Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • - Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 2.2, 2.3 en 2.4 genoemde voorwaarden;
  • - Uitzettingen van overtollige middelen worden in eerste instantie bij de Nederlandse Staat onder gebracht;
  • - Overtollige middelen mogen ook bij mede overheden en gemeenschappelijke regelingen worden uitgezet. De voorwaarde is dat geen toezichthouderrelatie bestaat;
  • - Er wordt per decentrale overheid of gemeenschappelijke regeling maximaal € 1.000.000 uitgezet om risico’s te spreiden.