Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Analyseren risico’s: kwalificeren en kwantificeren

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen

Niet alle geïdentificeerde risico’s hebben dezelfde impact op de doelstellingen en dezelfde kans van optreden. De kans van optreden en de gevolgen in geld worden ingeschat. Het inschatten van risico’s is geen wetenschap en heeft subjectieve aspecten. Wel kan het geregeld (ambtelijk en bestuurlijk) voeren van de dialoog over gebeurtenissen, risico’s en kansen leiden tot een toename van het voorspellend vermogen en objectivering van risico-analyses. Om te kunnen bepalen welke risico’s aandacht vragen en wat de financiële gevolgen zijn, worden risico’s ingedeeld in klassen: kansklasse en gevolgklasse. Systematiek van risicoscore: kansklasse en gevolgklasse Bij de kwalificatie van risico’s worden vijf kansklassen onderscheiden. Een kansklasse gaat over de kans dat het risico zich binnen een bepaalde termijn (een jaar) daadwerkelijk voordoet. Hoe groter de kans des te hoger de klasse. In principe worden risico’s met een score van 1 niet of nauwelijks meegewogen, maar soms kan het toch belangrijk zijn deze separaat zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld vanwege de financiële impact of politiek-bestuurlijke aandacht. Bij risico’s met een score 5 is de kans op een knelpunt in het lopende jaar zeer groot. In dat geval moet hiervoor een voorziening worden gevormd of moet het bedrag worden meegenomen in de budgetcalculatie. Kansklasse Kanspercentage Actie 1 onwaarschijnlijk < 10% Geen risicobedrag opnemen 2 mogelijk 10 - 30% 20% van risico opnemen 3 aannemelijk 30 - 50% 40% van risico opnemen 4 waarschijnlijk 50 - 70% 60% van risico opnemen 5 bijna zeker >70 100% van het bedrag: een voorziening treffen of opnemen in calculatie Bij een kans >70% wordt voor het totale geraamde bedrag een voorziening getroffen of vindt verrekening in de calculatie plaats. Dit sluit ook aan bij het advies van de accountant. Het Besluit Begroting en Verantwoording/BBV (art. 44, lid b) vermeldt hierover dat het een wettelijke verplichting is om een voorziening te vormen voor ‘bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten’. Denk bijvoorbeeld aan risico’s die een economisch of juridisch afdwingbare verplichting of verlies betreffen. De gevolgklasse gaat over het (rest)risico: het financiële gevolg van een risico nadat beheersmaatregelen zijn getroffen. Hierin worden vijf klassen onderscheiden. Gevolgklasse Omvang risico in € 1 < € 100.000 2 € 100.000 – € 500.000 3 € 500.000 – € 1.250.000 4 € 1.250.000 – € 2.500.000 5 > € 2.500.000 Bij de financiële vertaling via een risicosimulatie wordt gerekend met concrete bedragen (dus geen bandbreedten). Inschaling risicoscore Risico’s worden geprioriteerd met behulp van een risicoscore. De risicoscore wordt bepaald door de kansklasse en de gevolgklasse te vermenigvuldigen. In onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt hoe de risicoscore wordt ingeschaald: zie de cellen. Risico’s in de groene vlakken worden als laagste ingeschaald. Deze risico’s zijn wel in beeld, maar vragen geen extra aandacht. De risico’s die hoog worden ingeschaald (oranje) vragen wel extra aandacht. De systematiek voor het kwalificeren en kwantificeren van risico’s wordt ook gebruikt om te bepalen hoe groot de weerstandscapaciteit moet zijn. Dit wordt nader toegelicht in de paragrafen 4.3 Weerstandcapaciteit en 4.4 Methodiek voor bepaling weerstandsvermogen. Toelichting: vertaling in risicogestuurd werken In aansluiting op de systematiek van risicoscore komt het risicogestuurd werken als volgt tot uiting. Risico’s met een kans van optreden >70% (laatste kolom) moeten voor het volledige geraamde bedrag als last door een storting in een voorziening worden afgedekt of worden