Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Knelpuntenanalyse en keuzes

Onderdeel van Gebiedsvisie in het kader van de geurverordening

4.1Huidige situatie In de gemeente Vijfheerenlanden zijn circa 125 veehouderijen gevestigd (informatie afkomstig uit bedrijveninformatiesysteem Omgevingsdienst Regio Utrecht, mei 2020). Hiervan zijn er circa 109 bedrijven die overwegend melkvee, jongvee en/of paarden houden. Voor deze diercategorieën geldt ten aanzien van geur een vaste afstandseis tot nabijgelegen geurgevoelige objecten. Voor circa 16 bedrijven geldt dat zij met name schapen, varkens of kippen houden. Voor deze dieren zijn in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) geuremissiefactoren vastgesteld. Op een aantal bedrijven waar overwegend melkrundvee wordt gehouden, wordt ook een beperkt aantal dieren gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld schapen, vleeskalveren tot circa 8 maanden of vleesstieren en vleesvee van 8 tot 24 maanden). Andersom worden op een aantal bedrijven waar in hoofdzaak intensieve dieren worden gehouden, ook dieren gehouden waarvoor een vaste afstand geldt (bijvoorbeeld paarden). Van de 109 bedrijven waar voornamelijk melkvee, jongvee en/of paarden worden gehouden, vallen 101 bedrijven onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (type B-bedrijven). Er zijn 8 vergunningplichtige bedrijven (type C-bedrijven) binnen de gemeentegrens aanwezig. Dit zijn bedrijven met meer dan 200 melkkoeien. Geen enkele paardenhouderij is vergunningplichtig op grond van het houden van meer dan 100 volwassen paarden en/of pony’s. Verder is er één IPPC-bedrijf (meer dan 40.000 stuks pluimvee) waar tevens meer dan 200 melkkoeien worden gehouden. Dit maakt het totaal op negen vergunningplichtige bedrijven op grond van het aantal gehouden melkkoeien. De negen vergunningplichtige melkveebedrijven (type C-bedrijven) zijn alle buiten de bebouwde kom gelegen. De emissiepunten van deze bedrijven liggen op meer dan 50 meter van geurgevoelige objecten gelegen buiten de bebouwde kom, dan wel op meer dan 100 meter van geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom. Deze bedrijven voldoen dus aan de vereiste afstand uit de Wgv. Voor de niet-vergunningplichtige veehouderijen (type B-bedrijven) is niet bepaald op welke afstand deze tot geurgevoelige objecten zijn gelegen. 4.2Toekomst veehouderij De melkrundveebedrijven in Nederland worden steeds groter. Door deze schaalvergroting daalt het totaal aantal bedrijven sterk. De agrarische bedrijfsbebouwing van de stoppende bedrijven wordt deels hergebruikt voor andere doeleinden, wordt deels gesloopt, maar komt veelal ook leeg te staan. Daarnaast zijn er ondernemers die hun boerenbedrijf op een andere wijze voortzetten. Er wordt bijvoorbeeld overgestapt op een biologische landbouwmethode, het uitoefenen van een nevenfunctie (bijvoorbeeld kinderopvang, verkoop van producten aan huis). Dan wel wordt overgegaan tot het hobbymatig voortzetten van het bedrijf. 4.3Knelpunten Een deel van de toekomstbestendige extensieve veehouderijbedrijven heeft binnen een afstand van 100 meter (geurgevoelig object binnen de bouwde kom), respectievelijk 50 meter (geurgevoelig object buiten de bebouwde kom) van de grens van het bouwblok een geurgevoelig object liggen. Deze agrarische bedrijven worden hierdoor in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Als namelijk voor de ‘vaste afstandsdieren’ de bestaande afstand tot een geurgevoelig object kleiner is dan de wettelijk vereiste vaste afstand, dan is er op basis van de Wvg geen uitbreiding/wijziging van het aantal dieren mogelijk. De huidige en toekomstige geurknelpunten doen zich met name voor in de lintbebouwingen. In veel gevallen betreft dit cultuurhistorische lintbebouwingen. Deze situatie is in het verleden versterkt door het destijds in werking treden van het Besluit landbouw milieubeheer (6 december 2006), de Wet geurhinder en veehouderij (1 januari 2007) en het Activiteitenbesluit (1 januari 2013). Tot 6 december 2006 gold het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. Onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer was een minimale afstand van 50 meter vereist tot woningen van derden. In het Besluit landbouw milieubeheer en in het Activiteitenbesluit is een minimaal vereiste afstand tot woningen van derden binnen de bebouwde kom en woningen in lintbebouwing opgerekt naar 100 meter. Voor woningen gelegen buiten de bebouwde kom en buiten de lintbebouwing geldt een afstand van 50 meter. Dit betekent dat veel bedrijven door het in werking treden van het Besluit landbouw milieubeheer en haar opvolger, het Activiteitenbesluit, en de Weg in hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden zijn beperkt. 4.4Keuzes Voor het landelijk gebied van de gemeente Vijfheerenlanden en voor de van oorsprong agrarische bebouwingslinten en kernen is de geur die wordt veroorzaakt door agrarische activiteiten, onderdeel van de leefomgeving in dit gebied. Dat maakt het verantwoord om in het landelijk gebied, maar ook in de bebouwde kom, te werken met een hogere geurbelasting en dus lagere afstandsnormen voor geurhinder dan in de Wgv is opgenomen. Bij een afwijking van de vaste afstandsnorm voor dieren waarvoor op grond van de Wgv een vaste afstand geldt, zal de geurbelasting voor de naburige woningen en andere geurgevoelige functies op moeten wegen tegen het behoud en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving in het landelijk gebied. Binnen de ruimte die de Wgv biedt, is door de wetgever dan ook al rekening gehouden met een eventuele toename van geurhinder door derden. In het verleden (Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer) waren de vaste afstandsmaten kleiner en mocht er worden gebouwd op kortere afstand van geurgevoelige objecten. Bij het in werking treden van het Besluit landbouw milieubeheer en de Wgv, waarbij een grotere afstand tot geurgevoelige objecten wordt geëist, zijn bedrijven destijds op slot komen te staan. Dat was mede de aanleiding voor de voormalige gemeenten Zederik en Leerdam om een geurverordening op stellen. Door het aanpassen van de minimaal vereiste afstand, is er voor gezorgd dat bedrijven niet meer op slot zaten door de wetswijzigingen die hebben plaatsgevonden ten aanzien van de vereiste afstand. Uiteraard biedt deze verordening niet voor alle bedrijven een oplossing. Bedrijven waarbij de afstand tot geurgevoelige objecten echt te klein is, zaten in het verleden (onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer) al op slot. Ook na het vaststellen van de geurverordeningen van de gemeente Zederik en gemeente Leerdam bleven deze bedrijven op slot. Dit zal ook het geval blijven na het in werking treden van de geurverordening gemeente Vijfheerenlanden. Bedrijven binnen de bebouwde kom In de bebouwde kom geldt vanuit de Wgv dat er minimaal een afstand moet zijn van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en een naburig geurgevoelig object dat behoort tot de bebouwde kom. Veelal gaat het hierbij om bebouwing in de van oorsprong agrarische bebouwingslinten in de bebouwde kom waar de geur van veehouderijen van oudsher onderdeel is van de leefomgeving. Om die reden is het acceptabel om de minimale vaste afstandsmaat te verminderen van 100 meter naar 50 meter. Dit te meer omdat dit in de voormalige gemeente Leerdam en gemeente Zederik al de geaccepteerde situatie is op grond van de daar geldende geurverordeningen. Ook in de concept-gebiedsvisie en concept- geurverordening van de gemeente Vianen werd een aan te houden vaste afstand van 50 meter tot geurgevoelige objecten, gelegen binnen de bebouwde kom, als acceptabel geacht. Daarnaast was deze situatie voor de vaststelling van de geurverordeningen ook aanvaardbaar op grond van het tot 6 december 2006 van kracht zijnde Besluit melkrundveehouderijen. Bedrijven buiten de bebouwde kom Buiten de bebouwde kom geldt op grond van de Wgv een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en de naburige geurgevoelige objecten. Tot de geurgevoelige objecten behoren ook de woningen van naastgelegen agrarische bedrijven. Ook hier geldt dat de geur onderdeel is van de leefomgeving van dit gebied. Daarnaast wil de gemeente een vitaal en leefbaar platteland houden. Een gezonde agrarische bedrijfsvoering maakt daar onderdeel van uit. Daarom kan de wettelijk vereiste afstand worden teruggebracht van 50 meter naar 25 meter. Een aan te houden afstand van 25 meter is op grond van de geurverordeningen van de voormalige gemeente Leerdam en gemeente Zederik al een geaccepteerde situatie. Ook in de concept-gebiedsvisie en concept-geurverordening van de gemeente Vianen werd een aan te houden vaste afstand van 25 meter tot geurgevoelige objecten welke