1.. De directeur- secretaris en de organisatiedirecteur voeren regelmatig overleg over:

  • - De realisatie van de opgaven, taken, producten en diensten en de inzet van middelen (mede vanuit coalitieakkoord en college uitvoeringsprogramma);
  • - De ondersteuning van het college bij het strategisch positioneren van de gemeente;
  • - Het tot stand komen en actueel houden van een strategische visie;
  • - Het signaleren van alle ontwikkelingen in het bestuur en beleid die een strategische interventie vragen;
  • - De kwaliteit (tijdigheid en compleetheid) van de ambtelijke adviezen en voorstellen;
  • - Rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid in het functioneren van de organisatie;
  • - Een correcte uitvoering van het middelenbeheer;
  • - Het bewaken van de samenhang tussen de eenheden en de integraliteit van producten;
  • - Het opdrachtgeverschap voor strategische projecten en programma’s’;
  • - De strategische agenda;
  • - Andere zaken die beiden noodzakelijk achten.

2.. De directeur- secretaris en de organisatiedirecteur worden hierin geadviseerd door de strategisch- adviseur(s).

3.. Derden kunnen worden uitgenodigd om structureel of eenmalig aan dit overleg deel te nemen.