De opgave die er ligt, kan op verschillende manieren worden ingevuld. Elke aanpak heeft andere consequenties. In dit hoofdstuk nemen wij de lezer mee in de totstandkoming van onze beleidskeuzes. We laten zien welke afwegingen er aan de keuze vooraf is gegaan. Zo behandelen we onder meer dilemma's over enkelvoudig en meervoudig ruimtegebruik, versnippering of clustering en koppelkansen. In de groene kaders staan de uiteindelijke keuzes aangegeven. In de daaronder staande alinea’s wordt aan de hand van het onderliggende dilemma de keuze uitgewerkt en nader toegelicht.
We benoemen tot slot verschillende scenario’s voor het invullen van de ambitie. Hierbij gaat het om de verdeling tussen het aantal hectares zonneweides en windturbines.
4.1Zonne-energie
Beleidskeuzes zonne-energie in Horst aan de Maas
Meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving geniet de voorkeur. Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of op overkappingen van parkeerplaatsen;
Om aan de opgave te voldoen zetten we ook in op zonneweides;
Wij geven, zoals ook uit de inwonersenquête blijkt, de voorkeur aan extensieve zonneweides;
Zonneweides die koppelkansen bieden met land- en tuinbouw, natuurontwikkeling, biodiversiteit, bodemgesteldheid en klimaatadaptatie genieten de voorkeur;
Zonneweides tussen de 0,5 en 5 hectare worden niet toegestaan om versnippering van het landschap te voorkomen;
We hanteren de volgende categorieën zonneweides:
Klein: tot max 0,5 ha grondoppervlak.
Middelgroot: 5 - 15 hectare grondoppervlak.
Groot: 15 hectare en groter grondoppervlak.
Voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik en de noodzaak van zonneweides
Dilemma
De opwek van lokale, duurzame elektriciteit heeft een grote impact op het landschap en kan concurreren met andere vormen van grondgebruik, zoals landbouw. Om de impact op het landschap te beperken, is het belangrijk dat dakoppervlakken en onbenutte (rest)stroken worden ingezet voor de ontwikkeling van zonnepanelen. Maar wanneer álle daken binnen de gemeente zouden worden voorzien van zonnepanelen, levert dit echter maar een fractie (<10 %) op van de totale energievraag. Met alleen daken kan de doelstelling van 1.000 TJ dus niet worden behaald.
Keuze
Aansluitend op de zonneladder van de Provincie Limburg, gaat de voorkeur uit naar zoveel mogelijk opwek van zonne-energie op daken en andere vormen van meervoudig ruimtegebruik in de bebouwde omgeving. Door hier voorkeur aan te geven worden landbouw en natuur zoveel mogelijk ontzien. Maar om de doelstelling van 1.000 TJ te behalen wordt ook gekozen voor de ontwikkeling van zonneweides.
Onder zonne-energie met meervoudig ruimtegebruik kan gedacht worden aan combinaties van zonnepanelen:
Op daken en gevels van gebouwen;
Op (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied;
Op een (voormalig) agrarisch bouwblok.
Intensieve versus extensieve zonneweides
Dilemma
Naast de impact op het landschap is de opwek van lokale, duurzame elektriciteit van invloed op biodiversiteit en de bodem. Hoe groot deze invloed is hangt af van de exacte invulling en inrichting van de zonneweide. Indien een perceel grotendeels met zonnepanelen wordt “afgesloten” van licht, lucht en water (bijvoorbeeld een intensieve oost-west opstelling) is er geen combinatie mogelijk met extensieve teelt of beweiding. Wanneer er meer ruimte tussen de zonnepanelen wordt gelaten krijgt de bodem voldoende licht, lucht en water en bestaat er mogelijk ruimte voor extensieve teelt of beweiding. Door zonnepanelen in een zuid-opstelling te plaatsen kan biodiversiteit en bodemgesteldheid positief beïnvloed worden. Verder heeft een intensieve oost-westopstelling vanuit esthetisch oogpunt een meer industriële uitstraling en beleving. Een oost-west opstelling heeft ook voordelen. Een zonneweide met een intensievere oost-west opstelling heet minder ruimte nodig. Zonnepanelen in een oost-west opstelling wekken effectiever stroom op, waardoor er minder pieklevering plaatsvindt. Dit is gunstiger voor het elektriciteitsnetwerk.
Keuze
Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat bij een goede inpassing en extensieve invulling zonneweides een positief effect kunnen hebben op de biodiversiteit en de bodemgesteldheid. Zeker daar waar een perceel in het verleden intensief agrarisch is gebruikt. In Horst aan de Maas geven we de voorkeur aan extensieve zonnevelden. Omdat niet elk plan geschikt is voor een extensieve invulling en er ook een sluitende businesscase moet kunnen zijn, sluiten wij intensievere plannen met een oost-west opstelling niet uit.
Clustering zonneweides
Dilemma
Opwek van zonne-energie in de vorm van zonneweides beslaat grote oppervlaktes. Maar door de beperkte hoogte van zonneweides, vindt de (voornamelijk visuele) impact op de landschapsbeleving voornamelijk in de directe omgeving plaats. Bij het ontwikkelen van zonneweides zijn er twee keuzes mogelijk: relatief kleine zonneweides en meer grootschalige zonneweides. Beide alternatieven hebben voor- en nadelen. Kleine zonneweides kunnen (per stuk) makkelijker ingepast worden. Het risico bestaat ook, dat door het aanleggen van relatief kleine oppervlaktes aan zonneweides een versnippering van het landschap ontstaat. Dit komt de landschapsbeleving en beeldkwaliteit niet ten goede. Door voor geclusterde, grootschalige zonneweides te kiezen, blijven andere delen van de gemeente vrij van zonneweides, wat bijdraagt aan het behoud van ons landschap.
Keuze
Om de esthetische kwaliteit van het landschap en de beleving hiervan te waarborgen kiezen wij ervoor om te clusteren. Naast het reduceren van de landschappelijke impact, kan het clusteren van zonneweides tot schaalvoordelen en lagere maatschappelijke kosten voor de opwekking van duurzame elektriciteit leiden. De maatschappelijke kosten worden lager bij clustering, doordat er minder individuele aansluitingen op het netwerk nodig zijn.
Om clustering te stimuleren en versnippering van het landschap te voorkomen, worden zonneweides tussen 0,5 en 5 hectare niet toegestaan. Kleine zonne-energie projecten mogen maximaal 0,5 hectare groot zijn (in aansluiting op het oude beleid).
4.2Windenergie
Beleidskeuzes windenergie in Horst aan de Maas
We sluiten aan bij het bestaande ruimtelijk beleid dat windturbines geclusterd geplaatst worden en niet solitair;
Locaties dienen aan te sluiten bij bestaande landschappelijke structuren, zoals snel- en spoorwegen en bedrijventerreinen;
Kleine, solitaire windmolens (met een maximale ashoogte van 20 meter) zijn toegestaan als deze in de omgeving passen, een meerwaarde voor een gebouw of bedrijf kunnen zijn en een bijdrage leveren aan een educatieve doelstelling.
In Nederland waait het vaak en hard, vooral op grotere hoogten. Wind raakt nooit op en is uitstekend te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Windenergie is schoon, goedkoop, efficiënt, kan lokaal worden opgewekt en maakt Nederland minder afhankelijk van energieleveranciers uit binnen- en buitenland. Windenergie is, naast zonne-energie, hard nodig om een duurzame, betaalbare en constante(re) energievoorziening in de toekomst zeker te stellen. Windenergie is complementair aan zonne-energie; 's nachts wekt een windturbine ook elektriciteit op en zonnepanelen niet. Windturbines hebben een goed financieel rendement en zijn hierdoor heel geschikt om de lokale omgeving te laten meeprofiteren in de opbrengsten. Bovendien nemen windturbines veel minder netto-ruimte in beslag dan zonneweides.
Dilemma
Anders dan bij zonne-energie is bij windenergie het ruimtebeslag relatief (zeer) beperkt, maar de ruimtelijke impact groter. Windturbines zijn van grote afstand zichtbaar en ze produceren geluid en slagschaduw. Daarnaast gelden er risicocontouren indien zich een calamiteit in of aan de turbine voordoet en mogen windturbines niet te dicht op buisleidingen, hoogspanningsleidingen, spoor- en snelwegen en bepaalde natuurgebieden staan. Daarnaast mogen windturbines het vliegverkeer en radardetectie niet verstoren. Het is van groot belang voldoende afstand tot geluidgevoelige objecten zoals woningen in acht te nemen. Wettelijk geldt dat een windturbine gemiddeld geen hogere geluidsbelasting dan 47dB mag veroorzaken. ‘s Nachts mag deze geluidsbelasting maximaal 41dB zijn. Wat de exacte afstand tot woningen moet bedragen verschilt per situatie, maar als vuistregel geldt dat er een voorkeurs afstand van 300-400 m tot individuele woningen3 Afstanden kunnen in de praktijk kleiner zijn indien de feitelijke geluidsbelasting lager blijkt of indien omwonenden een hogere belasting accepteren. Dat vraagt lokaal maatwerk. en 1.000 m tot dorpskernen in acht wordt genomen om geluidsoverlast te voorkomen. De hinder van slagschaduw kan in de praktijk veelal worden voorkomen door een stilstand regime.
Keuze
We kiezen voor clustering van windturbines. Dit vanwege bovengenoemde ruimtelijke impact van windturbines op het landschap. Op deze manier wordt de impact geconcentreerd en worden andere landschappen ontzien. In de inwonersenquête van 2020 gaf een meerderheid van de respondenten de voorkeur aan een lijnopstelling, slechts 8% van de respondenten ziet liever solitaire windturbines. De gemeente geeft bij het plaatsen van windturbines dan ook de voorkeur aan clustering. De locatievoorkeur gaat (van meest naar minst) uit naar aansluiting bij reeds bestaande structuren, zoals: snelwegen, treinsporen en bedrijventerreinen. Door hierbij aan te sluiten, kunnen risico- en hindercontouren van verschillende functies in elkaar opgaan. Dit komt overeen met de eerdere wens van de gemeente om aan te sluiten bij regionale ontwikkelingen, zoals in gebieden met een industriële uitstraling. Een voorbeeld hiervan is het K-4 gebied langs de spoorlijn Venlo-Eindhoven.
4.3Verdeling zonne- en windenergie
We gaan voorlopig uit van een verdeling van 75% zonne-energie en 25% windenergie en zoeken ruimte voor ongeveer 223 TJ windenergie (indicatief 7 turbines) en 350 ha zonneweides om aan de ambitie van 2030 te voldoen. Deze verdeling komt overeen met de voorkeuren van onze inwoners, op basis van de enquête.
Dilemma
Windturbines vergen, in vergelijking met zonneweides, nauwelijks ruimtebeslag en concurreren niet met andere maatschappelijke functies zoals landbouw. Ook zijn de maatschappelijke kosten en de continuïteit van windenergie aanzienlijke gunstiger dan zonne-energie. Windturbines hebben echter een aanzienlijke landschappelijke impact. Het aantal feitelijke plaatsingsmogelijkheden is beperkt.
Keuze
Omdat windturbines een grote ruimtelijke impact met zich meebrengen, kan het interessant zijn om de volledige opgave met zonne-energie in te vullen. Dat zou echter tot gevolg hebben dat er bijna 500 hectare zonneweides in de Gemeente Horst aan de Maas gerealiseerd moet worden.
Wij kiezen ervoor om de ruimtevraag voor duurzame energie-opwek in Horst aan de Maas te reduceren door zowel in te zetten op zonneweides als ook windturbines. Tabel 3laat de gevolgen van de verschillende verhoudingen zien. Tabel 2 laat een indicatieve verhouding zien op basis van windturbines met een vermogen van 4,5MW, en zonneweides in noord-zuid opstelling met een vermogen van 0,64 MWp/hectare. Grofweg staat één dergelijke turbine gelijk aan zo’n 18 ha zonneweide.
Verdeling in %
Aantal windturbines
Aantal Ha zonneweide
100-0
26
0
75-25
20
125
50-50
13
250
25-75
7
350
0-100
0
475
Tabel 3 verhouding zonneweides en windturbines voor de opwek van 1.000TJ
Als we voorlopig uitgaan van een verdeling van 25% windenergie en 75% zonne-energie dan zoeken we dus ruimte voor 223 TJ (indicatief 7 turbines) en 350 ha zonneweide om aan de ambitie van 2030 te voldoen. Voor de beeldvorming: de totale oppervlakte van Horst aan de Maas is ruim 19.000 ha, waarvan ruim 13.000 ha agrarisch gebied is. Het gaat dus in totaal om minder dan 2% van de oppervlakte van de gemeente en iets meer dan 2,5% van het landbouwareaal. Uiteraard zijn er ook andere keuzes mogelijk, maar deze 25-5 verdeling lijkt vooralsnog goed inpasbaar (Hoofdstuk 6). Deze 25-75 verdeling ligt ook in lijn met de voorkeuren van inwoners, op basis van de inwonersenquête. We houden echter de mogelijkheid om (in spoor 3) op basis van de nadere gebiedsverkenning tot een andere verdeling van de opgave te komen.
4.4Toekomst en onzekerheden
De capaciteit op het elektriciteitsnetwerk in onze regio is ongeveer vol. Wij blijven in gesprek met de netbeheerder over de ontwikkelingen en mogelijkheden voor het elektriciteitsnetwerk in de gemeente. Daarnaast maakt de Gemeente Horst aan de Maas in RES-verband afspraken met Enexis;
In RES verband onderzoeken en volgen we de technologische ontwikkeling en het gebruik van innovatieve technieken.
Dilemma:
Door de aanleg van zonnepanelen op daken, energieprojecten en het gebruik van elektrische auto’s begint het elektriciteitsnetwerk onder druk te staan. Op moment van schrijven (zomer 2020), is het elektriciteitsnet zo goed als vol. Enexis heeft in mei/juni 2020 Horst aan de Maas als een congestielocatie voor elektriciteit aangewezen. Dit betekent dat nieuwe projecten met een teruglever vermogen boven de 1.750 kVA (vergelijkbaar met een zonneweide van 2 ha) niet aangesloten worden en vooralsnog op een wachtlijst van de netbeheerder (Enexis) worden geplaatst. Dit probleem geldt niet alleen voor gemeente Horst aan de Maas, maar ook regionaal en landelijk. De druk op het elektriciteitsnetwerk brengt extra uitdagingen met zich mee.
Ook is er een disbalans tussen elektriciteitsopwek en energievraag. Bij zonne-energie bijvoorbeeld vindt de meeste opwek overdag en in de zomer plaats, maar is onze energievraag in de avond en winter het grootste.
Netbeheerders, bedrijfsleven en overheden werken via meerdere sporen aan een oplossing van deze knelpunten. In de eerste plaats wordt ingezet op de versterking van de elektriciteitsnetwerken van de netbeheerders (Tennet, Enexis). Overheden worden als aandeelhouder gevraagd hierbij te ondersteunen. In de tweede plaats maken netbeheerders afspraken met landelijke overheden om beter te kunnen sturen op het prioritair aansluiten van projecten die het meest bijdragen aan de energieverduurzaming. In de derde plaats worden nieuwe technologieën ontwikkeld die vraag en aanbod meer in balans brengen, zoals ‘smart grids’, flexibel opwekken, minder redundantie, slimme apparaten, opslag- en omzetting technologieën (zoals accu’s en de toepassing van waterstof).
De techniek staat niet stil. Als individuele gemeente is het echter niet altijd praktisch om te experimenteren met nieuwe technieken, maar is er ook geen tijd om te wachten op nieuwe technieken.
Keuze
Het verzwaren van de (landelijke) netstructuren kent normaliter een lange doorlooptijd, met name door de te doorlopen procedures. Tot die tijd gaat de ontwikkeling van projecten wat de gemeente betreft door. Er kunnen al veel fases worden doorlopen voor de daadwerkelijke aansluiting door de netbeheerder en daarmee blijven de doelstellingen voor 2030 in zicht.
Om te voorkomen dat er elektriciteit verloren gaat en voldoende duurzame elektriciteit in de piekmomenten voorhanden te hebben, is het van belang om de mogelijkheden voor energieopslag te verkennen. Indien er interessante opslagmogelijkheden voor een grootschalig project gevonden wordt, kan dit geïmplementeerd worden als de businesscase sluitend is. Ook kan door middel van efficiënte elektriciteitsopslag een grotere lokale elektriciteitsvoorziening worden gerealiseerd.
Met name in RES-verband houden we de dit punt in de gaten, alsmede de technologische ontwikkelingen.
Artikel 4