Naar hoofdinhoud
3.1Visie De gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen, Leudal en Nederweert, geloven in de kracht van samenwerking, verbinding en kennisdeling rondom preventie, vroegsignalering en schuldhulpverlening. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke visie, als basis voor dit beleidsplan en de aanpak van schulden. “Steeds meer huishoudens hebben te maken met financiële problemen. Dit leidt tot persoonlijke moeilijkheden op meerdere leefgebieden en hoge maatschappelijke kosten. Het is daarom belangrijk om (problematische) schulden zo vroeg mogelijk op te sporen en op te lossen, maar beter nog: te voorkomen. Dat is de kern van preventie en het uitgangspunt van dit beleidsplan. Daarom zorgen we voor een laagdrempelige toegang, een integrale aanpak en doen er alles aan om armoede en schulden uit de taboesfeer te halen”. 3.2 Speerpunten Bovenstaande visie vertalen we naar de volgende speerpunten en concrete acties. Elke gemeente maakt na vaststelling van het beleidsplan, een lokaal uitvoeringsplan, waarin de te behalen resultaten SMART staan omschreven. 3.2.1We voorkomen schulden We zetten in op het voorkomen van schulden en vroegsignalering ervan; We maken laaggeletterdheid bespreekbaar en pakken dit aan door bijvoorbeeld taal- en rekenlessen aan te bieden; We maken afspraken met o.a. woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars en nutsbedrijven, rondom vroegsignalering, om problematische schulden, afsluitingen of uithuiszettingen te voorkomen. 3.2.2We communiceren duidelijk over onze aanpak We werken regionaal zo veel mogelijk samen met dezelfde partners, zoals Plangroep en Algemeen Maatschappelijk Werk en geven kaders mee, waarbinnen de ondersteuning plaats dient te vinden; Wij maken de inwoner vooraf duidelijk hoe het maatwerktraject eruitziet, wat er van hem/haar verwacht wordt en leggen afspraken vast; We verstrekken heldere en begrijpbare informatie. 3.2.3We kijken verder dan de schuld alleen We vinden het belangrijk de eigen kracht en de zelfredzaamheid van de inwoner te vergroten; We bieden een samenhangend, integraal hulpaanbod van preventie tot en met nazorg. Het doel is zowel financiële problemen als de oorzaak hiervan op te lossen of te stabiliseren, zodanig dat ze geen belemmering vormen om mee te doen in de samenleving; Schulden en financiële problemen gaan vaak gepaard met problemen op andere leefgebieden. Stress speelt bij schulden een grote rol en werkt door in het dagelijks functioneren en het maken van keuzes. We willen ondersteunen op een manier die stress vermindert en perspectief biedt. Bijvoorbeeld door een hulpvraag integraal aan te pakken en alle oorzaken van schulden bespreekbaar te maken; We werken toe naar schuldenvrij en financieel zelfredzaam zijn. Daarbij bieden we bijvoorbeeld hulp bij thuisadministratie. 3.2.4We werken samen De (schuld)hulpverlener werkt samen met de inwoner, door regelmatig contact te hebben over het traject en legt afspraken vast; De (schuld)hulpverlener houdt nauw contact met de schuldeisers en investeert in een goede samenwerking. Wij hebben oog voor hun belangen en willen voor hen ook een gesprekspartner zijn. Zo ontstaat er bij alle betrokkenen vertrouwen in een goed resultaat; De (schuld)hulpverlener kent de ketenpartners en weet hen te vinden wanneer nodig is. We investeren in deze samenwerking door minstens één keer per jaar met alle (lokale) partners te evalueren of een werkbijeenkomst te organiseren. 3.2.5We werken aan een duurzame oplossing voor schulden We doen er alles aan te voorkomen dat inwoners (opnieuw) in armoede of schulden terechtkomen. Niet alleen bij dreigende situaties, maar zeker ook op jonge leeftijd door goede voorlichting en een gezonde financiële opvoeding; We vinden het belangrijk dat de inwoner voldoende gemotiveerd is en inspanningen levert om zijn/haar inkomen te verbeteren. Dat is een randvoorwaarde voor een geslaagd schuldhulpverleningstraject. 3.3Aandacht voor bijzondere doelgroepen Zoals eerder benoemd en beschreven zijn de gevolgen van schuldenproblematiek zowel voor het individu als de maatschappij ingrijpend en kostbaar. Onder andere uit het onderzoek dat het CBS uitvoerde naar de geregistreerde schuldenproblematiek komen een aantal specifieke doelgroepen naar voren die grotere kans hebben om schulden te ontwikkelen. In ons beleidsplan staan wij specifiek stil bij doelgroepen met een verhoogde kwetsbaarheid op dit gebied. Wij vinden het belangrijk dat inwoners en huishoudens die te maken hebben met financiële problemen, de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben om mee te kunnen doen aan de samenleving. 