Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;
Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 2.2 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;
Bij het aantrekken van vermogen zijn de bepalingen van artikel 3.1 van toepassing;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;
Bij het uitzetten van vermogen zijn de bepalingen en limieten van artikel 3.2 van toepassing;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant en bij de Nederlandse Staat;
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 2.4 genoemde tegenpartijen toegestaan;
Jaarlijks rapporteert het college in de paragraaf financiering van de programmarekening over het saldo- en liquiditeitenbeheer;
Gezien het kortlopende karakter en de opgenomen restricties in de artikelen 3.1 en 3.2 vindt hiervoor geen afzonderlijke toets door de concerncontroller plaats.
Artikel 4.2 Saldo- en Liquiditeitenbeheer
Artikel 4.2 Saldo- en Liquiditeitenbeheer
Onderdeel van Treasury statuut