Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 5.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasury statuut

Voor de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a) minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier-ogenprincipe); b) de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen; c) de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen. Tegenpartijen worden gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie; De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de Medewerker Bedrijfsvoering Financiën en gecontroleerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten; De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: a) de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b) de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c) de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel