Het participatieplan bestaat uit 3 stappen:
1. Ruimte bepalen
Participatie is niet altijd mogelijk en/of wenselijk. Daarom denken we van tevoren na over:
Wat de ruimte voor participatie is
Valt er iets te kiezen? Welke ruimte bieden wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid?
Hoe complex het vraagstuk is
Is de inhoud ingewikkeld? Zijn er veel tegengestelde belangen?
Soms kunnen de antwoorden op bovenstaande vragen leiden tot de conclusie dat participatie wordt afgeraden. Zo heeft het bijvoorbeeld weinig zin een participatieproces te starten als bepaalde wetgeving geen ruimte biedt. Als gemeentelijk beleid een beperkende factor is kan de keus gemaakt worden om hier van af te wijken. Het is daarbij belangrijk dat vooraf al de bereidheid wordt uitgesproken om af te wijken van beleid. Een conclusie kan ook zijn dat er in het participatieproces extra aandacht voor een bepaald aspect moet komen. Als een onderwerp bijvoorbeeld erg ingewikkeld is, kan een oplossing zijn de deelnemers door een externe expert op de hoogte te brengen van de inhoud. Dit kost wel tijd en geld, dus als die factoren weinig ruimte bieden zou ook in dit geval de conclusie kunnen zijn dat participatie niet mogelijk is.
2. Doel bepalen
Het bepalen van het doel van de participatie vormt de basis voor de wijze waarop het participatieproces wordt ingericht. Een ingewikkeld proces kan uit meerdere fases bestaan, in dat geval kan het doel per fase verschillend zijn. Geef daarom ook aan voor welke fase het participatieproces wordt ontworpen.
Koppel aan het doel ook wat er na afloop met de opbrengst gebeurt zodat deelnemers dit van tevoren weten.
Doelen:
A. Samen denken
De opgave wordt samen verkend. Er wordt geluisterd naar elkaars visie, mening en kennis met als doel te komen tot maatschappelijke waarde. In deze fase wordt nog niks besloten of gedaan, het gaat puur om input verzamelen. Bijvoorbeeld via bijeenkomsten of enquêtes.
B. Samen doen
Men zoekt elkaar actief op om het plan samen verder uit te werken en uit te voeren. Er wordt samen maatschappelijke waarde gerealiseerd. Met elkaar wordt bepaald wie welk deel van het ‘doen’ voor zijn rekening neemt.
C. Samen beslissen
Er wordt samen besloten welke maatschappelijke waarde wordt gerealiseerd, tegen welke inzet en binnen welke kaders.
D. Samen leren
Men wil samen leren van opgedane ervaringen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en verbetert de samenwerking.
3. Deelnemers en rollen bepalen
Nadat het doel bepaald is, kan gekeken worden naar welke (groepen) personen en/of organisaties bij dit proces betrokken moeten worden. Als dat helder is moet per persoon/organisatie bepaald worden welke rol deze persoon/organisatie in het proces heeft. Door dit van tevoren te bespreken en vast te leggen ontstaan geen verkeerde verwachtingen.
Er kan gekozen worden uit de volgende rollen:
• Proceseigenaar
Is verantwoordelijk: Initiatiefnemer uit de samenleving of gemeente zelf
• Beslisser
Neemt het uiteindelijke besluit over de doorgang van het project: College of raad
• Co- Producent (mee ontwerpen)
Ontwerpt actief mee aan de inhoud van de opgave. Bijvoorbeeld buurtgenoten van een initiatiefnemer
• Adviseur (meedenken)
Geeft advies maar ontwerpt niet actief mee. Bijvoorbeeld een externe expert die gevraagd wordt om advies te geven
• Wordt geraadpleegd
Wordt om een visie/mening gevraagd. Bijvoorbeeld een enquete onder het digipanel of een peiling onder (een deel van de) inwoners
• Wordt geïnformeerd
Wordt op de hoogte gebracht van inhoud en/of proces. Bijvoorbeeld een groep mensen die verder weg van het project woont maar wel moet weten wat er speelt