Hoewel met het vaststellen van de APV de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid heeft verleend om (flexibel) cameratoezicht in te zetten, is het belangrijk om afwegingscriteria te formuleren. Die criteria zijn een hulpmiddel bij het bepalen of cameratoezicht een effectief en acceptabel instrument is bij het oplossen of beheersen van een bepaald openbare-orde-probleem, en zo ja, welk type cameratoezicht gewenst is. Over het algemeen geldt dat de burgemeester cameratoezicht alléén inzet als aantoonbaar sprake is van een veiligheidsprobleem dat niet op een andere (minder ingrijpende) manier kan worden opgelost. Het is in die zin een uiterste stap die de burgemeester kan nemen bij het handhaven van de openbare orde.
4.1 Afwegingscriteria
De burgemeester kan een besluit nemen tot toepassing van cameratoezicht als voldaan is aan de hiernavolgende criteria:
Locatie
Het moet gaan om een openbare plaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties of een voor ieder toegankelijk parkeerterrein.7 Uit: APV 2019. In deze wet wordt verstaan onder openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek.
Doel en noodzaak
Het doel en de noodzaak van cameratoezicht moeten duidelijk zijn. In artikel 151c van de Gemeentewet is bepaald dat het doel bij gemeentelijk cameratoezicht is: het handhaven van de openbare orde. Dit geeft niet aan wat men specifiek met cameratoezicht wil bereiken, maar wel waarom men het wil bereiken. Wat men precies wil bereiken, is toegespitst op de situatie in het gebied waarin men cameratoezicht wil inzetten. Dit helpt ook om in een later stadium te evalueren of de doelstelling(en) zijn bereikt. Duidelijke doelen zijn in ieder geval:
Vermindering van de feitelijk plaatsvindende criminaliteit en/of de onveiligheidsgevoelens door de preventieve werking van camera’s;
Vroegtijdig signaleren van incidenten en daarmee effectieve inzet van handhavers en politie op de juiste tijd en juiste plek;
Herkennen van personen die betrokken zijn (geweest) bij strafbare feiten;
Incidentenanalyse achteraf en mogelijk gebruik van de beelden voor bewijsvoering;
Volgen van publiekstromen en verdeling van publiek bij evenementen (crowd control).
Veiligheidsanalyse
Voordat besloten wordt om cameratoezicht toe te passen, moet worden aangetoond dat dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Er moet dus sprake zijn van een gebied waarin zich onveilige situaties of met enige regelmaat ongeregeldheden voordoen. Om hier een goed beeld van te krijgen, moet eerst een analyse van de veiligheidssituatie plaatsvinden (door politie en gemeente). Denk aan meldingen, klachten, sfeerbeelden, etc. Een camera wordt niet geplaatst op basis van een klacht van één bewoner. Naast een veiligheidsanalyse kan aanvullende informatie worden opgevraagd bij en toegevoegd van relevante andere partijen. Aan de hand van deze analyse moet worden aangetoond dat een evenwichtige verhouding bestaat tussen het doel en het middel.
Pakket aan maatregelen
De inzet van camera’s mag nooit op zichzelf staan. Cameratoezicht is daarom altijd onderdeel van een pakket van maatregelen en een uiterst middel. Bij aanvullende maatregelen kan men denken aan verbeteringen in de aanleg van de fysieke ruimte, betere straatverlichting, extra toezicht, etc. Gezamenlijk draagt dit bij aan het vergroten van veiligheid en het terugdringen van de criminaliteit.
Toetsing aan wettelijke vereisten
Cameratoezicht is een privacygevoelige aangelegenheid. Om de privacy te waarborgen zijn regels vastgelegd (zie hoofdstuk 2). Zo moet de noodzakelijkheid volgen uit een dringende maatschappelijke behoefte. Ook staat in de wet dat het cameratoezicht in een redelijke verhouding moet staan tot het doel dat men beoogt (proportionaliteit). Daarnaast staat vermeld dat het doel van handhaving van de openbare orde niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt (subsidiariteit). Hieraan moet een verzoek/initiatief worden getoetst.
Soort cameratoezicht
Afhankelijk van de type problematiek wordt bepaald welk type cameratoezicht het meest geschikt is. Hierbij kan het stroomschema op de volgende pagina worden gevolgd.
Financiën
Cameratoezicht is een kostbare maatregel. Niet alleen de aanschaf, maar ook het plaatsen, het uitkijken van de camera’s en het beheer en onderhoud kost geld. Het is dus belangrijk om ook goed af te wegen of dit het juiste middel is om de openbare orde te handhaven.
Stroomschema toetsing cameratoezicht
*Functiegebonden = gebieden die door hun aard te maken hebben met problemen
*Situatiegebonden = gebieden die door een veranderende situatie te maken hebben met problemen
*Tijdelijke vaste camera’s = mobiele cameraunits aangesloten op het vaste systeem
*Mobiele camera’s = mobiele cameraunit, drones
Artikel 4
- Afwegingscriteria en stroomschema
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent cameratoezicht