Naar hoofdinhoud
Een financiële bijdrage aan de inwoner die een opleiding volgt en die door een blijvende beperking structureel niet in staat is om naast de studie inkomsten te verwerven. Het college beoordeelt of de aanvrager van de individuele studietoeslag door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven. De individuele studietoeslag wordt verleend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. De individuele studietoeslag wordt toegekend voor de (resterende) duur van het school- of studiejaar. School- of studiejaar is het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend. Het recht op de individuele studietoeslag eindigt zodra betrokkene niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet of als betrokkene naar een andere gemeente verhuist. Wijzigingen in de woon- of gezinssituatie, het inkomen, vermogen of studie moeten per ommegaande worden doorgegeven om het recht op uitkering opnieuw te kunnen vaststellen. Een individuele studietoeslag bedraagt € 300,- netto per maand. En wordt maandelijks uitbetaald. De Individuele Studietoeslag is niet van toepassing op mensen die een ‘levenlanglerenkrediet’ ontvangen. Dit artikel vervalt bij inwerkingtreding van de wijziging van artikel 36 b en de gewijzigde Participatiewet. Deze gewijzigde Participatiewet zal in principe per 1 juli 2021 in werking treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel