Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 18.

De administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasurystatuut 2008

1.. De verantwoordelijkheden en de bevoegdheden met betrekking tot de treasury-activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. 2.. Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd. 3.. Bij de uit te voeren treasury-activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste kenmerken: de beschikkende functie ligt bij de afdelingsmanager Concernstaf; de bewarende functie ligt bij de treasurer; de registrerende functie ligt bij de coördinator unit Kasmanagement; de inhoudelijke controlerende functie ligt bij de treasurer en via lid 5. bij de afdelingsmanager Concernstaf; de verbijzonderde controle, waarbij de gevolgde procedure getoetst wordt, ligt bij het hoofd Bedrijfsbureau. 4.. Opdrachtverstrekkingen in het kader van de uitvoering van de treasury dienen voorzien te zijn van de handtekeningen van de treasurer en de afdelingsmanager Concernstaf 5.. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de afdelingsmanager Concernstaf die deze, voorzien van een paraaf voor gezien, doorzendt naar de treasurer. 6.. Door de treasurer wordt een treasury-logboek met afgesloten transacties met achterliggende stukken bijgehouden. 7.. De treasurer zendt van elke transactie een kopie of een afschrift van de opdracht en de transactiebevestiging naar het hoofd van het Bedrijfsbureau.

Rechtspraak bij dit artikel