meegenomen in de calculatie van het benodigde budget. Risico’s met de laagste inschaling in groen worden opgenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen (zie 4.4) zonder specifieke toelichting in de begroting en jaarrekening (paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing). Risico’s met een lage inschaling in geel worden opgenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen (zie 4.4) met een specifieke toelichting in de begroting en jaarrekening. Risico’s met de kwalificatie van een hoge inschaling in oranje vragen extra aandacht en sturing. Ook deze risico’s worden meegenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen (zie 4.4) en met een specifieke toelichting in de begroting en jaarrekening. Bovendien komen deze risico’s minimaal elk kwartaal nadrukkelijk ter sprake in het overleg tussen directie en management. De totale risico omvang van de gemeente Zoetermeer is in vergelijking met andere gemeenten al jaren beperkt. Daar staat tegenover dat het bedrag tot dusver afdoende is geweest voor het opvangen van risico’s die daadwerkelijk zijn opgetreden. Bovendien verschillen de risico’s die gemeenten lopen en de wijze waarop gemeenten met risico’s omgaan. Er bestaat geen algemeen geldende norm. Sommige gemeenten voeren bepaalde risico’s op, die de gemeente Zoetermeer opvangt binnen de (meerjaren)begroting of waarvoor een voorziening bestaat. Denk bijvoorbeeld aan vorderingen op dubieuze debiteuren. Ook kan sprake zijn van specifieke, opvallende risico’s zoals een garantstelling voor leningen afgesloten door een voetbalvereniging. In de begroting en het jaarverslag worden financieel alleen risico’s met een verwachte omvang van schade hoger dan € 100.000 vermeld. Risicosimulatie Om een gestructureerde registratie, kwantificering en analyse van de risico’s mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van een informatiesysteem. Het systeem is in staat een risicosimulatie uit te voeren, waarmee met een bepaalde zekerheidsmarge wordt berekend, wat het maximale financiële risico is dat kan optreden. Dit bedrag wordt afgezet tegen de weerstandscapaciteit om het weerstandsvermogen te bepalen: de verhouding tussen de risico’s en beschikbare weerstandscapaciteit. Het informatiesysteem wordt ingezet om de risico’s te beheren en te analyseren. Hierdoor kan het risicoprofiel van de gemeente worden gemonitord en de benodigde weerstandscapaciteit worden bijgehouden. De risicoanalyse wordt voor het Grondbedrijf en het concern afzonderlijk uitgevoerd. De uitkomst van de analyse is het bedrag, dat nodig is om met 95% zekerheid de risico’s af te dekken. Met het systeem kan een ‘Monte Carlo simulatie’ worden gemaakt, waarmee in beeld wordt gebracht wat de financiële consequenties van de risico’s zijn. Er wordt een kansberekening gemaakt op de waarschijnlijkheid van het zich gelijktijdig voordoen van alle risico’s en het bedrag dat daarmee is gemoeid. Afhankelijk van de risicobereidheid wordt door een organisatie een bepaald zekerheidspercentage als uitgangspunt gehanteerd voor de benodigde weerstandscapaciteit. Dit te reserveren bedrag neemt toe naarmate het zekerheidspercentage toeneemt. En de kans dat voldoende financiële middelen gereserveerd zijn om de risico’s op te vangen neemt toe bij een hogere zekerheid. Zoetermeer hanteert daarvoor een betrouwbaarheidsmarge/statische zekerheid van 95%. Het reserveren van het totale bedrag aan ingeschatte risicogevolgen is ongewenst en niet noodzakelijk. De kans dat alle onderkende risico’s zich tegelijkertijd in een jaar voordoen is niet erg waarschijnlijk. Als het streven is het financieel afdekken van een 100% kans (dus het hanteren van een 100% betrouwbaarheidsmarge) dan wordt er te veel geld gereserveerd in een algemene reserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel