Wet- en regelgeving
In de wet- en regelgeving wordt in plaats van de term OO de term CE gebruikt. CE staat voor Conventionele Explosieven. Landelijk is er diverse wet- en regelgeving van toepassing bij CE, de volgende wet- en regelgeving is relevant:
Gemeentewet, onder andere artikel 160, 172, 175 en 176;
Wet op de Veiligheidsregio’s (hierin staan bepalingen over de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Deze wet geeft het kader voor de bevoegdheden bij rampen en crises);
Arbeidsomstandighedenwet (hierin is bepaald dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van ontplofbare oorlogsresten verrichten, in het bezit dienen te zijn van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven). In artikel 5 staat: verplichting voor het doen van een risico-inventarisatie en -evaluatie;
Beoordelingsrichtlijn Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (BRL-OOO). Voorheen was dit de WSCS-OCE. Deze richtlijn bevat de eisen, waaraan een bedrijf moet voldoen om gecertificeerd te kunnen worden voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten;
Wet explosieven voor civiel gebruik (Het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik);
Bommenregeling (financiering Gemeentefonds);
Wet Wapens en Munitie (hierin staan regels inzake het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enz. van wapens en munitie. OO uit de Tweede Wereldoorlog vallen onder deze wet). Opsporingsbedrijven die gecertificeerd zijn dienen te beschikken over een ontheffing krachtens artikel 4 van deze wet;
Bestemmingsplannen (bij bestemmingsplanprocedures wordt rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven);
Bouwbesluit (Wabo – omgevingsvergunning: Indien een perceel de aanduiding ‘Explosieven’ heeft, geldt als uitgangspunt dat de roering onder maaiveld maximaal 100 mᵌ mag bedragen. Indien de roering groter is wordt explosievenonderzoek geadviseerd. Bij het aanvragen van omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen is de explosievenkaart tevens toetsingskader).
Raakvlakken archeologie en milieu
Tijdens het opsporen en ruimen van OO kan het voorkomen dat andere bodemvreemde materialen worden aangetroffen. Het kan hierbij gaan om archeologisch materiaal of milieu verontreinigingen (bodem hygiënisch). Het opsporen van OO heeft dus duidelijke raakvlakken met andere bodemdisciplines. Om te voorkomen dat er op een onjuiste manier wordt omgegaan met het bodemvreemde materiaal is het wenselijk dat er voorafgaande aan de opsporing en ruiming van OO afstemming plaatsvindt met zowel archeologie als met milieu van de gemeente.
Artikel 2