Naar hoofdinhoud
2.1Lokale ontwikkelingen en kaders De gemeentelijke regio's Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West hebben beiden een regionaal beleidskader opgesteld met gemeenschappelijke uitgangspunten. We beschrijven de overeenkomsten hieronder. Beleidskader Sociaal Domein MLO 2020-2028 Het gezamenlijke beleidskader voor het sociaal domein van de gemeenten Roermond, Echt- Susteren, Roerdalen en Maasgouw is een richtinggevend kader voor beleid en uitvoering in het Sociaal Domein. Preventie en vroegsignalering worden als speerpunt genoemd en (financiële) zelfredzaamheid van inwoners als een van de doelen. De missie van het beleidskader is als volgt geformuleerd: “We werken aan een sterke samenleving waarin iedereen zo volledig en volwaardig mogelijk mee kan doen en eigen regie heeft over zijn/ haar leven. De gemeenten investeren samen met de maatschappelijke partners in preventie en een sterke sociale basis die bijdraagt aan zelfstandig leven. Wanneer het zelfstandig leven (even) niet lukt, voorzien wij in een netwerk van passende, laagdrempelig en/ of geïndiceerde voorzieningen.” Regionaal Beleidsplan Sociaal Domein Weert, Leudal & Nederweert De kernboodschap van het regionale beleidsplan Midden-Limburg West is: “Samen aan de slag met talent: iedereen telt mee, doet mee en draagt bij naar eigen vermogen. We gaan voor een solidaire samenleving in een omgeving waar onze inwoners zich thuis voelen en mee kunnen doen naar vermogen. De behoefte en het talent van de inwoner staan centraal. Dit betekent dat mensen iets voor elkaar betekenen, dat er respect is voor elkaars eigenheid en dat er ruimte is voor individuele keuzes. De inwoner kan erop vertrouwen dat de gemeente voorziet in passende ondersteuning als deze nodig is.” Beide regionale uitgangspunten hebben gemeenschappelijke raakvlakken. Gemeenten werken aan een samenleving waarbij de inwoner naar eigen vermogen bijdraagt en waar de inwoner eigen regie voert over hun eigen leven. Mocht de inwoner onverhoopt toch in de problemen geraken, dan voorziet de gemeenten in een passende ondersteuning waar nodig. Dit vormt dan ook het kader waarbinnen schuldhulpverlening en vroegsignalering plaatsvinden. 2.2Landelijke ontwikkelingen en kaders 2.2.1Brede schuldenaanpak Het besef dat een grote groep huishoudens worstelt met schuldenproblematiek die zij niet zelfstandig kunnen oplossen en daarmee samenhangende stress, heeft geleid tot een landelijk project, genaamd de ‘Brede Schuldenaanpak’. De regering wil dat minder mensen te maken hebben met problematische schulden en geeft daar hoge prioriteit aan. Maar dit doet de regering niet alleen. De schuldenproblematiek vraagt om nauwe samenwerking tussen ministeries, gemeenten en andere betrokken partijen. Daarom gaf de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Tamara van Ark op 21 februari 2018 het startsein voor het Samenwerkingsverband Brede Schuldenaanpak. Zo kunnen alle betrokken partijen, vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten, het schuldenbeleid invullen en uitvoeren. Voorkomen van problematische schulden is belangrijk. Als mensen toch in de problematische schulden terechtkomen, wil de regering hen waar nodig en mogelijk ontzorgen en ondersteunen, voorkomen dat schulden onnodig oplopen en zorgen dat schulden op een maatschappelijk verantwoorde manier worden geïncasseerd. De brede schuldenaanpak richt zich op drie actielijnen: Problematische schulden voorkomen door preventie en vroegsignalering; Ontzorgen en ondersteunen; Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. Dit interdepartementale programma voorziet in ruim veertig al dan niet wettelijke maatregelen. In dit plan gaan we niet verder in op al deze maatregelen. De ambitie en visie zoals beschreven in dit beleidsplan sluiten nadrukkelijk aan op deze actielijnen. 2.2.2Wetswijzigingen In dit beleidsplan schreven we al, dat op 1 januari 2021 een wijziging van de Wgs in werking treedt. De belangrijkste wijziging is de uitwisseling van persoonsgegevens. De huidige Wgs noemt vroegsignalering niet expliciet als een taak van de gemeente, waardoor er geen grondslag is voor gegevensuitwisseling. In de gewijzigde wet krijgt de gemeente die expliciete taak wél. Hierdoor wordt het makkelijker om gebruik te maken van de signalen over betalingsachterstanden van woningcorporaties, zorgverzekeraars, en water- en energieleveranciers. Er kan dus eerder worden gestart met het oplossen van betalingsproblemen. Dit leidt tot een efficiëntere schuldhulpverlening. Op 1 januari 2021 treedt daarnaast de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking. De beslagvrije voet is het inkomen waarover iemand altijd moet blijven beschikken, zodat mensen niet onder het bestaansminimum zakken. Een groot