3.3.1Gezinnen met (minderjarige)kinderen Op grond van de Wgs moet de gemeente vastleggen welke aandacht zij geeft aan gezinnen met minderjarige inwonende kinderen. De wetgever heeft als doel de effecten van sociale uitsluiting zoveel mogelijk wil beperken. Immers, voor kinderen is opgroeien in een problematische schuldsituatie te vergelijken met opgroeien in armoede. Jeugdprofessionals zien armoede bij gezinnen met meerdere problemen soms over het hoofd, terwijl de gevolgen van armoede en schulden bij kinderen en gezinnen groot zijn. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut, samen met het Lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht, heeft gedaan naar wat de gevolgen van armoede en schulden bij kinderen en gezinnen zijn en welke rol jeugdprofessionals hierbij kunnen spelen (Odekerken, Sarti, Blokland & Sondeijker, 2020). Het signaleren van armoede door professionals is essentieel om kinderen en gezinnen in een vroeg stadium te helpen (Odekerken et al., 2020). De gemeenten spannen zich bij gezinnen met minderjarige kinderen, door zorgvuldige crisisinterventie, tot het uiterste in om uithuiszetting en afsluiting van energie te voorkomen. Enerzijds is dit geborgd in lokaal armoedebeleid, anderzijds in de zogeheten vangnet- of bemoeizorgoverleggen en/of de overleggen van de sociale wijkteams. Professionals vinden elkaar snel bij crisisinterventies door de korte lijnen. Aangevuld met tijdige signalering door de signaalpartners van schulden, kan hulp eerder worden geboden en bereiken we gezinnen voordat problemen hen boven het hoofd groeien. 3.3.2Jongeren In sociaaleconomisch opzicht gaat het vooral om jongeren die géén startkwalificatie hebben en weinig tot geen werkervaring. Een startkwalificatie is een diploma voor havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger. Het ontbreken van de startkwalificatie maakt kwetsbaar op de arbeidsmarkt. Belangrijk is dat financiële problemen in een vroeg stadium worden aangepakt en dat jongeren een perspectief krijgen op een schuldenvrij bestaan. Daarnaast zijn jongeren kwetsbaar op het moment dat ze financieel zelfstandig worden. 3.3.3Zelfstandig ondernemers Binnen de huidige Wgs wordt de toegang van zelfstandig ondernemers niet expliciet benoemd, waardoor er bij gemeenten onduidelijkheid bestond over hun taak. Deze groep kan bij financiële problemen aankloppen bij een bank voor extra krediet. Als dat niet mogelijk is, kan de zelfstandige een aanvraag doen voor bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Voor zelfstandigen bestond veel onduidelijkheid over de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. De wijziging van de Wgs per 1-1-2021 heft deze onduidelijkheid op. Er wordt gestreefd naar een brede toegang tot schuldhulpverlening, voor alle zelfstandig ondernemers, waaronder ook zzp’ers en agrariërs. Het is belangrijk deze doelgroep goed te ondersteunen, omdat zij extra hard getroffen worden door de coronacrisis, zoals eerder beschreven. 3.3.4Laaggeletterden Uit onderzoek van de Kredietbank Nederland, Syncasso en Rijksuniversiteit Groningen blijkt het aandeel van laaggeletterden in de schuldhulpverlening 50% te zijn. Het rapport Lezen ≠ Begrijpen maakt duidelijk dat de kans groot is dat brieven van schuldeisers en schuldhulpverleners niet goed begrepen worden (NVVK, 2019). In paragraaf 3.4.5 beschrijven we hoe we schuldhulpverlening toegankelijk maken voor laaggeletterden en in begrijpelijke taal hierover gaan communiceren. 3.3.5Licht verstandelijk beperkten Naar schatting heeft 25% van de cliënten in de schuldhulpverlening een licht verstandelijke beperking (NVVK, 2020). Ook voor hen is het belangrijk dat schuldhulpverlening toegankelijk is en communicatie goed te begrijpen is. Ketensamenwerking kan hierbij ondersteunen. Begeleiders/ vertrouwenspersonen worden actief betrokken bij de (schuld)hulpverlening. 3.4Relatie met het sociaal domein Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid gekregen om de toegang tot de zorg en ondersteuning op een laagdrempelige manier te organiseren. De dienstverlening moet integraal worden opgepakt. Vandaar dat schuldhulpverlening een belangrijke relatie heeft met andere vlakken binnen het sociaal domein. 3.4.1Participatiewet Iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder (tijdelijke) ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Doel van de wet is dat meer mensen mee doen en waar mogelijk werk vinden. De Participatiewet regelt ook de verstrekking van (bijzondere) bijstand. Belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is de verantwoordelijkheid van iedere inwoner om in eigen onderhoud te voorzien. Schulden kunnen een belemmering zijn voor de re-integratie. Schuldhulpverlening is voor deze groep van belang en kan onderdeel zijn van het re- integratietraject. 3.4.2Armoedebeleid Integrale schuldhulpverlening is een belangrijke voorwaarde voor een effectief en duurzaam armoedebeleid. Instrumenten die gemeenten kunnen inzetten ter voorkoming en bestrijding van armoede, schulden en sociale uitsluiting zijn onder andere bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Een belangrijke voorwaarde voor schuldhulpverlening is dat deze voorzieningen benut worden. 3.4.3Wmo en Jeugdwet Onderdeel van de nieuwe Wgs zijn het delen van gegevens van burgers binnen de maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Het gaat niet om gegevens waarvoor beroepsgeheim geldt, maar om de informatie dat iemand ondersteuning krijgt op grond van Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Die informatie hebben schuldhulpverleners nodig om contact te kunnen leggen met andere hulpverleners. Daarvoor hoeft de schuldhulpverlener niet te weten hoe het met iemands gezondheid is, maar wel dat degene zorg of ondersteuning krijgt en wie die hulpverleners zijn. Dan kunnen de hulpverleners de hulpverlening op elkaar afstemmen. Dit zijn volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gezondheidsgegevens. De AVG staat verwerking van gezondheidsgegevens niet toe, tenzij daarvoor een bijzondere rechtvaardiging bestaat. Schuldhulpverlening is zo’n rechtvaardiging. Het valt onder, het in de AVG genoemde, sociale beschermingsrecht (artikel 9 van de AVG en artikel 30 van de Uitvoeringswet AVG). Uitdrukkelijke toestemming vragen zou slechts een extra drempel opwerpen. Het is niet nodig om voor schuldhulpverlening een grondslag te maken om het medisch beroepsgeheim te doorbreken, omdat het niet noodzakelijk is om iemands ziektebeeld te kennen. Die gegevens hoeven dus niet te worden uitgewisseld voor schuldhulpverlening. 3.4.4Positieve gezondheid Elk van de samenwerkende gemeenten geeft op haar manier invulling aan het concept positieve gezondheid. Het kan integraal onderdeel zijn van de werkwijze van eigen medewerkers of van die van samenwerkingspartners. Ook zijn er gemeenten die positieve gezondheid verankerd hebben in hun gezondheidsbeleid. Machteld Huber introduceerde in 2012 een nieuwe benadering van het begrip gezondheid: “Gezondheid is het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven (Hüber, 2018, genoemd op https://www.allesisgezondheid.nl/knowledgebase/positieve-gezondheid/).' Dat het hebben van schulden een inwoner voor uitdagingen stelt, hebben we in dit beleidsplan al uitgebreid omschreven. Stress en de langdurige blootstelling hieraan, is van invloed op alle pijlers uit het “spinnenweb” van positieve gezondheid, te zien in onderstaande afbeelding: Afbeelding 2: Het spinnenweb van positieve gezondheid Door in (outreachende) gesprekken met inwoners, een hulpvraag integraal te benaderen en alle pijlers te bespreken, biedt dat mogelijk inzicht in de financiële problemen van een inwoner en alle oorzaken daarvan. Positieve gezondheid wordt door ons dan ook gezien als een belangrijke tool, om integraal te kunnen werken binnen vroegsignalering en schuldhulpverlening. 3.4.5Laaggeletterdheid Een groot deel van de mensen met schulden, zo’n 50%, heeft moeite met lezen of rekenen. (Madern, Jungman & Geuns, 2016). De kwetsbare groep laaggeletterden, vindt op eigen kracht de weg vaak niet de juiste weg naar schuldhulpverlening (Nationale ombudsman, 2016, genoemd op: https://www.lezenenschrijven.nl/feiten/armoedeschulden). Een integrale aanpak van laaggeletterdheid bij mensen met financiële problemen is nodig. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor taal- en rekenvaardigheden van hulpvragers. Tijdige herkenning van laaggeletterdheid is een voorwaarde, om het risico op uitval binnen het traject te verkleinen. Tegelijk met het vaststellen van de verordening Schuldhulpverlening 2021-2025 en het bijbehorende beleidsplan, wordt het regionaal programma volwasseneducatie en laaggeletterdheid Midden-Limburg Wordt vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel