3.1Ontstaansgeschiedenis
De Vijfheerenlanden vormt een overgangsgebied tussen het veengebied van West-Nederland en het oostelijk rivierengebied. Het is een mix van vijf oost-west lopende stroomruggen met klei-op-veengebieden daartussen en omgeven door oeverwallen van de Lek en de Linge en van kleinere veenstroompjes als de Laak (Lakerveld) en de Lede (Leerbroek). Op deze stevige en zandige stroomruggen ontstonden de eerste nederzettingen, grofweg tussen de 5e en 10e eeuw nC.
De ontstaansgeschiedenis van het landschap is terug te vinden in de bestaande landschapsstructuur en in de verkaveling van het landelijk gebied. Het grondgebruik in de gemeente wordt met name gedomineerd door grasland. Dit hangt samen met de historisch gegroeide situatie en deels de gesteldheid van de bodem.
Het gebied wordt, voor het grootste deel, onderhouden door agrarische ondernemers en natuurverenigingen. Zoals gezegd, is het gebied zeer divers door de ligging, namelijk deels op de oeverwallen en deels op veengebieden. De tegenstellingen zijn zichtbaar in het landschap en zorgen ervoor dat zowel veeteelt, als akkerbouw en fruitteelt in het gebied mogelijk zijn.
3.2Ontwikkeling in het gebied
Vanwege de historische ontginningsstructuur van het landschap zijn veel boerderijen naast elkaar gesitueerd. Door de schaalvergroting in de landbouw zijn veel agrarische bedrijven opgeheven en omgezet in bijvoorbeeld een woonfunctie. Hierdoor zijn woonpercelen en agrarische percelen vaak naast elkaar gelegen. De schaalvergroting zal verder doorzetten. Enerzijds zullen bedrijven willen uitbreiden, anderzijds zal een aantal bedrijven stoppen in de komende jaren.
In de vrijkomende bebouwing (de voormalige agrarische bedrijfswoning of bedrijfspanden) zal regelmatig een geurgevoelige bestemming gewenst zijn, zoals een woonfunctie of een recreatieve functie. Veelal ligt hierbij de afstand tussen agrarische bedrijfspercelen en woonpercelen onder de vereisten van de Wgv en het Activiteitenbesluit, zodat deze gewenste ontwikkeling geen doorgang kan vinden. Ook de volwaardige en duurzame melkveehouderijbedrijven kunnen vaak niet meer uitbreiden in dieraantallen en/of stallen. Dit wordt dan veroorzaakt doordat de bestaande stal op te korte afstand van de naburige woning staat waardoor uitbreiden in dieraantallen niet is toegestaan, dan wel omdat er onvoldoende afstand is tussen de nieuw te bouwen stal en de naastgelegen woning.
3.3Gewenste ontwikkeling
Het beleid van de gemeente Vijfheerenlanden is gericht op het behoud van agrarische bedrijvigheid, zodat het gevarieerde landschap mede door haar in stand kan worden gehouden. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om voorop te lopen met innovaties in het landelijk gebied. Het ruimtelijke ordeningsbeleid van de gemeente is met name gericht op het - waar mogelijk - bieden van voldoende ruimte aan deze bedrijven en tegelijkertijd de kwaliteiten van het landschap te bewaren en zo mogelijk te verbeteren.
Voor een aantal melkrundveehouderijen geldt dat een economisch rendabele bedrijfsvoering alleen mogelijk is als het aantal dieren wordt uitgebreid. Dit is echter niet voor alle bedrijven van toepassing. Andere melkrundveebedrijven richten zich bijvoorbeeld op verbreding van de bedrijfsvoering, de biologische landbouwmethode of de kringlooplandbouw. Al deze volwaardige agrarische bedrijven worden in de vigerende bestemmingsplannen de mogelijkheid geboden om hun bedrijfsbebouwing uit te breiden of te wijzigen. Deze bouwmogelijkheden zijn uiteraard wel gebonden aan regels.
Daarnaast maakt het beleid het mogelijk om in vrijkomende agrarische bebouwing nieuwe functies te vestigen, mits passend in de omgeving en het landschap en op een wijze dat de naburige agrarische bedrijven hierdoor niet worden belemmerd. Dit dient het doel om de economische dynamiek op het platteland te behouden.
Bij de gewenste ruimtelijke ontwikkeling kan de gemeente niet voorbij gaan aan het beschermingsniveau dat op grond van de Wet milieubeheer en de Wet geurhinder en veehouderij moet worden geboden. De geur die door de agrarische sector wordt veroorzaakt, is onderdeel van de leefomgeving in dit gebied. Daarom is in het landelijke gebied, maar ook in de kernen of in de van oorsprong agrarische bebouwingslinten, een hogere geurbelasting acceptabel. Dit sluit aan bij de intentie van de Wgv. Immers, in de Memorie van Toelichting staat dat de bevoegdheid van de gemeente om een verordening vast te stellen “voldoende soelaas” biedt voor “veehouderijen …. die in lintbebouwing zijn gelegen. ”
Artikel 3
De ruimtelijke ontwikkeling
Onderdeel van Gebiedsvisie in het kader van de geurverordening