In dit hoofdstuk wordt de opgave waar onze gemeente voor staat weergegeven. In Deel A reeds kort aangestipt en hier verder uitgewerkt. Vanuit de interne en externe beleidskaders wordt toegewerkt naar de concrete energievraag voor Horst aan de Maas.
3.1Bestaande interne- en externe beleidskaders
Externe beleidskaders
Klimaatakkoord
In het Klimaatakkoord staan de nationale doelstellingen en ambities voor energiebesparing en
-opwek in 2030 en 2050:
In 2030 49 % minder broeikasgassen uitstoot t.o.v. 1990;
In 2050 is de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur beperkt tot maximaal 2 graden Celsius.
In het Klimaatakkoord worden deze doelen uitgewerkt in een aantal sectorale actieprogramma’s rondom een vijftal thema’s (mobiliteit, elektriciteit opwek, gebouwde omgeving, landbouw en industrie). Ook opgaven voor gemeenten zoals het gefaseerd verduurzamen van woningen (transitievisie warmte) en de verduurzaming van de elektriciteit opwek (windenergie op zee, regionale energiestrategieën en lokaal beleid) vinden hun oorsprong in het Klimaatakkoord. Ook het uitganspunt dat bij realisatie van grote energieprojecten wordt gestreefd naar 50% lokaal coöperatief eigendom is opgenomen in het Klimaatakkoord.
Energievisie Noord-Limburg 2018
In 2018 is de Energievisie Noord-Limburg opgesteld door de 8 Noord-Limburgse gemeenten met als gezamenlijk doel: ‘Het creëren van een fossiel energieonafhankelijke regio met een economisch gezonde woon-, werk- en leefomgeving, welke geschikt is voor toekomstige generaties’. De regio onderschrijft twee doelen voor 2030:
35% energiebesparing hebben gerealiseerd voor 2030;
30% lokale duurzame elektriciteit opwek voor 2030.
De energievisie Noord-Limburg 2018 is door de gemeenteraad op 15 januari 2019 vastgesteld en vormt een belangrijk fundament voor KODE.
Regionale Energiestrategie (RES)
Nederland kent 30 RES-regio’s. Gemeente Horst aan de Maas is onderdeel van regio Noord- en Midden-Limburg. In de RES worden afspraken gemaakt over energiebesparing en waar en hoe duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In 2020 is de concept-RES opgeleverd (vaststelling door het college d.d. 13 juli 2020). Deze concept-RES wordt verder uitgewerkt naar de RES 1.0 en zal vóór 1 juli 2021 ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Het product RES dient daarna elke 2 jaar geactualiseerd te worden.
De RES komt tot stand op basis van lokale en regionale input. De uitkomsten van de RES moeten in lokaal beleid verder worden uitgewerkt, in onze gemeente wordt de RES dus (onder meer) in KODE uitgewerkt. Daardoor is er dus sprake van een continue wisselwerking tussen KODE en RES. Wel is de scope van de RES net iets anders dan die van KODE. De RES richt zich op het aandeel dat de regio pakt in de nationale opgave om voor 2030 35 terawattuur (TWh) aan grootschalige elektriciteitsopwek op land te realiseren (vanuit de sectortafels Energie en Gebouwde Omgeving). De opwekambitie van onze regio is 1,2 TWh. KODE richt zich echter op het totale (huidige en toekomstige) elektriciteitsverbruik van onze gemeente en is dus veelomvattender. Ook focust de RES zich vooralsnog op projecten die per 2025 vergund kunnen zijn, terwijl KODE een verdere horizon kent.
Bij verschillen in definities tussen KODE en het product RES, wordt in een evaluatie c.q. bijstelling van KODE beoordeeld hoe hiermee wordt omgegaan.
Limburgse zonneladder
De Provincie Limburg heeft in maart 2020 de Limburgse zonneladder opgesteld. Deze zal een plek krijgen in de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening. De zonneladder is gebaseerd op de Kamermotie Dik-Faber waarin een landschappelijke inpassingsvolgorde wordt voorgesteld voor zonne-energie, zodat primair onbenutte daken en terreinen worden benut en landbouw en natuur zoveel mogelijk worden ontzien. Met de zonneladder wordt aan de hand van 5 treden onderstaande (voorkeurs)volgorde gehanteerd. Van belang is om te melden dat er géén sprake is van volgtijdelijkheid tussen de verschillende treden. Met andere woorden: het is niet zo dat pas nadát alle daken vol liggen met panelen, zonneweides mogen worden gerealiseerd. Dit zou tot een onverantwoorde vertraging van de verduurzaming van de energievoorziening leiden.
Toepassing van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen.
Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied,
Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur.
Gronden in gebruik voor landbouw.
Uitsluitingsgebieden.
Interne beleidskaders
Coalitieakkoord Horst aan de Maas 2018-2022
Het coalitieakkoord onderschrijft de doelstellingen uit het nationaal (ontwerp) Klimaatakkoord 2018 en het Klimaatakkoord van Parijs. Samen met inwoners en andere stakeholders moet klimaatverandering worden tegengegaan. In het coalitieakkoord wordt gesproken over een ‘gemeentelijke energiebedrijf’ (i.c. een actieve rol voor de gemeentelijke overheid), over het belang van een lokale energiecoöperatie (opdat de inwoners mee kunnen participeren) en over een energielandschap “flagship-project”.
Duurzaamheidsprogramma 2020-2050: Wij gaan groen
Het duurzaamheidsprogramma focust op 4 lange termijn doelen:
Klimaatneutraliteit: In 2050 stoten wij netto geen broeikasgassen meer uit;
Klimaatbestendigheid: In 2050 is onze gemeente klimaatbestendig en water robuust ingericht;
Circulaire economie: In 2050 hebben we een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie;
Biodiversiteit: In 2030 hebben we een natuur-inclusieve economie. Het verlies aan biodiversiteit is omgebogen naar herstel.
Al deze doelen worden gezien als koppelkansen voor de opwek van duurzame elektriciteit door zon en wind. Dit is één van de voorwaarden voor de ontwikkeling van projecten.
Beleidsvisie zonne-energie 2018
De beleidsvisie zonne-energie 2018 gaat in op de kaders waarbinnen zonne-energie gerealiseerd kan worden op daken van bedrijven, agrarische bedrijven, woningen en maatschappelijk vastgoed. Tevens gaat de visie in op meervoudig ruimtegebruik, reststroken, niet-agrarische gronden en kleinschalige veldinstallaties (tot 0,5 ha). Deze beleidsvisie is geïntegreerd in KODE (spoor 1, hoofdstuk 6) en komt met de vaststelling van KODE te vervallen.
3.2Huidige energiegebruik
We gebruiken momenteel in onze gemeente in totaal bijna 8.000 TJ aan energie per jaar (bron: Klimaatmonitor 2017, (tabel 1). Dit is energie die afkomstig is uit alle fossiele en duurzame energiebronnen die binnen onze gemeente beschikbaar zijn. Figuur 5 geeft een weergave van de huidige energiemix:
Het grootste deel, ruim twee derde hiervan, gaat op aan de opwek van warmte, ongeveer een kwart aan mobiliteit en de resterende 15% aan daadwerkelijk elektriciteitsverbruik.
Als we de cijfers per sector bekijken, dan is de grootste energievrager in Horst aan de Maas de landbouwsector en dan met name de glastuinbouw, gevolgd door de sector mobiliteit. Het aandeel industrie is zeer klein. Verder vormen ‘Klein zakelijk gebruik' (MKB-bedrijven, maatschappelijke en publieke voorzieningen) en de woningen de middenmoot. REF _Ref51596752 \h Figuur 6 geeft de verdeling weer:
3.3Besparingsambitie & energievraag 2030
In 2030 wordt 30% (of ongeveer 1.150 TJ) van de energievraag in Horst aan de Maas duurzaam lokaal opgewekt met zon- en windenergie. In 2050 is de energievoorziening van Horst aan de Maas 100% duurzaam.
Uiteindelijk zal de totale energievoorziening moeten verduurzamen. In KODE sluiten we aan bij de doelstelling uit de Energievisie Noord Limburg 2018 (vastgesteld door de gemeenteraad op 15 januari 2019), waarin is gesteld dat we streven naar 30-35% energiebesparing in 2030 (ten opzichte van 2017). Dit betekent dat we prognosticeren dat er in 2030 een energievraag is van ongeveer 5.100 TJ per jaar (Tabel 2). Figuur 7 geeft een weergave van deze energiebesparing:
Energievraag uit stedelijke omgeving
Stedelijke gemeenten kunnen moeilijker in hun duurzame elektriciteitsbehoefte voorzien dan landelijke gemeenten. Er zijn meer mogelijkheden voor het gebruik van (industriële) restwarmte, tegelijkertijd is de ruimte voor zonneweides en windturbines schaarser dan in meer landelijke gemeenten. In de regio Noord- en Midden-Limburg zal een gedeelte van de energievraag van de stedelijke gemeenten in verhouding meer moeten worden opgewekt in de meer landelijke gemeenten. Daarnaast spelen er naast de beschikbaarheid van gronden, meerdere factoren die de grootschalige opwek van zonne- en windenergie enigerwijs bemoeilijken (bv. Radarzones, waterbergend winterbed van de Maas, natuurgebieden etc.). Dit vraagstuk wordt regionaal behandeld in de RES.
Energiebesparing en de warmtetransitie
Per sector leiden verschillende programma’s tot energiebesparing in 2030. Zo werkt de glastuinbouwsector in Limburg aan een actieprogramma om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Op welke wijze wij als gemeente deze besparingsambitie realiseren valt buiten de scope van KODE. Dit wordt separaat uitgewerkt in de Transitievisie Warmte (TVW) en in de Regionale Energie Strategie (RES).
3.430% lokaal duurzaam opwekken
De ambitie om 30% van de energievraag in 2030 lokaal duurzaam op te wekken staat gelijk aan ongeveer 1.530 TJ per jaar (Tabel 2). Welke middelen hebben we om dit te bewerkstelligen.
Mogelijkheden
In de regionale energievisie Noord-Limburg is het uitgangspunt opgenomen dat we mogen verwachten dat in 2030 25% van de lokale duurzame opwekambitie bestaat uit duurzame aardwarmte (382 TJ). Deze duurzame warmtebronnen worden buiten de scope van KODE ontwikkeld en reduceren onze opgave voor 2030.
De huidige opwek van duurzame energie in onze gemeente is beperkt. De geothermische bron in Californië is om veiligheidsredenen stilgelegd en met biomassa wordt een beperkte hoeveelheid warmte opgewekt. Qua duurzame elektriciteit wordt reeds 46 TJ opgewekt uit biomassa en 43 TJ via zonnepanelen (peiljaar 2017). Kortom, de huidige zonnepanelen wekken minder dan 1% van de totale energiebehoefte op.
Bij inzetten op maximaal meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving2 In KODE verstaan wij onder “meervoudig ruimtegebruik” kleinschalige zonopwekking in de bebouwde omgeving, op reststroken, daken, boven parkeerplaatsen en taluds. Voorbeelden als zonnepanelen boven gewassen of combinaties met weidedieren definiëren wij als koppelkansen. Koppelkansen worden verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.3. en het volleggen van al het effectief beschikbare dakoppervlakte met zonnepanelen kan aanvullend 212 TJ worden opgewekt. Ook boven parkeerplaatsen, op gevels, geluidsschermen en taluds, kunnen zonnepanelen worden geplaatst. Omdat de financiële haalbaarheid van deze oplossingen echter vaak beperkt zijn, wordt hier als concrete ambitie vastgehouden aan 212 TJ. Deze ambitie is uitgewerkt als spoor 1.
Resterende behoefte
Op basis van bovenstaande aannames en berekeningen wordt duidelijk dat ongeveer 850 TJ aan opwekcapaciteit voor duurzame elektriciteit nodig is in de vorm van zonneweides en windturbines. We ronden deze ambitie af op 1.000 TJ/jaar. De reden daartoe is drieledig. In de eerste plaats is de besparingsambitie uit de regionale energievisie (35%) zeer ambitieus. In de RES wordt momenteel gerekend met 25%. Verder laat het ambitieniveau om in 2030 30% duurzame energie op te wekken een groot gat open dat in de periode 2030-2050 moet worden ingevuld (3.570 TJ). Tenslotte is de ervaring dat gaandeweg de verdere uitwerking van de ambitie nog obstakels kunnen ontstaan waardoor deze niet geheel kan worden gerealiseerd. Deze opwekambitie (1.000 TJ) is uitgewerkt als spoor 2 en 3. Onderstaande Figuur 8 geeft een weergave van de beoogde energiemix in 2030.
De resterende 70 % (vanaf 2030 tot 2050) wordt (deels) ingevuld door:
Grootschalige windparken op zee;
Toekomstige technieken (zoals het afvangen CO2, veilige, duurzame en betaalbare kernenergie);
Import van elders gecreëerde duurzame energiedragers (o.a. waterstof);
Extra (en/of meer) efficiënte windturbines en zonneweides.
Figuur 9 geeft weer hoe de energiebesparingsambitie en de verduurzaming van de energievoorziening kan leiden tot een energieneutrale gemeente rond 2050.
Bovenstaande wordt schematisch weergegeven in onderstaande tabel:
Hoeveelheid energie per jaar
Afgerond
2017
Energievraag
A. Totale energievraag gemeente Horst aan de Maas (warmte, mobiliteit en elektriciteit)
7.848 TJ
2030
Besparing tot 2030
B. Totale energiebesparing 35 %
-2.747 TJ
Energievraag na besparing
C. Energievraag gemeente Horst aan de Maas (warmte, mobiliteit en elektriciteit) met aftrek van besparing (A min B)
5.101 TJ
D. Ambitie: 30 % lokale opwek duurzame energie (C maal 30 %)
1.530 TJ
E. Ambitie: 25 % lokale, duurzame (aard)warmtebronnen (D maal 25 %)
382 TJ
F. Ambitie: lokale, duurzame opwek elektriciteit (D min E)
1.148 TJ
1.150
Duurzame elektriciteitsbronnen
G. Reeds lokaal in 2017 opgewekte elektriciteit uit biomassa
46 TJ
100
H. Reeds lokaal in 2017 opgewekte zonne-energie van daken
43 TJ
I. T.o.v. 2017 aanvullend te realiseren zonne-energie van daken en meervoudig ruimtegebruik o.b.v. restpotentie (spoor 1)
212 TJ
1050
J. Nog te realiseren lokale opwek van duurzame elektriciteit middels zonneweides of windturbines (spoor 2 en 3)
848 TJ
2030 - 2050
Restopgave ná 2030 tot 2050
3.570 TJ
Tabel 2 verloop van energievraag en - voorziening in het heden, 2030 en 2050
Artikel 3