Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de inwoner voldoende en tijdig. 2.. De informatie is begrijpelijk en afgestemd op doelgroepen. 3.. De informatie wordt mondeling tijdens de contacten met de inwoner, schriftelijk, digitaal en/of in individuele besluiten verstrekt. 4.. Het college kan bij het geven van voorlichting gebruik maken van media en foldermateriaal. 5.. Het college kan voorlichting geven over de ontwikkeling van de bestrijding onrechtmatig gebruik en over de uitvoering van dit beleid. 6.. Het college geeft aan welke gegevens nodig zijn voor de verlening of voortzetting van de uitkering en wanneer en op welke manier die gegevens door de inwoner moeten worden aangeleverd. Het niet of niet tijdig verstrekken van deze gegevens kan consequenties hebben voor de verlening of voortzetting van de uitkering. 7.. Het college is bevoegd om onderzoek in te (laten) stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en kan de verstrekte documenten of bewijsstukken zowel bij aanvang als tijdens de lopende uitkering, verifiëren bij externe instanties. 8.. Verificatie vindt plaats met inachtneming van de wettelijke voorschriften die vastgelegd zijn in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het college verifieert alleen datgene wat nodig is voor de vaststelling van het recht op een uitkering. 9.. Bij het vermoeden van onrechtmatig gebruik stelt het college een nader onderzoek in en onderneemt actie naar gelang de uitkomst van het onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel