Welstandsniveaus 2 en 3
Voor het bedrijventerrein Het Ambacht gelden de welstandsniveaus 2 en 3, reguliere en soepele toetsing.
Gebiedsbeschrijving
Het terrein is te karakteriseren als een verzorgd, kleinschalig, ambachtelijk bedrijven- terrein: alle typen bedrijven komen er voor.
Aan de randen presenteert het bedrijventerrein zich met de voorzijde naar de belang- rijkste wegen, de Hamersestraat, Liemersallee en de Rivierweg en wordt een hoge ruimtelijke kwaliteit nagestreefd. Het is een representatieve entree van Westervoort.
De bebouwing op het terrein bestaat voornamelijk uit bedrijven met een lokale en/of regionale functie. Wat opvalt, is het aantal woningen dat op een deel van het oudere terrein aanwezig is. Het gehele bedrijventerrein is rommelig opgebouwd, zonder eenheid in opzet en bebouwingstype. Ook ontbreken duidelijke en sprekende entrees van het bedrijventerrein. De voorgaande punten resulteren in een onaantrekkelijk beeld van het bedrijventerrein.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Door het ontbreken van samenhang in de structuur is de ruimtelijke kwaliteit matig. Het beleid dient er dan ook op gericht te zijn de belevings- en de verblijfswaarde te verbeteren en het gebied meer kwalitatieve waarde te geven.
Aan de inrichting en aankleding van het kruispunt Hamersestraat/Rivierweg worden hoge eisen gesteld. Dit is een representatieve entree voor Westervoort. Dit komt tevens tot uitdrukking in de architectuur alhier. Op representatieve plekken wordt een hoger welstandsniveau ( 2 ) gehanteerd.
Een bouwaanvraag in dit gebied dient in overeenstemming te zijn met de aanwezige bebouwing in de omgeving. Dit betekent dat aspecten die het ontwerp bepalen aansluiten bij de bestaande bebouwing (conformeren), of voldoende afwijken van de bestaande bebouwing (reageren). De keuze tussen beide mogelijkheden bepalen aard en inhoud van de criteria.
Het Ambacht
Welstandscriteria
Veel voorkomende kleine bouwwerken worden getoetst aan de standaard sneltoetscriteria.
Situering
Hoofdgebouwen (kantoren, showrooms e.d.) staan geordend aan de rooilijn of vormen goed zichtbare clusters achter deze lijn.
Publieke en representatieve functies zijn naar de straatzijde georiënteerd.
Ritmiek, schaal en hoogte van bebouwing is afgestemd op die van de omgeving.
De panden staan aan voorzijde op korte afstand van elkaar of aaneengebouwd.
Massa en vorm
De hoofdvorm van de gebouwen is eenduidig.
De hoofdmassa is eenvoudig.
De aanbouwen laten de hoofdmassa intact.
Aan representatieve routes is de voorzijde en vooral de entree verbijzonderd.
De panden op hoeken zijn verbijzonderd.
Gevels
Zeer grote lengtes van gebouwen zijn door materiaal- en kleurgebruik geleed.
De gevels hebben een duidelijke plint en een beëindiging aan de bovenzijde.
De verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen.
De gevels van representatieve onderdelen van gebouwen hebben een open en transparant karakter.
Reclame
Bedrijfs- en productreclames, die een functionele relatie hebben met het onroerend goed, zijn toelaatbaar.
Vrije plaatsing van routeborden en bedrijfsaanduidingen buiten het eigen terrein leidt tot ontsiering vanwege gebrek aan samenhang en overdaad, en zijn ongewenst.
De gemeente streeft naar een uniform kader voor routeborden en bedrijfsaanduidingen.
De reclame moet in maat, vorm, kleur en sfeer rekening houden met de specifieke stedenbouwkundige en architectonische situatie.
De reclame moet zoveel mogelijk zijn geïntegreerd in het pui- of gevelontwerp.
Kleur, materiaalgebruik en detaillering
De voorkeur gaat uit naar lichte kleuren.
Bijzondere bebouwingsaccenten op hoeken en aan representatieve zijden zijn expressiever in kleur en materiaalgebruik.
Eventuele bedrijfsreclame is in verhouding met het betreffende pand.
Eventuele reclame die een functionele relatie heeft met het pand is toelaatbaar.
Accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk.
Zeer grote lengtes doorbreken door materiaal en vorm
Afwerking erven
De inrichting van het erf aan de voorzijde is in samenhang met de bebouwing ontworpen en heeft een representatief karakter.
Opslag vindt plaats op het achtererf.
Voor de voorgevelrooilijn mag bij het bedrijfsgedeelte een ‘transparant hekwerk’
worden gebouwd niet hoger dan 2 meter.
Bij een bedrijfswoning op het industrieterrein mag voor de voorgevelrooilijn een erfafscheiding van maximaal 1 meter hoog worden gebouwd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5