Ter voorbereiding op het Grondstoffenplan en het voorstel voor een nieuwe manier van inzamelen van huishoudelijk afval voor vier scenario’s de kosten- en milieuaspecten berekend:
- - Restafval wordt ingezameld met een minicontainer, verpakkingsafval wordt naar inzamelcontainers gebracht. Voor de inzameling met de minicontainer is gerekend met een ophaalfrequentie van eens in de 2, eens in de 3 weken en eens in de 4 weken.
- - Verpakkingsafval wordt ingezameld met een minicontainer, restafval wordt naar inzamelcontainers gebracht. Voor de inzameling met de minicontainer is gerekend met een ophaalfrequentie van eens in de 2 en eens in de 3 weken. Voor de ondergrondse containers is gerekend met verschillende aantallen.
- - Restafval en verpakkingsafval wordt ingezameld met ondergrondse containers. Er is gerekend met verschillende aantallen ondergrondse containers voor restafval.
- - Scenario’s A, B en C zijn aangevuld met een mixscenario. Het mixscenario bestaat uit twee varianten. Ten eerste restafval in (betaalde) vuilniszak en verpakkingsafval met minicontainer aan huis opgehaald. Ten tweede zowel restafval als verpakkingsafval in minicontainers aan huis opgehaald.
Voor alle scenario’s zijn de effecten van variabele tarieven doorgerekend.

In de hierna volgende grafiek zijn alle scenario’s uitgezet in hoeveelheid restafval tegen de wijziging in afvalstoffenheffing (paars = scenario A, groen = scenario B, blauw = scenario C en oranje = scenario D). De volgende conclusies kunnen daaraan verbonden worden:
- - De hoeveelheid restafval van scenario’s met variabele tarieven is lager dan 100 kg per inwoner per jaar. Scenario’s B en C zijn lager dan 75 kg (VANG doelstelling voor gemeenten als Leusden).
- - Scenario’s B en C (restafval brengen) geven minder restafval dan scenario’s A en D/mix (restafval aan huis inzamelen).
- - Scenario B heeft lagere kosten dan scenario C
- - Scenario A presteert beter tegen lagere kosten dan scenario D/mix
- - Bijna alle varianten van scenario’s zorgen voor een hogere afvalstoffenheffing.
- - Variabele tarieven zorgen voor lagere hoeveelheden restafval en hogere kosten. Een uitzondering is het D/mix scenario waarbij vuilniszak door tariefzakken worden vervangen.
- - Scenario A resulteert door verlagen van ophaalfrequentie van mini container restafval in minder restafval en lagere kosten.
- - Scenario B resulteert door verlagen van ophaalfrequentie van minicontainer verpakkingsmateriaal in meer restafval en lagere kosten. Een lager aantal ondergrondse containers voor restafval resulteert in lagere kosten.
- - Scenario C resulteert door minder ondergrondse containers lagere kosten.
- - Scenario D/mix resulteert in lagere kosten en minder restafval door het verlagen van de ophaalfrequentie van inzameling restafval. Bij de variant waarbij de vuilniszak wordt vervangen door de tariefzak worden de kosten en restafval aanzienlijk lager.
- - Van de scenario’s waarbij aan huis restafval wordt ingezameld, presteert scenario A beter dan D/mix.
- - Van de scenario’s waarbij het restafval naar ondergrondse containers wordt gebracht presteert scenario B beter dan C.

Scenario’s A en B presteren beter dan de vergelijkbare scenario’s. In onderstaande figuur zijn beide scenario’s met elkaar vergeleken. Bij scenario B is de variant waarbij eens in de 3 weken het verpakkingsafval wordt ingezameld, niet in onderstaande grafiek opgenomen omdat deze variant voor meer restafval zorgt. In onderstaande grafiek blijkt het effect van een lagere ophaalfrequentie bij scenario A en het effect van meer of minder ondergrondse containers bij scenario B. Omdat onvoldoende data voorhanden is van het effect van de hoeveelheid ondergrondse containers op de hoeveelheid restafval is de hoeveelheid restafval voor beide varianten gelijk gesteld. Als ondergrondse container op strategische locaties geplaatst worden waar ze veel gebruikt worden dan hoeft dat niet te betekenen dat minder ondergrondse containers tot minder restafval kan leiden.
