4.1 Inleiding
De gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving van een groot aantal wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving (denk onder meer aan: bouw-, milieu en ruimtelijke ordening). Echter, niet alle regels zijn op dezelfde intensieve manier te handhaven. Daarnaast is het met de beschikbare capaciteit onmogelijk om álle wettelijke handhavingstaken uit te voeren. Voor een duidelijk en weloverwogen handhavingsbeleid is daarom een prioriteitstelling noodzakelijk, hetgeen betekent, dat er bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt. Onder meer de volgende vragen spelen een rol bij de totstandkoming van een weloverwogen handhavingsbeleid:
- - Wat zijn de risico’s van bepaalde overtredingen?
- - Wat gaan we handhaven?
- - Hoe gaan we handhaven?
- - Wat heeft prioriteit en wat heeft minder prioriteit?
Met behulp van een risicoanalyse kunnen prioriteiten gesteld worden, zodat de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet.
4.2 De risicoanalyse
Bij de risicoanalyse wordt gebruik gemaakt van een risicomatrix1. In de risicomatrix worden de verschillende reguliere toezichts- en handhavingstaken tegen elkaar gezet. Vervolgens worden de taken tegen elkaar afgewogen door deze te koppelen aan een aantal wegingsfactoren. Uit de risicoanalyse vloeit niet expliciet voort wat de gemeente moet handhaven, maar deze stelt een rangorde binnen de handhavingstaken vast, de prioriteitstelling. Aan de hand van voornoemde rangorde wordt tenslotte beoordeeld welke taken prioriteit moeten krijgen.
De risicoanalyse wordt uitgevoerd met behulp van de taakstelling die voortkomt uit de ruimtelijke wet- en regelgeving. De analyse vindt dus niet plaats op branches of individuele bedrijven/inrichtingen. Hiermee wordt bereikt dat deze analyse hanteerbaar en overzichtelijk blijft en dat er geen onevenredig grote inzet moet worden gegeven om elke inrichting of activiteit afzonderlijk te analyseren. Op deze wijze kunnen nieuwe handhavingstaken eenvoudig worden opgenomen in de analyse.
1 De risicomatrix is ontwikkeld door het Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving, onderdeel van het Ministerie van Justitie, in opdracht van de Stuurgroep Handhaven op Niveau. De risicomatrix wordt gebruikt in de ‘Gids Programmatisch Handhaven voor decentrale overheden’, uitgegeven in het kader van het programma ‘Handhaven met effect’.
4.2.1 De risicoanalyse in het kort
Zoals in de vorige paragraaf al werd aangegeven is de risicoanalyse gebaseerd op een inschatting van de risico’s die aan de verschillende handhavingstaken zijn verbonden. Om die risico’s te kunnen inschatten is een analyse gemaakt op basis van een systematiek die veelvuldig is toegepast bij verschillende gemeenten2. Bij deze systematiek wordt risico gedefinieerd als: “Risico= Kans x Effect”.
2 Ook de gemeente Sint-Michielsgestel hanteert deze systematiek. Deze systematiek is tevens terug te vinden in de ‘Gids Programmatisch Handhaven voor decentrale overheden’.
Uit de gehanteerde formule komt een getal: het zogenaamde “risicogetal”. Dit getal kan het beste als volgt worden beschreven: hoe groter de mogelijke consequenties van een overtreding en hoe groter de kans op overtreding is des te groter zal het risico zijn.
De “Effecten” geven inzicht in de vraag: wat is het effect van het niet naleven van de regels voor de verschillende handhavingstaken?
Deze effecten zijn daarbij gespecificeerd naar vijf criteria die aangeven op welk aspect het effect betrekking heeft.
De vijf criteria in willekeurige volgorde zijn:
- - Fysieke veiligheid
Er is direct gevaar voor de veiligheid, bijvoorbeeld als gevolg van brand, instorting of explosie. Het gaat daarbij om de mate waarin sprake kan zijn van persoonlijk letsel, al dan niet met dodelijk gevolg.
- - Sociale kwaliteit
De leefbaarheid van de burgers wordt aangetast als gevolg van verloedering en verpaupering van de leefomgeving. Dit kan komen door o.a. uitzicht belemmerende activiteiten, stankoverlast, geluidshinder, strijdig gebruik van bouwwerken en bouwen zonder vergunning. Ook kan er een afname zijn van het veiligheidsgevoel.
- - Financieel economisch
De mate waarin schade wordt veroorzaakt die op de gemeente kan worden afgewenteld en het economisch voordeel dat wordt behaald door de overtreding.
- - Natuur
De natuur en omgeving worden aangetast als gevolg van bijvoorbeeld bodemverontreiniging, luchtverontreiniging en aanlegactiviteiten die onomkeerbaar zijn.
- - Volksgezondheid
Mensen kunnen ziek worden als gevolg van bijvoorbeeld schadelijke stoffen. Hier gaat het vaak niet om een direct gevaar, maar om gezondheidsklachten die na enige tijd ontstaan.
De bovenstaande effecten zijn opgenomen in een risicomatrix. Voor iedere taak wordt aan de hiervoor genoemde effecten een score toegekend. Hoe groter de consequenties des te hoger de score. Bij het toekennen van de score wordt een puntenschaal van 0,5 - 5 (score wordt toegekend per halve getallen) gehanteerd. Daarna wordt het totaal effect berekend door de afzonderlijke scores per effect op te tellen.
Vanuit de methodiek komt de “Kans” voort uit het begrip naleving. De kans wordt gescoord op grond van de verwachte overtredingskans van die regels bij de huidige handhavingsinspanning. Op deze manier wegen wij onze opvatting over het belang dat de regel beschermt tegen de mate waarin wij verwachten dat mensen die regel overtreden. Behalve door handhaving kunnen mensen ook spontaan regels naleven. Er zijn vijf categorieën van spontane naleving, welke zijn ontleend aan de Tafel van Elf3. Bij beoordeling van deze aspecten gaat het om de mate waarin de doelgroep deze inschat.. De vijf beoordelingsaspecten worden hieronder weergegeven.
3 Tafel van Elf, Gids programmatisch handhaven / handhaven met effect, Ministerie van Justitie.
- - Kennis van regels:
Hoe meer regels, hoe ingewikkelder en onduidelijker, hoe kleiner de kans op spontane naleving.
- - Kosten/baten:
Hoge kosten, weinig baten, kleine kans op spontane naleving; lage kosten, veel baten, grotere kans op spontane naleving.
- - Mate van acceptatie bij de doelgroep:
Hoge acceptatie leidt tot een grotere kans op spontane naleving, lage acceptatie leidt tot een kleinere kans op spontane naleving.
- - Gezagsgetrouwheid doelgroep:
Hoe meer vertrouwen in het gezag, hoe groter de kans op spontane naleving; hoe minder vertrouwen, hoe kleiner de kans op spontane naleving.
- - Niet-overheidscontrole (maatschappelijke controle)
Dit betreft de door de doelgroep ingeschatte kans op positieve of negatieve sanctionering van hun gedrag door anderen dan de overheid. Hoe groter de kans op sanctionering wordt ingeschat, hoe groter de kans op spontane naleving.
Toelichting: Niet-overheidscontrole kan bestaan uit informele controle t.a.v. de gestelde normen of uit een formele vorm van controle door de doelgroep of beroepsgroep op haar eigen leden. In dat laatste geval spreken we van horizontaal toezicht. Sociale controle vindt plaats door de omgeving binnen of buiten de doelgroep: familie, vrienden, collega's, bedrijven in de buurt, concurrenten. Horizontaal toezicht is een vorm van formele sociale controle: niet-overheidscontrole gericht op de verbetering van kwaliteit van producten en diensten binnen bepaalde beroepsgroepen of bedrijfstakken. Denk hierbij aan beroepscodes, certificering en keurmerken.
In de analyse wordt voor iedere handhavingstaak een “overall inschatting” gemaakt van de kans. Er wordt dus geen inschatting gemaakt per beoordelingsaspect. Uiteraard wordt met de bovengenoemde beoordelingsaspecten wel rekening gehouden bij het toekennen van de score. Voor iedere taak is ten aanzien van de kans op de overtreding een score toegekend op een schaal van 1 t/m 5 (hele cijfers) en daarmee is ook de mate van het naleefgedrag aangegeven. De schaalverdeling is hierbij als volgt:
- - 1= zeer kleine kans op overtreding / naleefgedrag zeer goed
- - 2= kleine kans op overtreding / goed naleefgedrag
- - 3= gemiddelde kans op overtreding / middelmatig naleefgedrag
- - 4= grote kans op overtreding / slecht naleefgedrag
- - 5= zeer grote kans op overtreding / zeer slecht naleefgedrag
Om bij het invullen van de risicomatrix, waarin de effecten en de kans zijn beoordeeld, tot een zo objectief mogelijke weergave van de werkelijkheid te komen, zijn de vakinhoudelijke personen die te maken hebben met de handhaving van de fysieke leefomgeving (denk aan: bouw, milieu en ruimtelijke ordening) gevraagd de matrix in te vullen, zodat de risicomatrix geen theoretisch verhaal is, maar echt is gebaseerd op grond van hetgeen in de praktijk gebeurt.
