Naar hoofdinhoud
Toezicht op de vergunde branche De exploitant en beheerder(s) zijn gehouden om toezichthouders ongehinderde toegang te geven tot de inrichting en hun werkzaamheden niet in de weg te staan. Het belemmeren of bemoeilijken van het toezicht is zelfs een grond voor het intrekken van de vergunning. Wanneer een vergund seksbedrijf wordt geëxploiteerd, wordt het toezicht daarop uitgeoefend door team Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Het toezicht valt onder domein 1 APV waartoe de toezichthouders zijn aangewezen om het toezicht uit te voeren. De toezichthouders voeren de volgende toezichthoudende taken uit: Het controleren op de naleving van de vergunningvoorschriften, het bedrijfsplan en de APV. Het monitoren en bewaken van de leefbaarheid in de directe omgeving van seksbedrijven en het tegengaan van overlast. Het aanleveren van bestuurlijke rapportages bij overtreding van de APV en de vergunningsvoorwaarden en het niet houden aan het bedrijfsplan. Het adviseren van collega’s op signalen en meldingen. Het toezicht wordt uitgevoerd in samenwerking met de AVIM (politie) en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (milieuvoorschriften). De controle op een vergund seksbedrijf vindt in de regel meerdere keer per jaar plaats, tenzij de situatie met betrekking tot openbare orde en veiligheid aanleiding geeft de controles te intensiveren dan wel te verminderen. Toezicht op onvergunde prostitutie Het toezicht en controle van de onvergunde sector ligt inmiddels niet meer primair bij de politie; het is een rol die steeds meer door de gemeente wordt opgepakt. Het team THOR onderzoekt meldingen van onvergunde prostitutie, bijvoorbeeld naar aanleiding van overlastmeldingen of signalen van collega’s en samenwerkingspartners. Op die manier wordt ook onderzocht of er sprake is van thuiswerkers en wordt geprobeerd daar zicht op te krijgen. Een controle wordt altijd afgestemd met de politie. Bij misstanden wordt een bestuurlijke rapportage opgesteld. Op basis van de bestuurlijke rapportage wordt gestart met een handhavingsprocedure. Training Het signaleren van misstanden en mensenhandel in de prostitutiesector vraagt om doortastende professionals met voldoende kennis en vaardigheden. Prostitutie is nu nog nauwelijks een issue in de Hoeksche Waard. Het ligt niet voor de hand om onze toezichthouders al met de vaststelling van dit beleid een dergelijk zware opleiding te geven. De opleiding gaat in ieder geval onderdeel uitmaken van het professionaliseringstraject van het onlangs in gemeentelijke dienst aangestelde BOA-team (team THOR). Team integrale Veiligheid heeft cursussen en bijscholing nodig om kennis over de verschillende vormen van prostitutie, juridische kaders, culturele verschillen van de doelgroep op te doen en actuele ontwikkelingen te kunnen volgen en zich bewust te worden van hoe je om gaat met een sector die zich in het verborgene afspeelt. Samenwerking Wanneer er sprake is van signalen van mensenhandel wordt direct de politie betrokken. De AVIM (Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel) van de politie heeft, onder andere, als taak het opsporen en aanpakken van signalen over mensenhandel. Met de AVIM wordt afgestemd wie wat controleert en hoe de verdere aanpak is. Het landelijk coördinatiecentrum mensenhandel (Comensha) verzamelt informatie over de omvang van mensenhandel. Dit is alleen informatie die in beeld komt door registratie bij politie, justitie en zorg. Hoe groot het aandeel is dat buiten beeld blijft, is niet bekend. Van de cijfers die bekend zijn over mensenhandel in de prostitutiesector blijkt dat bij de helft van de mogelijke slachtoffers zich in de minder zichtbare, vaak onvergunde, delen van de sector bevinden. Dit geeft de noodzaak aan om het zicht op de thuisprostitutie en zelfstandig werkende sekswerkers te vergroten. Ondanks dat actieve opsporing, gelet op de Hoeksche Waardse situatie, geen prioriteit heeft, gaan we wel in op signalen en bij constatering nemen we contact op met de AVIM.

Rechtspraak bij dit artikel