Voor de bepaling wat onder ‘centrum’ moet worden verstaan hanteren we de begrenzing ‘binnenstad’ uit de Omgevingsvisie, zoals die op dat moment geldig is.

Toelichting;

Er zijn verschillende grensdefinities van het centrum dan wel de binnenstad. In de praktijk levert ook dit onnodig verwarring op. De CROW publicatie hanteert het begrip centrum. In het parkeerbeleidsplan kennen we ook het begrip centrum. Hier is het begrip ‘centrum’ gebruikt voor het gebied waar een betaald parkeren-regime heerst. Feitelijk is voor de toepassing van de parkeernormen het parkeerregime echter niet bepalend, maar meer het karakter, de uitstraling van het gebied en de heersende parkeerdruk. De toepassing van minimumparkeernormen past bij een beleid van een autoluwe binnenstad en omvat daarmee ook de schilgebieden, de gebieden met een bestaande parkeerdruk. Na de totstandkoming van het parkeerbeleidsplan (2012) hebben we te maken gekregen met de ontwikkelingen rond de Omgevingswet/Omgevingsvisie. Het is logisch te kijken hoe we hierbij kunnen aansluiten. We gebruiken voor de afperking van het begrip ‘centrum’ de begrenzing van de binnenstad zoals deze is opgenomen in de Omgevingsvisie en welke ook op die wijze gebruikt gaat worden bij de gebiedsindeling van het Omgevingsplan. Zie de kaart hieronder, de rode lijn begrenst het gebied binnenstad/centrum. Op voorhand onderscheiden we geen verschillende deelgebieden. In individuele gevallen kunnen we gemotiveerd een specifieke parkeernorm voorschrijven. Locatie specifieke eisen of specifiek beleid, zoals voor transformatiegebieden, liggen hier dan aan ten grondslag.

In de praktijk betekent dit, dat feitelijk het huidige gebied met een specifiek parkeerregime binnen de definitie van binnenstad valt (groot deel van de blauwe zone en betaald parkeren samen).