Nu het effect en de kans zijn bepaald, kan het risico berekend worden volgens de hiervoor genoemde formule (Risico = Kans x Effect).
In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze formule weergegeven. De overtredingen met de hoogste prioriteit staan bovenaan en de overtredingen met de laagste prioriteit staan onderaan.




4 Bij constatering stilleggen door gemeente, daarna ODBN
5 Bij constatering stilleggen door gemeente, daarna ODBN
6 Vuurwerkbesluit door ODBN
7 Basistaken door ODBN, overige taken door gemeente.
8 Basistaken door ODBN, overige taken door gemeente.
4.3 Prioritering handhavingstaken o.g.v. risicoanalyse
In deze paragraaf wordt de prioritering weergegeven. De prioritering werkt vooral door in de manier waarop toezicht wordt gehouden en wordt gehandhaafd. Dit betekent dat aan elk prioriteitsniveau een toezichtfrequentie en –intensiteit wordt verbonden. Dit vertaalt zich naar inzet van mensen en middelen.
Op grond van de tabel kan onderscheid worden gemaakt tussen drie niveaus van prioriteiten:
- - Hoog risico ofwel prioriteit hoog, score boven de 30;
- - Gemiddeld risico, score tussen de 20 en 30;
- - Laag risico ofwel prioriteit laag, score onder de 20.
Ad 1. De meeste handhavingscapaciteit wordt ingezet op de handhavingstaken met de “prioriteit hoog”. Voor deze prioriteit wordt jaarlijks in het uitvoeringsprogramma aandacht geschonken door deze gevallen nader uit te schrijven en thema’s met extra aandacht te benoemen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het gebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in het Buitengebied of de controle op de bouw van vergunningvrije bouwwerken bij woningen. De regelgeving met betrekking tot vergunningvrij bouwen is namelijk complex waardoor de kans op een overtreding hoog is. De werkwijze voor deze prioriteit kenmerkt zich door een actieve en integrale aanpak van taken.
Ad.2. De taken met de “prioriteit gemiddeld” worden zoveel mogelijk periodiek en voor zover mogelijk branchegericht opgepakt. Verder uitwerking hiervan gebeurd in het uitvoeringsprogramma.
Ad. 3. Aan de taken met de “prioriteit klein” wordt weinig aandacht besteed. Afhankelijk van de beschikbare capaciteit, klachten en plaatselijke ontwikkelingen vinden controles steekproefsgewijs en op projectmatige basis plaats. Ook dit dient nader bepaald te worden in het uitvoeringsprogramma.
4.3.1 Verzoeken tot handhaving
Verzoeken tot handhaving9 hebben ook hoge prioriteit , omdat er sprake is van een beginselplicht tot handhaving. Wel wordt bij de beoordeling en besluitvorming op het verzoek tot handhaving rekening gehouden met het prioriteringsniveau. Met name bij verzoeken tot handhaving die betrekking hebben op gevallen met het prioriteitsniveau “laag” wordt een gesprek aangegaan met de verzoeker om te bepalen of er daadwerkelijk (directe) belangen van de betreffende verzoeker worden geschonden (denk hierbij aan het relativiteitsvereiste) of dat er sprake is van een privaatrechtelijk conflict (bijvoorbeeld een burenruzie) die men wil beslechten/uitvechten door/via de gemeente. Indien er bij dergelijke gevallen geen belang wordt geschonden die voortvloeit uit de norm die wordt overtreden, zal in eerste instantie afwijzend worden gereageerd op het verzoek tot handhaving.
9 Een schriftelijk verzoek tot handhaving is een aanvraag in de zin van de Awb, waarop wij binnen een redelijke termijn (vaak 8 weken) een besluit moeten nemen. Een melding/klacht is geen aanvraag in de zin van de Awb. Hiervoor geldt een minder formele status en deze is dus ook laagdrempeliger.
4.3.2 Prioritering in relatie tot toetsing en toezicht kwaliteitsplan
In het Toetsing en Toezicht Kwaliteitsplan Bouwregelgeving Gemeente Sint-Michielsgestel (hierna: Kwaliteitsplan Bouwregelgeving)10 is vastgelegd hoe intensief bouwplannen worden getoetst en gecontroleerd. Het gaat dan om de bouwregelgeving. Deze bouwregelgeving heeft betrekking op de technische eisen zoals veiligheid, gezondheid, bouwfysica, constructief en installaties en overige regelgeving zoals bestemmingsplan en welstand. Het Kwaliteitsplan Bouwregelgeving maakt onderdeel uit van het Beleid VTH. Het Kwaliteitsplan Bouwregelgeving heeft gevolgen voor de prioritering van de toezichtstaken bij de reguliere bouw. In grote lijnen komt het er op neer dat hoe intensiever een bouwplan is getoetst des te intensiever de controle op de uitvoering van het bouwplan moet plaatsvinden. Dit soort gevallen heeft een hogere prioriteit dan gevallen waarbij er slechts zeer gering is getoetst.
10 Vastgesteld in de collegevergadering van 10 september 2013.
4.3.3 Drank- en Horecawet en APV (Boa-pool ’s-Hertogenbosch)
Drank- en Horecawet
De prioritering van handhaving in het kader van de Drank- en Horecawet is vastgelegd in het Alcohol- en Horecasanctiebeleid gemeente Sint-Michielsgestel met bijbehorende sanctietabel. Het beleid is gebaseerd op het Brabants Alcohol- en Horecasanctiebeleid. Hierdoor ontstaat op provinciaal niveau een uniforme aanpak van overtredingen bij alcoholverstrekkers. Wel zijn er een aantal eigen accenten gelegd.
Het uitgangspunt van de toezichtstrategie is de vertrouwensbenadering “high trust, high penalty”. Alcoholverstrekkers hebben een grote verantwoordelijkheid als het gaat om het schenken van alcohol. In het kader van high trust krijgen alcoholverstrekkers (in beginsel) het vertrouwen van de gemeente. Er wordt daarom niet fors ingezet op het houden van toezicht in het kader van de Drank- en Horecawet. Boa’s zullen grotendeels reactief ingezet worden (reageren op klachten en meldingen) en bij hotspots (plekken/evenementen die extra aandacht vragen). Tegenover high trust staat dat, indien het vertrouwen wordt geschaad, high penalty volgt.
Op basis van het Alcohol- en Horecasanctiebeleid Sint-Michielsgestel, kan onderscheid worden gemaakt tussen 3 niveaus van prioriteiten:
- - Categorie 0 – zeer ernstige overtredingen.
Het gaat om urgente, ernstige zaken die direct dienen te worden beëindigd. Er is sprake van acuut gevaar voor natuur en milieu en/of de volksgezondheid is in gevaar en/of de veiligheid is in het geding. Er is snelheid vereist om tot beëindiging van de overtreding te komen.
- - Categorie 1 – ernstige overtredingen.
Het gaat om ernstige overtredingen, maar er is geen sprake van een acute (gevaar)situatie. Een overtreding kan ook als categorie 1 worden aangemerkt als er verzwarende omstandigheden met betrekking tot de overtreder aan de orde zijn.
- - Categorie 2 – overtredingen.
Dit zijn de overige overtredingen. Deze overtredingen zijn van minder belangrijke aard, bijvoorbeeld administratieve vereisten, signaleringen en gedragingen.
In de sanctietabel, behorend bij het Alcohol- en Horecasanctiebeleid gemeente Sint-Michielsgestel, wordt per overtreding van de Drank- en Horecawet en van een aantal artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aangegeven welk stappenplan (categorie 0, 1 of 2) wordt gevolgd en welke sancties worden ingezet.
Daarnaast is er een preventie- en handhavingsplan alcohol (2014-2015) vastgesteld. Hierin is o.a. opgenomen op welke wijze het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd, welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen en de resultaten die minimaal behaald moeten worden.
APV (Boa pool ’s-Hertogenbosch)
Voor het toezicht en handhaving in het kader van klein leed en klachten die hun grondslag vinden in de APV wordt gebruikt gemaakt van de “Boa pool ’s-Hertogenbosch”. Veelal gaat het ook om ad hoc gevallen. De inzet van deze Boa’s wordt nader uitgewerkt in het jaarlijks Uitvoeringsprogramma. De inzet van deze Boa’s heeft ook als doel om een signaal af te geven aan de burgers, zodat er ook preventieve werking van uitgaat.
