Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4.8

Ontgraven van grond dieper dan 2 meter

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent grondverzet en bodemsanering

De Ontgravingskaart geeft de verwachte bodemkwaliteit aan tot een maximale diepte van meter beneden het maaiveld. Voor grond die dieper dan 2 meter beneden het maaiveld vrijkomt, kan de Ontgravingskaart dus niet gebruikt worden als bewijsmiddel om de te verwachten kwaliteit van de grond aan te tonen. Generieke kader In het Generieke kader betekent dit dat er een partijkeuring of verkennend bodemonderzoek nodig is om de kwaliteit van de grond aan te kunnen tonen. Gebiedsspecifieke kader Omdat verwacht mag worden dat, in de meeste gevallen, de diepere ondergrond schoner is dan de grond in de ondiepere bodemlagen, heeft de gemeente Vijfheerenlanden een Gebiedsspecifieke beleidsregel vastgesteld voor het graven in de bodem dieper dan 2 meter. De hoofdregel van de Gebiedsspecifieke beleidsregel voor dit onderdeel is: Voor ontgravingen dieper dan 2 meter wordt als gemiddelde kwaliteit de verwachte kwaliteit van de grond in de bodemlaag 0,5 – 2 m -mv gehanteerd De vrijkomende grond kan elders in de gemeente, zonder onderzoek, toegepast worden, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: Er zijn tijdens het graven geen aanwijzingen gevonden dat de vrijkomende grond verontreinigd zou kunnen zijn Uit het raadplegen van het Bodeminformatiesysteem van de ODRU zijn geen gegevens naar voren gekomen op grond waarvan een bodemverontreiniging vermoed kan worden. Zie par. 8.2.2.

Rechtspraak bij dit artikel