voordeel dat met de Wvbvv wordt behaald is de eenduidige en geautomatiseerde manier van berekenen van de beslagvrije voet. Op die manier kunnen inwoners beter in het bestaansminimum beschermd worden en kan de beslagvrije voet beter gecontroleerd worden. Een tweede voordeel is dat de wet meer coördinatie van incassoactiviteiten tot gevolg heeft, door onder andere het introduceren van een vaste beslagvolgorde. In de praktijk passen we de verlaging van de beslagvrije voet al toe. Dit houdt concreet in dat de belastingvrije voet van 10% naar 5% van de bijstandsnorm gaat. De Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag biedt een grondslag voor gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen. Om tot een realistische beslagvrije voet te komen, krijgen ook overheidsinstanties toegang tot het huidige beslagregister. Partijen worden gefaseerd aangesloten tussen 2021 en 2023. Tenslotte krijgen gemeenten in de toekomst adviesrecht bij schuldenbewind, waardoor gemeenten, rechters kunnen adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden, hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder. Op 3 september 2020 is het Wetsvoorstel adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind als hamerstuk door de Tweede Kamer aangenomen. Gemeenten zijn nu niet op de hoogte, wanneer de rechter wordt verzocht om bewind uit te spreken, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor de juiste ondersteuning. Hierdoor kunnen gemeenten onvoldoende regie voeren, en betaalt de gemeente via de bijzondere bijstand, de kosten voor bewindvoering. Door het adviesrecht krijgen gemeenten meer grip op de instroom in schuldenbewind. Om inwoners de meest adequate ondersteuning te bieden maken we, zodra dat kan, van deze mogelijkheid tot het geven van advies gebruik. 2.2.3Vroegsignalering van schulden Onderzoek door Nibud (2019) heeft uitgewezen dat één op de vijf huishoudens dusdanige betalingsachterstanden heeft, dat er sprake is van betalingsproblemen. Iets meer dan de helft heeft lichte problemen (800.000 huishoudens). Het overige deel heeft ernstige problemen (550.000 huishoudens). Schuldenproblematiek levert voor mensen op verschillende vlakken problemen op. Zo hebben mensen met schulden vaak een slechtere gezondheid, zijn er problemen binnen het gezin en verliezen zij regelmatig hun baan omdat zij slechter presteren op het werk. Mensen met schulden wachten gemiddeld zo’n 5 jaar voor ze om hulp vragen. Als zij zich uiteindelijk melden hebben ze gemiddeld € 40.000 schuld bij 15 verschillende schuldeisers. Te weinig mensen met ernstige betalingsproblemen maken gebruik van hulpverlening. Een deel van de mensen met financiële problemen weet niet waar ze hulp kunnen krijgen. Een groter deel denkt wel hulp te kunnen vinden als dat nodig zou zijn, maar heeft niet door dat de betalingsproblemen al zo ernstig zijn dat ze al hulp nodig hebben. Vroegsignalering van schulden wordt gezien als een goede oplossing om problematische schulden bij mensen te voorkomen. Op het moment dat schulden vroegtijdig opgespoord worden, door het delen van gegevens, zijn er meer mogelijkheden om hulp te bieden. Hiermee wordt voorkomen dat achterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. 2.2.4Corona In 2020 krijgt de wereld te maken met de coronacrisis. De vergaande gevolgen hiervan zijn, ook in Nederland, merkbaar op veel gebieden. Er is sprake van forse economische krimp. Mensen verliezen hun baan en zien hun inkomsten dalen. De verwachting is, dat het aantal mensen met schulden zal toenemen. De gevolgen voor schuldhulpverlening zijn nog niet volledig te overzien. Door de coronacrisis hebben landelijk minstens 400.000 huishoudens te maken met een scherpe daling van inkomsten (NVVK, 2020). Financieel kwetsbare groepen worden extra geraakt. 62% van de laagbetaalde flexwerkers en 69% van de laagbetaalde zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) zegt dat hun inkomen is gedaald. 11% van de Nederlanders geeft aan momenteel (redelijk tot heel) moeilijk te kunnen rondkomen (Wijzer In Geldzaken, 2020). De overheid heeft vergaande economische maatregelen doorgevoerd en roept schuldeisers op coulant te zijn. Schuldeisers laten coulance zien, maar uitstel van betaling is geen afstel. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de groep mensen die steeds verder in de problemen komt. De NVVK, branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en beschermingsbewind roept in juli 2020, gemeenten op om in de begroting extra middelen te reserveren voor hulp aan inwoners met financiële problemen, voor het eerder opsporen van deze groep en voor uitbreiding en investering in verdere professionalisering van de formatie (schuld)hulpverlening. Vanuit het Rijk is aangekondigd dat er in 2021 geen extra middelen ten behoeve van vroegsignalering en schuldhulpverlening ter beschikking worden gesteld voor gemeenten en dit in 2021 geëvalueerd wordt. Hoe de toekomst er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk. Maar dat de groep mensen met financiële problemen stijgt en dat er een relatief nieuwe groep mensen ontstaat die tijdige en passende ondersteuning nodig heeft is een feit. Het is voor ons zaak om deze groep mensen in een zo vroeg mogelijk stadium te bereiken en passend te ondersteunen om grotere problemen in de toekomst te voorkomen. Afbeelding 1: illustreert de gevolgen van de corona-crisis zoals hierboven omschreven (Deloitte, 2020): 2.3Wetenschappelijke ontwikkelingen 2.3.1Systeemwereld Actuele inzichten uit de gedragsleer en neurowetenschappen leren ons steeds meer over het leven in (langdurige) armoede en/of het hebben van schulden en de gevolgen hiervan voor het menselijk handelen. Uit verschillende onderzoeken weten we dat armoede en schulden vooral aanwezig zijn, bij mensen die over minder mogelijkheden beschikken om regie op hun eigen leven te voeren. Daartegenover staat een samenleving die steeds ingewikkelder, steeds taliger en steeds meer juridisch wordt. Onze samenleving vraagt steeds meer van haar burgers op het gebied van bijvoorbeeld administratieve-, digitale-, taal- en rekenvaardigheden. Het wordt voor een toenemende groep mensen steeds moeilijker mee te kunnen doen aan het leven van alledag. Van de groep mensen met ernstige financiële problemen heeft zeker de helft in 2018 geen professionele hulp. Naast het feit dat schaamte een rol speelt bij het niet zoeken van hulp zijn er ook mensen die de weg naar de schuldhulpverlening niet wisten te vinden en als dat wel lukte dat ze te lang moesten wachten of geen passende oplossing kregen. Een grote groep valt daardoor voortijdig uit. Zo werd er gedurende de trajecten steeds meer van schuldenaren gevraagd. In 2017 verschijnt het rapport ‘Weten is nog geen doen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In dit rapport wordt er van uit gegaan dat weten niet altijd leidt tot doen en dat het doen vermogen onder invloed van schaarste en stress onder druk komt te staan (WRR, 2017). Het rapport “Hindernisbaan zonder finish” (Nationale Ombudsman, 2020), vraagt in dit kader speciale aandacht voor trajecten van de Wet schuldhulpverlening natuurlijke personen ( Wsnp ). De samenwerkende gemeenten zullen dit nader onderzoeken en indien van toepassing voor één of meerdere gemeenten, verder uitwerken in het lokale uitvoeringsplan. 2.3.2Schaarste In 2013 verscheen het boek ‘Schaarste’ van Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton- psycholoog Eldar Shafir . De auteurs laten in dit boek zien hoe de focus op het oplossen van dagelijkse geldzorgen, het denken en doen van mensen gaat bepalen. De dagelijkse geldzorgen leiden tot stress, die ervoor zorgt dat informatie minder goed verwerkt wordt. Deze situatie leidt tot een korte termijn focus waardoor mensen langere termijn afwegingen niet meenemen in beslissingen. De verwerkingscapaciteit van de hersenen nemen af onder druk van de ervaren schaarste ofwel gebrek aan geld. Mullanathan en Shafir (2013) spreken over een verminderde bandbreedte. De effecten van een belaste brandbreedte zijn ingrijpend. Het heeft invloed op uiteenlopende gedragingen, zoals geduld, tolerantie, aandacht, en toewijding, maar ook het geheugen. Het kan leiden tot onverstandige beslissingen, onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsiviteit, kortzichtig gedrag en het maken van fouten. 2.3.3Stress Deze opgedane inzichten worden nog verder aangevuld met kennis vanuit de neurowetenschap over de werking van stress. Het ervaren van (langdurige) stress heeft een negatieve invloed op de zogenaamde “executieve” functies van mensen. Deze functies van onze hersenen “regelen” belangrijke zaken zoals plannen, organiseren, zelfinzicht, impulscontrole en cognitieve flexibiliteit. Het gaat om taken die we nodig hebben om met ingewikkelde situaties om te gaan. Mensen die langdurige stress ervaren als gevolg van financiële problemen, beschikken door die stress steeds minder over de vermogens die nodig zijn om de problemen op te lossen ( Jungman & Westdorp, 2017). Nadja Jungmann ( Jungman & Westdorp, 2017), lector schulden en incasso bij de Hogeschool Utrecht, pleit al enkele jaren voor stress-sensitieve dienstverlening in de schuldhulpverlening. Deze vorm van begeleiding houdt rekening met de stress en de gevolgen hiervan. Uitgangspunt is dat stress-sensitieve dienstverlening kijkt hoe de stress verminderd kan worden en hoe mensen met grote stress, zo ondersteund kunnen worden, dat ze in staat worden gesteld om stappen te zetten.

Rechtspraak bij dit artikel