De applicatiebeheerder is bevoegd:

  • - gegevensverwerkers en allen die rechtstreeks toegang hebben tot de BRP aanwijzingen te geven over het gebruik van het toepassingssysteem;
  • - kan één of meerdere gegevensverwerkers aanwijzen die hem bijstaan in de werkzaamheden die voortvloeien uit de taak als bedoeld in artikel 16, onder e;
  • - de informatiebeheerder te adviseren over de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het BRP-toepassingssysteem;
  • - de informatiebeheerder te adviseren over gehele of gedeeltelijke inwerkingtreding van uitwijkprocessen.