4.3.4 Bijzondere gevallen en speerpunten Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht
De prioritering die in het Beleid VTH is opgenomen, is bedoeld om voor de dagelijkse toezichts- en handhavingstaken zo efficiënt en effectief mogelijk met de beschikbare capaciteit om te gaan. Ten aanzien hiervan wordt wel de kanttekening geplaatst dat er bijzondere situaties dan wel calamiteiten kunnen zijn, waardoor afgeweken kan worden van de prioritering zoals beschreven in dit beleid. Dit kunnen gevallen zijn die ineens vanuit een ander taakveld urgent zijn.
Verder worden door het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht, waar ook wij deel van uitmaken, jaarlijks speerpunten vastgesteld. Deze speerpunten vragen in sommige gevallen bijzondere aandacht met betrekking tot toezicht en handhaving.
Indien dit het geval is, geldt dat afgeweken kan worden van de prioritering zoals beschreven in dit beleid. Vaak zullen deze speerpunten opgenomen worden in het uitvoeringsprogramma, omdat deze veelal vooraf al bekend zijn.
4.4 Wat heeft hoge prioriteit?
Op grond van de resultaten van de risicoanalyse zijn hieronder de handhavingstaken met de prioriteit hoog (score vanaf 30) in volgorde van scores (van hoog naar laag) met daaronder een concretisering weergegeven.
1. Sloop zonder melding, asbest aanwezig, score 58
Deze overtredingen worden vaak begaan, omdat het saneren van asbest (inclusief asbestinventarisatierapport) veel kosten met zich meebrengt. Ook weten veel particulieren niet dat er mogelijk asbest aanwezig is. Ter bescherming van de personen die door de sloop in aanraking kunnen komen met asbest heeft deze overtreding een hoge prioriteit. Indien dit geconstateerd wordt, dient de sloop direct te worden stilgelegd en dient de ODBN ingeschakeld te worden.
2. Categorie C (GPBV-installatie, voorheen IPPC), score 54
De praktijk leert dat tijdens de controles bij dergelijke inrichtingen met regelmaat overtredingen worden geconstateerd. Het is dan ook van belang om deze inrichtingen frequent te controleren en te zorgen dat overtredingen niet lang(er) kunnen plaatsvinden/voortbestaan.
3. Uitvoeren werk(zaamheden) zonder vergunning, score 50
Het gaat hier om zogenaamde aanlegactiviteiten waarvoor op grond van het aanlegvergunningstelsel van het bestemmingsplan (Buitengebied) een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Veel mensen weten niet dat dergelijke activiteiten vergunningplichtig zijn. Ook worden de activiteiten bewust zonder vergunning uitgevoerd, omdat soms dure onderzoeken noodzakelijk zijn om tot verlenen van de omgevingsvergunning over te kunnen gaan, bijvoorbeeld een archeologisch onderzoek.
Het is daarom van belang om hier frequent op te controleren en bij het constateren van een dergelijke overtreding direct de werkzaamheden stil te leggen. De gevolgen van deze activiteiten zijn namelijk vaak onomkeerbaar.
4. Illegale bewoning door arbeidsmigranten), score 48
Regelmatig komt het voor dat (vaak onder slechte omstandigheden) een groot aantal arbeidsmigranten wordt gehuisvest in een ruimte die niet is bestemd voor woondoeleinden. Deze
overtredingen vinden met name in het buitengebied plaats. Het is belangrijk dat de verschillen afdelingen binnen de gemeente oren en ogen open houden en samenwerken, zodat bij verdachte situaties een controle uitgevoerd kan worden en zo nodig handhavend kan worden opgetreden.
5. Brandveilig gebruik melding plichtig (o.a. vanaf 50 personen), score 44
Voor sommige gebouwen moet een melding voor brandveilig gebruik worden ingediend door de gebruiker van het gebouw. Bijvoorbeeld voor gebouwen waar meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn. Vaak wordt deze melding niet of te laat ingediend. Ook zijn veel meldingen niet actueel. Immers, wanneer er wijzigingen van het gebruik dan wel de indeling van het gebouw wijzigt, is een nieuwe melding noodzakelijk. Vaak gebeurt dit niet. De controle van deze gevallen wordt jaarlijks in samenspraak met de brandweer opgenomen in het uitvoeringsprogramma. De controles worden uitgevoerd door de brandweer.
6. Sloop in afwijking van de melding, asbest aanwezig, score 40,5
Vaak wordt bewust gemeld dat er geen asbest aanwezig is of dat er sprake is van geschroefde asbestplaten. In de praktijk blijkt dit vaak niet zo te zijn, waardoor bewust de regelgeving met de daarbij bijkomende verplichtingen ten aanzien van het verwijderen van asbest wordt omzeild. Voor de reden hiervoor wordt verwezen naar hetgeen onder 1. is opgenomen.
7. Brandveilig gebruik vergunningsplichtig (o.a. aanwezigen niet zelfredzaam), score 40,5
Voor bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld een kinderdagverblijf, café of hotel) is een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik nodig (vroeger de ‘gebruiksvergunning’). Hiervoor geldt hetzelfde als hetgeen onder 4 is opgenomen.
8. Niet voldoen aan vereisten Bouwbesluit (brandveiligheid en constructie), score 40,5
Om een veilige en kwalitatief goede leefomgeving te behouden en bevorderen is het van groot belang dat de brandveiligheid en constructie kritisch worden beoordeeld.
9. Gebruik gebouwen, niet zijnde bewoning, score 40
Bij percelen waarop veel bebouwing staat, maar ook op bedrijfsterreinen worden de betreffende gebouwen niet altijd gebruikt voor de doeleinden die op grond van het bestemmingsplan mogelijk zijn.
Hierbij kan gedacht worden aan illegale bedrijven en winkels, opslag van gevaarlijke stoffen etc.. Ook komt het voor dat er strafrechtelijke activiteiten plaatsvinden, bijvoorbeeld wietteelt. Extra aandacht dient te worden besteed aan de vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied, de zogenaamde VAB-locaties. Deze locaties zijn vaak afgelegen, waardoor er weinig sociale controle is. De toezichthouders dienen extra aandacht te besteden aan dergelijke locaties. Indien er het vermoeden bestaat dat er strafrechtelijke activiteiten plaatsvinden, dient via de afdeling Integrale veiligheid en de politie op de hoogte te worden gesteld.
10. Vellen van houtopstand zonder kapvergunning, score 38
Het gaat hier om bomen die op de monumentale bomenlijst staan. Voor deze bomen is op grond van de kapverordening een omgevingsvergunning noodzakelijk. Vaak is men hiervoor niet op de hoogte en wordt zonder de benodigde vergunning begonnen met de werkzaamheden.
Indien er het vermoeden is dat er is gekapt, is het zaak om snel ter plaatse te gaan kijken, zodat tijdig de werkzaamheden stilgelegd kunnen worden dan wel een preventieve dwangsom kan worden opgelegd.
11. Illegale bewoning, score 36
Het komt regelmatig voor dat personen in een pand gaan wonen dat (technisch én/ of juridisch) niet voor bewoning is geschikt en/ of bestemd. Hierbij kunnen we onder meer denken aan bewoning in strijd met het bestemmingsplan en/ of aan ongeschiktheid van het pand qua brandveiligheid, constructieve veiligheid en gezondheid. Dat deze panden niet legaal worden bewoond, kan te maken hebben met kostenaspecten, het geringe woningaanbod of onwetendheid. Bovendien kan het aantrekkelijk zijn om een ruimte voor bewoning te (laten) gebruiken, indien het door omstandigheden niet lukt om het pand conform de bestemming te (laten) gebruiken. Omdat voor bewoning vaak andere wettelijke normen gelden dan bijvoorbeeld voor een kantoor of een bijgebouw, kunnen er veiligheidsproblemen optreden wanneer deze panden wel worden bewoond. Via een aanschrijving moet dit voorkomen worden.
12. Bouwen van en bij woningen, score 35
Voor illegale bewoning wordt soms ook illegaal een woonruimte (woning) gebouwd. Daarnaast is de regelgeving omtrent vergunningvrij bouwen erg ingewikkeld. Veelal wordt gedacht dat voor de bouwactiviteiten geen vergunning noodzakelijk is. Echter, dit is vaak wel het geval.
Bij constatering van een dergelijke overtreding dient de bouw stilgelegd te worden, tenzij het zeker is dat de illegale bouw gelegaliseerd kan worden. Bij die gevallen dient via een aanschrijving te worden gezorgd dat er een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend.
13. Categorie C inrichtingen, score 33
Idem als onder 2.