3.2.1 Wat betekenen bomen voor natuur en klimaat?
Klimaatverandering
Het klimaat verandert door veel verschillende oorzaken, zoals:
- - de activiteit van de zon;
- - de toename van broeikasgassen in de lucht;
- - vulkaanuitbarstingen;
- - meteorietinslagen.
Sinds de industriële revolutie is de invloed van de mens op het klimaat snel groter geworden. Dit komt vooral door de uitstoot van broeikasgassen als CO2 en methaan.
Door de klimaatverandering krijgen we te maken met extremer weer. De temperaturen stijgen, het aantal extreme buien neemt toe, er is vaker storm en we krijgen steeds vaker te maken met perioden van droogte.
Bomen hebben een belangrijke functie in het veranderende klimaat. Ze nemen CO2 op en kunnen op die manier een bijdrage leveren aan de vermindering van de temperatuurstijging.
(bron: Rijksoverheid)
Klimaatadaptatie
Adaptatie (aanpassing) aan klimaatverandering is het proces waardoor samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor zij profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt.
Bomen zorgen voor minder grote temperatuurschommelingen en meer schaduw. Daardoor wordt de omgeving voor de mens maar ook voor dieren leefbaarder.
Bomen en beplantingen dragen bij aan CO2-vastlegging in zowel levende boombiomassa als bodem. Daarnaast verbeteren bomen de waterhuishouding, door diepere doorworteling en verhogen het organische stofgehalte als gevolg van jaarlijkse toevoeging van strooisel. Met name in stedelijk gebied wordt de bijdrage aan hittestressreductie en fijnstof afvang hoog gewaardeerd. (bron: WUR)
De raad heeft in 2019 de motie ‘Meer bomen in Berkelland’ aangenomen. De bedoeling is om in de gemeente Berkelland 44.000 bomen en struiken te planten. Dit willen we vooral samen met de inwoners doen.
Het landelijke gemiddelde is 0,5 boom per inwoner. In 5 van onze kernen zit dit aantal onder het landelijke gemiddelde. We streven er naar om in die kernen waar mogelijk minimaal 0,5 boom per inwoner te bereiken.
Watertakenplan 2019-2023
Vanuit het watertakenplan wordt ook ingezet op de klimaatadaptatie. Gedurende de planperiode van het watertakenplan maken wij een eerste stap in het werken aan een klimaatbestendige inrichting van ons gebied. Dit doen wij door het uitvoeren van klimaatstresstests, het voeren van een risicodialoog en het formuleren en uitvoeren van maatregelen. De maatregelen worden integraal opgepakt met de diverse disciplines, waaronder groen.
Vanuit dit bomenbeleidsplan is gekeken wat we met bomen kunnen doen om overlast door hitte, droogte en wateroverlast te beperken.
Op kleine schaal kan met groen en bomen wel verbetering worden aangebracht. Dit kan bijvoorbeeld door op basis van de klimaatstress kaarten te zorgen voor meer bomen in stenige buurten. Bebouwing van scholen of ouderenwoningen kunnen met bomen meer beschermd worden tegen hitte.
Klimaatbestendig groen
In verband met de toenemende droogte is het ook van belang om hier rekening mee te houden bij de aanplant van bomen. Soortgebruik, maar ook vasthouden van vocht in de grond, zijn hier voorbeelden van.
3.2.2 Biodiversiteit
Voor dieren zijn bomen erg belangrijk. Vleermuizen, kleine zoogdieren, een veelheid aan vogels, vlinders en insecten vind je in en bij bomen. Deze leveren een grote bijdrage aan biodiversiteit. Vooral oudere bomen leveren een bijdrage aan de biodiversiteit.
Variatie in leeftijd
Om in de toekomst ook oude bomen te hebben, moeten er nu ook jonge bomen geplant worden. Een boom doet er decennia over om groot te worden, dus variatie in leeftijd in het bomenbestand is belangrijk.
Variatie in soorten
Ook de variatie in soorten is van belang, Zo zijn plagen te voorkomen in de toekomst (denk aan de eikenprocessierups). Ook de uitval van bepaalde soorten door ziektes zijn dan minder opvallend, denk aan de uitval de afgelopen jaren van essen en kastanjes.
Door bij voorkeur inheemse soorten te planten, kunnen we veel waarde en variatie bieden voor verschillende diersoorten. Bomen die veel ecologische waarde hebben zijn bijvoorbeeld wilg, zomereik, en vuilboom. We kiezen voor de juiste boom op de juiste plek en houden rekening met het veranderende klimaat zoals droogte.
Er is een richtlijn voor de mate van diversiteit in het bomenbestand, om zo voldoende weerstand te kunnen bieden aan ziekten en plagen. De richtlijn (Santamour) is voor Nederland ook beschreven (Diversiteit in de Nederlandse boombestanden). Het houdt onder andere in dat maximaal 10 % van het bomenbestand uit dezelfde boomsoort bestaat. Gemeente Berkelland heeft wat dat betreft naar verhouding heel veel zomereik in haar eigen bomenbestand: 59% van het bomenbestand buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom is dit 25%. Dit is dan ook een soort die we naar verhouding bij nieuwe aanplant minimaal gebruiken, om zo op langere termijn een betere verdeling van soorten te bereiken.
Maken van ecologische verbindingen
We bevorderen waar mogelijk de ecologische waarde ook door verbindingen te leggen. Dit kan ook in de bebouwde kommen door verbindingen te maken met bomenstructuren tussen verschillende groengebieden.
Ecologisch beheer
Met ecologisch beheer houden we rekening met de ontwikkeling van flora en fauna. Dit geldt ook voor bomen.
3.3 Thema 3: Leefbaarheid
In het collegeprogramma 2018-2022 en in het visiedocument ‘Verder met wijk- en kerngericht werken’ heeft de gemeente gekozen voor een insteek waarbij de samenleving voorop staat.
We willen
- - Een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving
- - De relatie tussen gemeente en samenleving bevorderen
- - De kwaliteit van de dienstverlening van de gemeente verbeteren
Dit betekent zeker ook iets voor het bomenbeleidsplan.
Wat betekenen bomen voor onze inwoners?
- - Bomen geven mensen een gevoel van geborgenheid, ze geven de omgeving schaal en maat.
- - Het wisselen van de seizoenen, en beleving van de natuur, ook in de woonstraten.
- - Bomen begeleiden ook de weg, en geven oriëntatie.
- - Gezondheid: het is bewezen dat groen een positieve invloed heeft op de gezondheid
- - Dan is er nog de economische waarde van bomen: door de aanwezigheid van groen en bomen wordt ons gebied aantrekkelijk voor recreatie. En aanwezigheid van groen en bomen verhoogt ook de waarde van een woning.
Het spreekt dan ook voor zich dat bewoners worden betrokken bij hun leefomgeving. Bewoners weten als geen ander wat er speelt in de buurt en wat zij verstaan onder een prettige omgeving.
Bewoners worden daarom betrokken bij plannen in hun buurt. We maken daarnaast gebruik van peilingen, netwerken en overzichten van klachten om inzichtelijk te krijgen wat wenselijk is.
Wat we nu al doen, is het beleid vertellen op straat. Bij diverse bewonersbijeenkomsten wordt het belang van groen en bomen voor leefbaarheid, klimaat en natuur benadrukt. Mensen kijken op die manier bewuster naar het groen in hun straat en krijgen begrip voor de keuzes die gemaakt worden.
3.3.1 Ambitiegericht beheer
Ambitiegericht beheer is een methode om samen met inwoners keuzes te maken voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Berkelland. Het visiedocument en de kwaliteitsbladen zijn in 2019 vastgesteld. De uitvoering is momenteel nog in de implementatiefase.
De gemeente geeft meer ruimte voor maatschappelijke wensen en behoeften in het beheer van de openbare ruimte en werkt vanuit het besef dat niet iedere woon-, of werkomgeving hetzelfde is en niet alle bewoners dezelfde wensen en behoeften hebben.
Voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte betekent dit dat er meer variatie in de openbare ruimte zal ontstaan en dat de gewenste kwaliteitsniveaus op aspecten van het onderhoud in gelijksoortige gebieden kunnen variëren. Met het instrumentarium van ambitiegericht beheer kunnen we het gesprek met bewoners over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte beter voeren.
Bij het ambitiegericht beheer is een basisniveau vast gesteld voor diverse elementen in de openbare ruimte. Het is de bedoeling dat de hele openbare ruimte daar minimaal aan voldoet.
Daarnaast kan op basis van initiatieven en ambities van inwoners, gekozen worden voor een plus. Ook hier zijn diverse mogelijkheden voor gegeven. Er zijn kwaliteitsbladen, waar met beeld en tekst diverse niveaus worden omschreven.
De kwaliteitsbladen Ambitiegericht Beheer zijn bedoeld als instrument om, samen met de inwoners, op hoofdlijnen keuzes te maken over inrichting en beheer van de openbare ruimte. Waar ligt de ambitie? Wat kunnen de bewoners zelf? Wat moet de gemeente doen? De vertaling naar de feitelijke kwaliteit van de afzonderlijke objecten en elementen moet vorm krijgen in de beheerplannen.
