Naar hoofdinhoud
Welstandsniveau 3 Voor de individuele woningbouw geldt welstandsniveau 3, soepele toetsing. Gebiedsbeschrijving Delen van de wijk Vredenburg, Naederhuizen, Kern en aan de Zuidoost rand van Westervoort zijn ruim in het groen opgezette woonbuurten. Het zijn buurten die bestaan uit vrijstaande woningen of relatief kleine series van woningen met een eigen expressie. Er is niet een algemeen stijlkenmerk te benoemen in deze buurten. De stijl is gemengd. Een traditionele bouwstijl voert de boventoon. Onderlinge verschillen in kleur en materialen, bouwmassa, kavelgrootte, architectuur- stijl, expressie, monumentaliteit, gebruik van op- en aanbouwen et cetera, zijn van ondergeschikt belang vanwege de grote en groen ingerichte tussenruimte. De maatvoering, een kwalitatieve uitstraling van de bebouwing en het groene karakter van de kavel zijn belangrijk. De optelsom van deze delen vormt het straatbeeld. Soms zijn ensembles van woningen herkenbaar met een sterke onderlinge visuele samenhang. De overgang tussen privé en openbaar groen is meestal aangegeven via een hekwerk, muur, haag of anderszins. Een groene erfafscheiding heeft de voorkeur. De wijken hebben een groen karakter. Ook het straatprofiel tussen beide gevels is vanwege de voortuinen relatief ruim en voorzien van opgaande beplanting. Het groen in deze buurten blijft de meest bindende factor. Emmerik ’t Slag Naederhuizen Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het ruimtelijk karakter van deze buurten is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, openheid en diversiteit. De bebouwing is afwisselend, de erfgrens over het algemeen groen. Een bouwaanvraag in dit gebied dient in overeenstemming te zijn met de aanwezige oorspronkelijke bebouwing. Dit betekent dat aspecten die het ontwerp bepalen aansluiten bij de bestaande bebouwing (conformeren), of voldoende afwijken van de bestaande bebouwing (reageren). De keuze tussen beide mogelijkheden bepalen aard en inhoud van de criteria. In situaties waarbij individuele woningen gemeenschappelijke kenmerken vertonen is het beleid gericht op instandhouding van deze kenmerken. Over het algemeen kunnen wijzigingsvoorstellen per kavel beoordeeld worden op eigen (architectonische) kenmerken. De kwaliteit van deze buurten ligt vooral in het rustige straatbeeld van het aanwezige (privé) groen. Dit betekent vooral aandacht voor het behoud van openheid van de bebouwingsopzet en aandacht voor het groene karakter van het straatbeeld. Welstandscriteria Veel voorkomende kleine bouwwerken worden getoetst aan de standaard sneltoetscriteria. Situering Hoofdbebouwing staat aan de straatzijde. Verspringingen in de rooilijn dienen binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing te blijven. De panden dienen te worden gericht naar de openbare ruimte. De gebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de straat. Massa en vorm Het straatbeeld bestaat uit een reeks van individuele bouwmassa’s. Gebouwen zijn individueel en afwisselend. De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt. Per erf of kavel is er één herkenbare hoofdmassa. Woningen die onderdeel vormen van een ensemble zijn aan voorzijde afgestemd op het ensemble. Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa Gevels De eventuele symmetrie van de gevelopbouw is het uitgangspunt. De stijl sluit aan op die van de bebouwing in de omgeving. De oorspronkelijke gevelopbouw en ornamentiek zijn het uitgangspunt. De compositorische opzet van de gevel is uitgangpunt bij wijzigingen of toevoegingen. Toegevoegde elementen als erkers en dakkapellen zijn zelfstandig vormgeven in lijn met de architectuur van het geheel. Eenmaal toegestane toevoegingen zijn in beginsel de standaard uitvoering voor de overige woningen in de architectonische eenheid (verwezen wordt naar standaard voorbeelden). Kleur-, materiaalgebruik en detaillering Het oorspronkelijke materiaal en kleurgebruik zijn het uitgangspunt. Het kleurgebruik wijkt niet sterk af van de belendende panden. Het hoofdmateriaal van de gevel is baksteen. De detaillering versterkt de architectonische expressie. Kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen zijn uitgangspunt. De detaillering van aan- en bijgebouwen is afgestemd op die van het hoofdgebouw. Serres en erkers worden met een zelfde aandacht voor detaillering als die voor het hoofdgebouw uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel