Een recreatiewoonverblijf mag niet zodanige afmetingen of een zodanige ligging verkrijgen, dat een bestaand deel ervan of een ander bouwwerk voor zover dat bouwwerk een recreatiewoonverblijf is, niet meer zou voldoen aan de bepalingen van de hoofdstukken (4 en 5) van deze verordening en voor zover het andere bouwwerk geen recreatiewoonverblijf is, dit niet meer zou voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 3 van de bouwverordening of dat een reeds bestaande afwijking van de bepalingen zou worden vergroot.
Bij het onderzoek of aan de In de eerste zin gestelde eis is voldaan, wordt de mogelijkheid van vrijstelling niet in aanmerking genomen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 6