treden bij bepaalde storende kleurstellingen en materiaalkeuzen om verdere excessen in de toekomst te voorkomen.
Gebiedsbeschrijving
De projectmatige woningbouw bestaat uit een groot aantal wijken: Vredenburg, Kern, Naederhuizen, Mosterdhof, Hoogeind, Leigraaf, Emmerik, Lange Maat, Broeklanden, De Ganzenpoel en een deel van De Steenderens.
In de wijken uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw (Vredenburg, Kern, Naederhuizen) is sprake van een geclusterde stedenbouwkundige opzet, waarbij de buurten doen denken aan tuindorpen van voor de Tweede Wereldoorlog. Kenmerkend hierbij zijn het blokvormig stratenpatroon en het straatgericht wonen. De bebouwings- korrel is het woonblok dat is samengesteld uit meerdere woningen.
In de wijken van de jaren ‘70 tot en met ‘90 van de vorige eeuw (Mosterdhof, Hoogeind, Leigraaf, Emmerik, Lange Maat, Broeklanden, De Ganzenpoel en De Steenderens) komen eengezinswoningen met tuin het meest voor. Toch is er sprake van een redelijke mate van woningdifferentiatie. De woningen zijn vooral gericht op de straat, maar lig- gen ook aan hofjes, woonerven (jaren ‘70) en aan het water.
In het algemeen is de verscheidenheid aan plekken en buurten bepalend voor de aantrekkelijkheid van de diverse woonwijken. Per gebied is een karakteristiek samenhangend bebouwingsbeeld aanwezig. De woningen zijn meestal gebouwd met traditionele materialen en bestaan vooral uit twee lagen met kap. In de jongere wijken worden veelal lichtere tinten baksteen toegepast. Opvallend is het grote aantal huurwoningen. Eenheid en kleur zijn in de ‘huurwijken’ een belangrijk punt waaraan zij hun eigen identiteit ontlenen.
Qua bebouwings- en verkavelingsopzet is de Mosterdhof een opvallende wijk in Wester- voort uit de jaren ’70 van de vorige eeuw. Er is veel gebruik gemaakt van betonsteen en hout. De woningen zijn twee à drie lagen hoog en hebben allemaal dezelfde stijl. Vooral de kapvorm springt in het oog en is karakteristiek voor deze buurt. Tot nu toe ontbreken dakkapellen. Het stratenpatroon is kronkelend, van het type “kruipdoor sluipdoor”. Hierdoor ontbreekt een duidelijk verschil tussen voor- en achterzijde.
Dit gaat ten koste van de overzichtelijkheid. Vanwege de omvang van de buurt hoeft dit geen probleem te zijn. Deze wijk heeft duidelijk een eigen identiteit.
Opvallend in de wijk Broeklanden zijn de complexen gestapelde woningen in vijf lagen. Over het algemeen zijn de wijken met projectmatige woningbouw “rustige” wijken waar veel gezinnen wonen. In de wijken zijn diverse functies en voorzieningen aanwezig. Het groene beeld van de wijken wordt in grote mate bepaald door het aanwezige privé- groen en enkele openbare groenelementen met speelplaatsen. Het particuliere groen in de tuinen is een gevarieerde, vrolijke component.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Het karakteristiek samenhangend bebouwingsbeeld van elke buurt is het uitgangspunt. De eenheid van het woonblok speelt hierbij een belangrijke rol. Kenmerkend is hier- naast een clustering van woningen rond een openbare groene ruimte of een gerichtheid op de straat. De rust in het straatbeeld is grotendeels afhankelijk van de uitstraling van de bebouwing. De zuiverheid, de stijl en kleur van de bouwvolumes als geheel is hierop van invloed. De structuur is sterk genoeg om, binnen bepaalde marges, enige mate van individuele vrijheid toe te laten. Bij verkoop van woningen aan particulieren bestaat het gevaar dat de architectonische samenhang van een woonblok verdwijnt.
In het overgrote deel van de wijken ontbreken dakkapellen aan de voorzijde van de woningen. Vanwege de rust in het straatbeeld is het gewenst dat dit zo blijft. Op het dak aan de achterzijde van de woning is eventueel ruimte voor een gestandaardiseerde dakkapel.
In de wijk Mosterdhof ontbreken de dakkapellen nog geheel en door de opvallende dak- vorm is het zeer belangrijk dat dakkapellen bij voorkeur vermeden worden, dan wel over een van te voren bepaalde dusdanige architectonische kwaliteit en eenvormigheid beschikken, om zo de eenheid en herkenbaarheid te waarborgen. Voor bepaalde, bijzondere, uitbreidingsontwikkelingen aan woningen in Mosterdhof kan gemotiveerd worden afgeweken van de bepalingen in de welstandsnota. Dat zal zich dan in beginsel binnen het kader van het bestemmingsplan moeten afspelen omdat het bestemmings- plan maatgevend is ten opzichte van de welstandsnota.
Een bouwaanvraag in dit gebied dient in overeenstemming te zijn met de aanwezige oorspronkelijke bebouwing. Dit betekent dat aspecten die het ontwerp bepalen aansluiten bij de bestaande bebouwing (conformeren), of voldoende afwijken van de bestaande bebouwing (reageren). De keuze tussen beide mogelijkheden bepaalt aard en inhoud van de criteria.
De auto is (te) nadrukkelijk aanwezig, ten koste van het groen. Het groen van de voor- en zijtuinen maakt een wezenlijk deel uit van de beleving van de woonomgeving. Verstoringen van het ruime en groene straatbeeld middels aanbouwen, bijgebouwen en schuttingen doen zich met name voor bij hoekwoningen.
Mosterdhof
Broeklanden
|
Hoogeind
Kern
Hoogeind
Welstandscriteria
Veel voorkomende kleine bouwwerken worden getoetst aan de standaard sneltoetscriteria.
Situering
De bestaande rooilijn is het uitgangspunt.
Hoofdbebouwing staat aan de straatzijde.
De panden dienen te worden gericht naar de openbare ruimte.
Bestaande doorzichten worden gehandhaafd.
Het straatbeeld is gesloten.
Verspringingen in de rooilijn dienen binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing te blijven.
Massa en vorm
De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt.
Het bouwwerk conformeert zich wat betreft massa en hoofdvorm aan de bebouwing in de omgeving.
De bestaande kapvorm en kaprichting zijn het uitgangspunt.
Woningen die onderdeel vormen van een ensemble zijn aan de voorzijde afgestemd op het ensemble.
Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa.
Aan- en bijgebouwen op straathoeken hebben een kap afgestemd op die van de hoofdmassa.
Gevels
Herhalingen in gevelritmiek en dakopbouw handhaven.
De stijl sluit aan op die van de bebouwing in de omgeving.
Zijgevels die zichtbaar zijn van af de openbare ruimte worden behandeld als voorgevels.
Toegevoegde elementen zelfstandig vormgeven in lijn met de architectuur van het geheel.
De toevoegingen per woning zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het woningblok.
Een plaatselijke verhoging van de nok wordt vormgegeven in overeenstemming met reeds goedgekeurde oplossingen.
Dakkapellen zijn in de wijk Mosterdhof aan de voor- en achterzijde en in overige wijken aan de voorzijde niet toegestaan, tenzij het ontwerp van de dakkapel:
voldoet aan bestaande algemene richtlijnen;
voldoet aan een bestaande standaard behorende bij die specifieke woning;
voldoende kwaliteit heeft om te kunnen dienen als nieuwe standaard voor andere woningen van dit type woning.
Kleur-, materiaalgebruik en detaillering
Het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik zijn het uitgangspunt.
Woningen die onderdeel vormen van een ensemble zijn qua kleur aan de voorzijde afgestemd op het ensemble.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2