Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10.

Financiering

Onderdeel van Treasurystatuut 2008

1.. Financiering omvat het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Het aantrekken van financiële middelen voor een periode tot één jaar behoort tot het liquiditeitenbeheer. 2.. Doelstellingen: 1.. Het voorzien in de toekomstige behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten, gegeven de kredietwaardigheid van de eigen organisatie. 2.. Het (gedeeltelijk) voorzien in de toekomstige financieringsbehoefte door het intern uitzetten van het eigen vermogen. 3.. Het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode van minimaal één jaar tegen aanvaardbare risico’s en de meest gunstige condities. 4.. Het veilig stellen van de financierbaarheid van de organisatie in die zin dat op elk gewenst moment middelen kunnen worden aangetrokken (toegang tot de (Europese) vermogensmarkt dient verzekerd te zijn). 3.. Richtlijnen: 1.. Financiële middelen mogen uitsluitend aangetrokken worden ten behoeve van het, uit hoofde van de uitoefening van de publieke taak, realiseren van in het collegeprogramma c.q. (meerjaren-) begroting opgenomen beleidsdoelstellingen. 2.. Het aantrekken van financiële middelen met het doel om deze middelen uit te zetten om inkomsten te genereren, is niet toegestaan. 3.. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren. 4.. Toegestane financieringsinstrumenten voor een periode van minimaal één jaar zijn: onderhandse en vaste geldleningen. Andere instrumenten kunnen alleen na verkregen toestemming van het college van B&W worden toegepast. 5.. Gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: de derivaten worden toegepast ter beperking van financiële (rente)risico’s; het gebruik van derivaten wordt geautoriseerd door het college van B&W; ten behoeve van de advisering aan het college van B&W inzake het afsluiten van een derivatentransactie wordt advies van een externe deskundige ingewonnen. 6.. Het aantrekken van financiële middelen wordt afgestemd op de rentevisie en de liquiditeitsplanning. Indien uit de planning blijkt dat de overschrijding van de kasgeldlimiet gevolgd wordt door drie opeenvolgende positieve standen (onderschrijding) dan wordt niet overgegaan tot consolidatie. 7.. Voor het aantrekken van financiële middelen, worden bij minimaal drie financiële instellingen schriftelijk offertes aangevraagd, waarbij ook de huisbankier is betrokken. De condities worden afgestemd op de behoefte en de bestaande contracten. 8.. De renterisico’s op de vaste schuld (= schuld langer dan 1 jaar) bedragen maximaal de bij de Wet Fido vastgestelde renterisiconorm. 9.. Het maximale bedrag waarvoor een langlopende lening in mandaat per keer mag worden aangetrokken bedraagt € 2.500.000 (twee en een half miljoen); daarboven is voorafgaand de toestemming van het college van B&W nodig.

Rechtspraak bij dit artikel