Aan het hoofd Vergunningen,Toezicht en Handhaving ondermandaat en/of ondermachtiging te verlenen met betrekking tot de volgende aangelegenheden:

  • - Vergunningverlening
    • - de bevoegdheid tot het verlenen, eisen, schorsen en intrekken van een vergunning voor het indienststellen van lokale spoorweginfrastructuur op grond van artikel 9, tweede lid, artikel 10, derde lid en artikel 11 van de Wet lokaal spoor;
    • - de bevoegdheden met betrekking tot de vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig, een gewijzigd spoorvoertuig of een type spoorvoertuig op grond van artikel 32, tweede en vijfde lid, artikel 33, derde lid, en artikel 34, eerste en zesde lid, van de Wet lokaal spoor, alsmede de bevoegdheid tot het verbieden van het gebruik van een spoorvoertuig op grond van artikel 35, tweede lid;
    • - de bevoegdheden als bedoeld in artikel 12 van de Wet lokaal spoor met betrekking tot de vergunning voor het op, in, boven, naast of onder de lokale spoorweg uitvoeren of doen uitvoeren van werkzaamheden of het plaatsen van zaken.
  • - Toezicht en Handhaving
  • - Voorwaarde

    Het hoofd Vergunningen, Toezicht en Handhaving is verplicht de handelingen die betrekking hebben op en voortvloeien uit de aan hem onder I en II gemandateerde bevoegdheden uit te voeren met inachtneming van:

    • - de Beleidsregels ter zake van gedelegeerde bevoegdheden Wet Lokaal Spoor 2020;
    • - de Beleidsregels ter zake van gemandateerde handhavingsbevoegdheden Wet lokaal spoor Vervoerregio Amsterdam;
    • - de Beleidsregels Bestuurlijke boete Wet Lokaal Spoor, nr. 400 d.d. 30 november 2015.
  • - Geldigheid

    Dit ondermandaat is geldig van 1 december 2020 tot en met de feitelijke implementatie van de nieuwe governancestructuur van de Amsterdamse OV-keten.

  • - Publicatie

    Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en treedt in werking op 1 december 2020.

  • - Dit besluit wordt aangehaald als Ondermandaat- en machtigingsbesluit Wet Lokaal Spoor.