De volgende kwaliteitsbladen zijn beschikbaar:
- - klimaatadaptatie
- - biodiversiteit
- - bewegen, recreatie en ontmoeten
- - verzorgd
- - schoon en veilig
Het minimum basisniveau is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Ook het vastleggen van de mogelijkheden en onmogelijkheden, om het goede gesprek te kunnen voeren. Voor bomen leggen we die vast in dit bomenbeleidsplan.
Voor het gesprek met de inwoners ligt een belangrijke taak bij het Gebiedsteam en de gebiedscontactpersonen. Vanuit onder andere de wijkanalyses wijk- en kerngericht werken bepalen gebiedscontactpersonen (en hun kernteam) in welke wijken ze als eerste aan de slag gaan met het ambitiegericht beheer.
Voor overige wijken wordt ambitie gericht beheer reactief toegepast.
Minimum niveau zoals vastgesteld in het document ambitiegericht beheer
Volgens het document ambitiegericht beheer moet de gemeente bijvoorbeeld zorgen dat het groen voldoet aan de vastgestelde kwaliteitsniveaus, maar hoeft niet op elke plek te zorgen voor speciale aandacht voor klimaat.
In overleg met inwoners kan gekozen worden voor een hogere ambitie.
Zoals het verminderen van hitte in de straat, of meer biodiversiteit, kleur, of een hoger onderhoudsniveau.
3.3.2 Werkzaamheden door inwoners
Bewoners mogen werkzaamheden doen in het openbaar groen, op basis van beheerovereenkomsten. Fruitbomen kunnen geplant worden in overleg met de gemeente, het snoei- en plukwerk kan eventueel door inwoners worden gedaan, met een overeenkomst.
Voor andere bomen geldt, dat onderhoud aan bomen door de gemeente (of in opdracht van de gemeente door een gespecialiseerd bedrijf) wordt gedaan.
3.3.3 Eikenprocessierups
De eikenprocessierups geeft steeds meer overlast. De rups kan door zijn brandharen van mei tot en met juli gezondheidsproblemen veroorzaken. Omdat het om de volksgezondheid gaat, zorgt de gemeente voor bestrijding van de rups om de overlast te beperken. Tot nu toe doen we dat vooral met preventieve bestrijding in het voorjaar en wegzuigen van nesten in de zomer. De gemeente neemt alleen maatregelen in gemeentelijke bomen.
Preventief bestrijden
De gemeente Berkelland heeft ongeveer 42.000 eiken in eigendom(bossen niet meegerekend). Daarvan worden ongeveer 22.000 in het voorjaar met het biologische middel Xentari bespoten. Om de eikenprocessierups te bestrijden is het een heel effectief middel. Het middel is echter in opspraak gekomen, omdat het middel niet selectief is en daardoor ook andere rupsensoorten doodt. We willen daarom het gebruik van Xentari geleidelijk verminderen of stoppen.
Op dit moment zijn er ons inziens echter nog geen alternatieve bestrijdingsmethoden die voldoende effectief zijn om de overlast voldoende te beperken. We verwachten te grote overlast van de brandharen, als we nu stoppen met het gebruik van Xentari. We maken daarom vooralsnog nog gebruik van deze methode van preventieve bestrijding op de plekken waar de meeste overlast wordt verwacht. Daarnaast bestrijden we op maat (zoals opzuigen van rupsen) als er (grote) overlast optreedt. Het is niet mogelijk om in alle bomen de eikenprocessierupsen weg te zuigen, daarvoor hebben wij een te groot aantal eiken.
Proeven met alternatieven
We volgen de ontwikkelingen elders en willen hier ook proeven mee doen, en zo geleidelijk overgaan op andere methoden. De overlast voor de volksgezondheid, kosten en biodiversiteit zijn daarbij factoren die worden meegewogen. Op plaatsen waar beschermde vlinders voorkomen wordt nu al niet preventief gespoten.
Het gebruik van nematoden (aaltjes) is een alternatief voor Xentari die overwogen kan worden, maar ook die preventieve methode is niet selectief en dus ook schadelijk voor andere rupsen. Wel zijn er geluiden dat deze methode natuurvriendelijker is dan Xentari. We overwegen om hier proeven mee te gaan doen, vooral in het buitengebied. Nematoden zijn minder effectief dan Xentari, daarom moet 2x worden gespoten. Het is een duurdere methode, maar het is wellicht beter voor de biodiversiteit, omdat het korter werkzaam is en al toegepast wordt voor het broedseizoen van de vogels. De vogels kunnen daarom de bespoten rupsen niet aan hun jongen voeren.
Natuurlijke vijanden stimuleren
We willen daarnaast in de hele gemeente inzetten op de natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups. Door natuurlijke vijanden te stimuleren en meer variatie in beplanting aan te brengen, komt er een beter biologisch evenwicht waardoor de overlast van eikenprocessierups op termijn kan verminderen.
- - Bloemrijke bermen: Door ontwikkeling van een berm met de juiste vegetatie, komen er meer natuurlijke vijanden zoals sluipwespen, zweefvliegen, roofkevers en mieren. De insecten trekken op hun beurt weer vogels aan. Vooral mezen, maar ook andere vogelsoorten zijn gek op eikenprocessierupsen en zorgen zo voor een natuurlijk evenwicht.
- - Nestgelegenheid bieden voor vogels, door middel van nestkastjes of klimop op de stam.
Ook struiken onder de bomen geven nestgelegenheid voor vogels.
- - Niet meer op grote schaal gewone eik planten, maar kiezen voor andere boomsoorten.
Bij eiken langs wegen en in de bebouwde kom is lang niet altijd een goed leefgebied voor de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups. Juist in de bebouwde omgeving en langs wegen is zo’n grote populatieopbouw van de eikenprocessierups meestal niet acceptabel vanwege de risico’s op gezondheidsklachten. Het zal dus ook enige jaren duren voor maatregelen voor natuurlijke bestrijding voldoende effect heeft, en we de preventieve bestrijding kunnen stoppen.
3.3.4 Overige overlast
Lichte overlast
Klachten vanwege bijvoorbeeld angst voor takval, vruchtval, allergie voor stuifmeel, plak vanwege luizen, aanwezigheid van insecten, en groene aanslag op stenen, zijn geen reden om een boom te kappen. Waar de boom schaduw geeft op daken met zonnepanelen, is het ook geen reden om te kappen of te snoeien. Als er overlast is om wat voor reden dan ook dan kijkt de gemeente altijd eerst naar andere opties dan kap om de overlast te beperken. Bijvoorbeeld door de straat te vegen, of de bomen te snoeien.
Zware overlast
Klachten die wel reden kunnen zijn om een boom te kappen of te snoeien, zijn bijvoorbeeld schade door boomwortels aan een gebouw, extreem lichtgebrek in de tuin of woning, of als er door de boom/bomen een onveilige situatie ontstaat.
Een aantal van de klachten is bij oude bomenstructuren waar woningen onder en omheen gebouwd zijn. Dit zijn juist ook de structuren die de ruggengraat kunnen vormen van een gebied. Het beleid is om zorgvuldig met deze bomen om te gaan. Maar bij zware overlast, zoals hierboven omschreven, zal maatwerk plaatsvinden.
Wortelopdruk
Bomen in verharding geven veel wortelopdruk in Berkelland. Jaarlijks wordt ongeveer € 100.000 aan herstelwerk van bestrating wegens wortelopdruk binnen de bebouwde kom besteed. De wortel opdruk heeft vooral te maken met slechte ondergrondse omstandigheden, waardoor de boomwortels de verharding omhoog drukken. Dit geeft gevaarlijke situaties voor wandelaars en fietsers.
De plekken waar dit zich voordoet binnen de bebouwde kom zijn geïnventariseerd. Op basis daarvan willen we meer preventief werken dan curatief.
Op verschillende plekken kiezen we er voor om verharding rond bomen te verwijderen, in plaats van telkens het straatwerk te herstellen. Ook bij aanleg kiezen we voor minder bomen in verharding. Ook het verbeteren van de ondergrondse omstandigheden is een mogelijkheid die we gaan toepassen.
Bladafval
Momenteel staan er op veel plekken in het najaar bladkorven. Hier kunnen inwoners het blad van de gemeentelijke bomen in doen. Waar mogelijk, kan het blad beter in de beplanting worden gelegd. Dit verhoogt de biodiversiteit, en verbetert de grond. Waar wel grote gemeentelijke bomen in de straat staan, maar geen bosjes aanwezig zijn, kunnen bladkorven geplaatst worden. Op andere plekken kunnen de bladkorven worden verminderd.
Roeken
Overlast van roeken is er op ongeveer 10- 12 plekken in de gemeente. Ze nestelen bij voorkeur in hoge bomen, en zijn erg plaats trouw. Roeken zijn beschermd, en over het algemeen zullen hier geen maatregelen tegen worden ondernomen.