zijn gelegen buiten de bebouwde kom als acceptabel beschouwd. Daarnaast was deze situatie voor de vaststelling van de geurverordeningen ook aanvaardbaar op grond van het tot 6 december 2006 van kracht zijnde Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. Voormalige agrarische bedrijfswoning / voormalige bedrijfswoning eigen inrichting Door het stoppen of verplaatsen van agrarische bedrijven ontstaat de situatie dat voormalige agrarische bedrijfswoningen gaan functioneren als burgerwoningen. Deze voormalige agrarische bedrijfswoning wordt vaak bewoond door de voormalige eigenaar en/of door voormalige werknemers die geen werkzaamheden meer doen op het agrarisch bedrijf of door mensen die bewust in het buitengebied komen wonen. Vanuit de ruimtelijke visie is het daarnaast wenselijk dat de veehouderijbedrijven (waartoe de voormalige bedrijfswoning eerst deel van uitmaakte) niet in hun ontwikkeling worden beperkt door deze voormalige agrarische bedrijfswoningen die nu een functie vervullen als burgerwoning. Om voormalige agrarische bedrijfswoningen om te kunnen zetten in een functie ‘(burger)woning’ kan deze woning in het bestemmingsplan worden aangemerkt als zijnde plattelandswoning, dan wel burgerwoning. Er moet bij deze omzetting worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Vaak liggen voormalige agrarische bedrijfswoningen binnen de minimale afstanden van het voormalige eigen agrarisch bedrijf. Daarnaast kan het omzetten in een bestemming ‘(burger)woning’ beperkingen opleveren voor omliggende veehouderijbedrijven. Hiermee wordt een gewenste ruimtelijke ontwikkeling dus onmogelijk. Om de veehouderijen ontwikkelingsruimte te bieden en om voormalige agrarische bedrijfswoningen te kunnen wijzigen in een bestemming ‘(plattelands)woning’, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid uit de Wgv om de voormalige bedrijfswoningen geen bescherming te bieden ten opzichte van de voormalige inrichting waartoe deze heeft behoord. Dit geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden. Daarnaast geldt dit zowel voor bedrijfswoningen die voor 19 maart 2000 afgesplitst zijn, als bedrijfswoningen die na 19 maart 2000 zijn afgesplitst. Overzicht (afwijkende) vaste afstanden De hiervoor gemaakte keuzes zijn in onderstaande tabel nader uitgewerkt. Bij veehouderijen welke onder de Wet geurhinder en veehouderij of het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen en waar dieren worden gehouden waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, worden de volgende vaste afstanden tot geurgevoelige objecten aangehouden: Tabel 4.1 Afstanden tot geurgevoelige objecten. Type geurgevoelig object en diersoort Gebied Wettelijke afstandseis Bandbreedte voor de verordening Afstandseis gemeentelijke verordening 1 De afstanden worden gehalveerd binnen het gebied zoals aangegeven op de bij de verordening behorende kaart. Uitzondering hierop vormt de afstand van 0 meter tot de voormalige bedrijfswoning van de eigen inrichting. Deze afstand geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden.) Bedrijfswoning (of geurgevoelig object) behorende bijeen andere veehouderij Dieren met geuremissiefactor (Art. 3, 2e lid) Binnen bebouwde kom 100 m art. 6: Afwijken niet mogelijk 100 m Buiten bebouwde kom 50 m 50 m Dieren zonder geuremissiefactor (art. 4, 1e lid) Binnen bebouwde kom 100 m Art. 6, 3e lid: ≥ 50 m 50 m Buiten bebouwde kom 50 m Art. 6, 3e lid: ≥ 25 m 25 m Voormalige agrarische bedrijfswoning (of geurgevoelig object) die voor 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van die veehouderij Dieren met geuremissiefactor (art. 3, 2e lid) Binnen bebouwde kom 100 m Art 6, 2e lid: Onbeperkt afwijken van de afstand 100 m Buiten bebouwde kom 50 m 50 m Voormalige bedrijfswoning eigen inrichting 50/100m 0 m Dieren zonder geuremissiefactor (art. 4, 1e lid) Binnen bebouwde kom 100 m Art 6, 2e lid: Onbeperkt afwijken van de afstand 50 m Buiten bebouwde kom 50 m 25 m Voormalige bedrijfswoning eigen inrichting 50/100m 0 m Voormalige agrarische bedrijfswoning (of geurgevoelig object) die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van die veehouderij Dieren met geuremissiefactor (art. 3, 2e lid) Binnen bebouwde kom 100 m art. 6, 2e lid: Onbeperkt afwijken van de afstand 100 m Buiten bebouwde kom 50 m 50 m Voormalige bedrijfswoning eigen inrichting 50/100m 0 m Dieren zonder geuremissiefactor (art. 4, 1e lid) Binnen bebouwde kom 100 m art. 6, 2e lid: Onbeperkt afwijken van de afstand 50 m Buiten bebouwde kom 50 m 25 m Voormalige bedrijfswoning eigen inrichting 50/100m 0 m Ruimte – voor- ruimte woning (art.14, 2e lid) of geurgevoelig object (art. 14, 3e lid) Alle dieren Binnen bebouwde kom 100 m art. 6: Afwijken niet mogelijk 100 m Buiten bebouwde kom 50 m 50 m Alle woningen en geurgevoelige objecten die niet onder de hierboven genoemde categorieën vallen Dieren zonder geuremissiefactor (art. 4, 1e lid) Binnen bebouwde kom 100 m art. 6, 3e lid: ≥ 50 m 50 m Buiten bebouwde kom 50 m art. 6, 3e lid: ≥ 25 m 25 m Geen lokaal geurbeleid voor dieren met geuremissiefactor De diercategorieën vleesvee, schapen, geiten, varkens en kippen hebben een geuremissiefactor. De gemeente Vijfheerenlanden is niet voornemens om de vastgestelde normen uit de Wgv of het Activiteitenbesluit milieubeheer te wijzigen. Uitbreidingen bij bedrijven die dieren met een geuremissiefactor houden (veelal intensieve veehouderij) worden getoetst aan de wettelijke geurnormen uit de Wgv/Activiteitenbesluit milieubeheer. Op veel melkrundveehouderijen zijn ook schapen aanwezig. Voor schapen zijn ook geuremissiefactoren vastgesteld. De geuremissie afkomstig van schapen wordt dan ook getoetst aan de wettelijk vastgestelde normen en zijn geen onderdeel van dit beleid. In de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn standaardnormen opgenomen voor veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Hieruit volgt dat voor de gemeente Vijfheerenlanden de geurbelasting op een geurgevoelig object: In de bebouwde kom niet meer mag bedragen dan 2,0 ouE/m3; Buiten de bebouwde kom niet meer mag bedragen dan 8,0 ouE/m3. Woningbouwplan Broekgraaf Het plan Broekgraaf is een nieuw te ontwikkelen woningbouwplan dat tegen de bestaande woonbebouwing van Leerdam ligt. In de geurverordening 2015 gemeente Leerdam is voor dit plangebied een afwijkende geurnorm van 3,5 odour units vastgesteld. Het plan Broekgraaf is nog in ontwikkeling. Daarom zal in de nu voorliggende geurverordening wederom een geurnorm van 3,5 odour units voor plangebied Broekgraaf worden opgenomen. Voor de onderbouwing van deze geurnorm verwijzen wij naar bijlage 1 van deze gebiedsvisie, ‘Notitie onderbouwing aanpassing geurnormen’ d.d. 1 juli 2015. In bijlage 1 van de geurverordening is vastgelegd voor welk gebied de afwijkende geurnorm van 3,5 odour untits van toepassing is. 4.5Toepassingsgebied geurverordening In aansluiting op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling (paragraaf 3.3), zal het lokale geurbeleid van de gemeente Vijfheerenlanden gelden voor het hele grondgebied van de gemeente. De problematiek voor de veehouderijbedrijven in de lintbebouwing en het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de grondgebonden landbouw speelt in de gehele gemeente. De Wgv maakt onderscheid tussen de situatie of een geurgevoelig object binnen of buiten de bebouwde kom ligt (zie paragraaf 2.7). Voor het bepalen van de grens van de bebouwde kom wordt aangesloten bij hetgeen daarover is bepaald in de Bouwverordening Vijfheerenlanden en haar bijlagen. 4.6Afwijkingen te opzichte van de vigerende geurverordening In de voormalige gemeente Zederik en gemeente Leerdam zijn geurverordeningen vastgesteld. Ten opzichte van deze geurverordeningen vindt er een aantal wijzigingen plaats. Wijzigingen ten opzichte geurverordening Zederik en Leerdam: De afwijkende vaste afstanden golden in de geurverordening Zederik en geurverordening Leerdam niet voor het gehele grondgebied van de betreffende gemeente. In de nu voorliggende geurverordening gelden de afwijkende afstanden voor het gehele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden; De vaste afstand van 0 meter tussen een voormalige bedrijfswoning ten opzichte van de voormalige inrichting is ook van toepassing op voormalige bedrijfswoningen die voor 19 maart 2000 zijn afgesplitst. In de geurverordening van Zederik en Leerdam gold de gewijzigde afstand van 0 meter tussen de voormalige bedrijfswoning en voormalige inrichting enkel voor afgesplitste bedrijfswoningen na 19 maart 2000. Ten opzichte van de kaarten behorende bij de geurverordening Zederik en Leerdam is op een aantal punten de ligging van grens binnen-buiten de bebouwde kom gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel