Voor de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a) minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier-ogenprincipe);
b) de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen;
c) de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.
Tegenpartijen worden gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie;
De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de Medewerker Bedrijfsvoering Financiën en gecontroleerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
a) de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
b) de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
c) de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.
Artikel 5.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 5.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasury statuut